Veldwerk
Korte omschrijving
Tijdens werkzaamheden in het veld, zoals het bemonsteren van slootwater, verzamelen van dode dieren, het verzamelen van uitwerpselen, het uitvoeren van inventarisaties en het verzamelen van plantaardig materiaal kun je blootgesteld worden aan een reeks van risico’s. De gezondheidseffecten hierbij kunnen variëren van het oplopen van een infectie, het vertonen van een allergische reactie tot het oplopen van een vergiftiging
Allergenen
Korte omschrijving
Tijdens het veldwerk kun je in aanraking komen met sensibiliserende stoffen (allergenen) die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid. Als een vreemde stof het lichaam binnendringt, reageert het afweer systeem met het aanmaken van antilichamen tegen deze stof. Als een individu eenmaal (over)gevoelig is geraakt voor een stof (gesensibiliseerd), kunnen zeer lage concentraties voldoende zijn om een allergische reactie op te roepen. Voorbeelden hiervan bij veldwerk zijn pollen van allerlei grassen en bomen en sporen en myceliumdeeltjes van paddestoelen.
Risico's
- Huidallergie: uitslag, eczeem, jeuk en irritatie.
- Luchtwegallergie: enkele symptomen zijn hoest, ademnood, piepende ademhaling, hijgen en kortademigheid, niesbuien, een loopneus of verstopte neus, jeukende en ontstoken rode ogen, koorts.
Preventieve maatregelen
De beste oplossing is de blootstelling aan allergenen zoveel mogelijk te vermijden. Allergenen kunnen een allergische overgevoeligheid veroorzaken bij concentraties die lager zijn dan de traditioneel vastgestelde grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling. Zelfs de blootstelling aan een zeer laag niveau van inhalatieallergenen kan allergische symptomen in de luchtwegen veroorzaken bij werknemers die inmiddels gevoelig zijn geworden.
- Probeer buitenactiviteiten te beperken gedurende hoge pollenconcentraties.
- Houd teletekst in de gaten voor het weerbericht voor hooikoortspatiënten.
- Kijk op www.lumc.nl voor de laatste pollengegevens of bekijk de pollenkalender.
Wat te doen bij allergische reacties
- Probeer bij huiduitslag niet te krabben en bij geïrriteerde ogen niet in de ogen te wrijven. Dit kan de allergie verergeren of infecties veroorzaken.
- Er is een reeks van werkzame oog- en neusdruppels en antihistaminica op de markt. Ga niet zelf dokteren maar vraag eerst advies hierover aan studentenarts of huisarts.
- Onderga een allergietest. Er zijn zo’n 500 verschillende allergenen waarop het bloed getest kan worden, zoals schimmelsporen, stuifmeel van bomen, grassen en kruiden, schimmelsporen, dieren, insecten en insectengif.
Bovendien kan de huisarts de juiste medicatie voorschrijven.
Bastaardsatijnvlinder
Korte omschrijving
Van juni tot augustus zit de rups van de bastaardsatijnvlinder op zomereik, meidoorn, duindoorn, berk, iep en vruchtbomen. De rups heeft brandharen. Deze brandharen verspreiden zich naar de omgeving via lege nesten en verwaaiing. Je kunt de bastaardsatijnvlinder in heel Nederland tegenkomen.
Risico's
- Na contact met de brandharen kan binnen 8 uur een rode, pijnlijke huiduitslag (bultjes, pukkeltjes of met vochtgevulde blaasjes) met hevige jeuk ontstaan;
- Wanneer brandharen in de ogen terechtkomen, kunnen zij binnen 1 tot 4 uur een heftige reactie geven van het oogbindvlies en/of hoornvlies met zwelling, roodheid, jeuk en soms ontstekingen;
- Na inademing kunnen brandharen irritatie of ontsteking geven van het slijmvlies van neus, keel en bovenste luchtwegen. De klachten lijken op een neusverkoudheid. Ook kunnen mensen klagen over pijn in de keel en eventuele slikstoornissen. Soms is er sprake van kortademigheid;
- Ook kunnen zich algemene klachten voordoen als braken, duizeligheid, koorts en algehele malaise.
De reactie kan allergisch zijn. Mensen met allergieën en hooikoortspatiënten zijn extra gevoelig. Ook na een aantal jaren zijn de haren en het gif nog actief. Met brandharen besmette plaatsen kunnen daardoor nog geruime tijd voor ongemak zorgen.
Preventieve maatregelen
- Stel jezelf vooraf op de hoogte van de actuele situatie door contact op te nemen met de beheerder van het gebied of met de gemeente;
- Vermijd elk contact met de rupsen en resten ervan, zoals vrijgekomen brandharen en lege nesten;
- Zorg bij een bezoek aan een gebied met rupsen voor goede bedekking van de hals, armen en benen en ga niet op de grond zitten.
Wat te doen na contact met de bastaardsatijnvlinderrups
- Ga na aanraking van de rupsen of haren niet krabben of wrijven, maar was of spoel de huid of ogen goed met water;
- Direct na de blootstelling kan het zinvol zijn de huid met plakband te strippen, dit om zo alle brandharen te verwijderen:
- Was zonodig ook kleren zeer grondig met water en zeep;
- Een zachte crème met kamfer of menthol kan verlichting geven;
- Meestal verdwijnen de klachten binnen enkele dagen tot enkele weken spontaan. Neem bij langdurige of ernstige klachten contact op met de huisarts of bedrijfsarts

Bijensteken en wespensteken
Korte omschrijving
Gedurende het voorjaar en de zomer bestaat de kans dat je in het veld gestoken wordt door een wesp of bij. Vooral als een wesp of bij zich in het nauw gedreven voelt, kan het gebeuren dat hij steekt. Via de angel spuit hij daarbij gif in de huid. Bijen zijn vooral actief in het voorjaar en de vroege zomer en wespen in juli, augustus en september. Bijen verliezen hun angels nadat ze hebben gestoken en gaan vervolgens dood. Wespen verliezen hun angel meestal niet en kunnen meerdere keren steken.
Risico's
Mensen kunnen heel verschillend reageren op een steek:
- Na de steek is er meestal een lichte reactie. Er is een kortdurende, scherpe pijn. Bij de insteekplaats ontstaat een rood bultje dat erg kan jeuken. Het bultje verdwijnt meestal vrij snel, na enkele uren of dagen;
- Het kan voorkomen dat een insect in tong, keelholte of zelfs in het oog steekt. Hierbij kunnen zeer hinderlijke tot gevaarlijke situaties ontstaan;
- Wanneer je een groot aantal (10-50) keer wordt gestoken kunnen bijen- of wespensteken gevaarlijk zijn;
- De steek kan een ernstige allergische reactie veroorzaken. Deze is te herkennen aan een vlekkerige uitslag, zwelling van de lippen en het gezicht, een moeilijke ademhaling, onregelmatige hartslag en een dalende bloeddruk.
Preventieve maatregelen
Je kunt een aantal dingen doen om te voorkomen dat je wordt gestoken door een bij of wesp:
- Wanneer je wordt omringd door een zwerm wespen of bijen, probeer je dan langzaam te verwijderen. Sla de insecten niet weg, van wilde bewegingen worden ze agressief, waardoor ze eerder zullen aanvallen;
- Geef nooit een klap tegen een bijen- of wespennest en gooi er niet mee - de insecten zullen onmiddellijk aanvallen;
- Wees extra voorzichtig als je buiten eet of drinkt;
- Vermijd bij veldwerk geparfumeerde crèmes en sterke parfums (deze trekken insecten aan).
Als je weet dat je vrij sterk reageert op een steek, kun je met huisarts of studentenarts bespreken of je een antihistaminicum zou kunnen nemen. Antihistaminica verminderen de reactie van het gif op het lichaam.
Iedereen die weet dat hij allergisch is voor een bijen- of wespensteek kan met zijn arts overleggen of hij een injectiespuit met adrenaline bij zich moet dragen. Deze dient om in noodgevallen zichzelf te kunnen inspuiten. Ook begeleiders of medestudenten moeten dan leren hoe ze de adrenaline moeten injecteren, voor het geval de persoon in kwestie het zelf niet meer kan.
Wat te doen na te zijn gestoken
- Direct na een bijensteek, is de angel meestal nog zichtbaar. Het is een haarachtig uitsteekseltje met een klein zakje aan het uiteinde. Verwijder de angel door een lichte druk op de huid uit te oefenen in de richting van de angel zodat deze omhoog komt. Dit kan bijvoorbeeld met een nagel. Probeer de angel niet aan te raken of er aan te trekken. Gebruik ook geen pincet. Door druk op het zakje kan er nog meer gif onder de huid vrijkomen;
- De pijn kan worden verzacht door een koud, nat doekje of een washandje met ijsklontjes op de plek te leggen. Er zijn bij de drogist en apotheek ook middeltjes verkrijgbaar die de klachten van een steek kunnen verzachten;
- De zwelling zal normaal gesproken na een paar uur verminderen. Is de zwelling echter na een dag niet verminderd of zelfs toegenomen, dan kun je het beste de huisarts raadplegen;
- Wanneer je in mond of hals bent gestoken, kan de zwelling de ademhaling belemmeren. Wanneer dit gebeurt, is het raadzaam zo snel mogelijk medische hulp in te roepen. In afwachting van de hulp is het goed om op een ijsklontje te zuigen. Mensen die allergisch zijn voor bijen- en wespensteken lopen extra gevaar als ze op deze plaatsen gestoken worden.
- Het kan voorkomen dat een insect in tong, keelholte of zelfs in het oog steekt. Omdat de gevolgen van een steek op dergelijke gevoelige plaatsen niet altijd onschuldig zijn, is een bezoek aan een arts altijd nodig.
- Wanneer de beet een ernstige allergische reactie veroorzaakt, kun je het beste direct medische hulp inroepen.
Eikenprocessierups
Korte omschrijving
De eikenprocessierups legt haar eitjes in de toppen van eikenbomen. Nadat de eitjes zijn uitgekomen gaan de rupsen ‘s nachts groepsgewijs - in processie - op zoek naar voedsel (eikenbladeren). Na de derde vervelling krijgen de rupsen brandharen (half mei-juni). Deze brandharen verspreiden zich naar de omgeving via lege nesten en verwaaiing (juli-september). Eikenbomen met eikenprocessierupsen zijn vaak kaalgevreten en te herkennen aan de specifieke nesten op de stammen of dikkere takken: dichte spinsels van vervellingshuidjes, met brandharen en uitwerpselen. De rups wordt vooral gesignaleerd in zomereiken in steden en dorpen. Door de aanwezigheid van natuurlijke vijanden leidt de eikenprocessierups in bosgebieden nauwelijks tot problemen. Het verspreidingsgebied van de eikenprocessierups in Nederland heeft zich inmiddels vanuit het zuiden uitgebreid tot in Gelderland, Utrecht, Zeeuws-Vlaanderen en in grote delen van Noord- en Midden-Limburg.
Risico's
Vanaf half mei tot half juni ontwikkelen de rupsen brandharen. Met hun weerhaakjes dringen de pijlvormige haren bij aanraking gemakkelijk in de huid, ogen en luchtwegen. In juli - september kunnen de haren vanuit de nesten door de wind worden verspreid.
- Na contact met de brandharen kan binnen acht uur een rode, pijnlijke huiduitslag (bultjes, pukkeltjes of met vochtgevulde blaasjes) met hevige jeuk ontstaan.
- Wanneer brandharen in de ogen terechtkomen, kunnen zij binnen één tot vier uur een heftige reactie geven van het oogbindvlies en/of hoornvlies met zwelling, roodheid, jeuk en soms ontstekingen.
- Na inademing kunnen brandharen irritatie of ontsteking geven van het slijmvlies van neus, keel en bovenste luchtwegen. De klachten lijken op een neusverkoudheid. Ook kunnen mensen klagen over pijn in de keel en eventuele slikstoornissen. Soms is er sprake van kortademigheid.
- Ook kunnen zich algemene klachten voordoen als braken, duizeligheid, koorts en algehele malaise.
Mensen met gevoelige luchtwegen (astma) zullen vaak eerder en sterker reageren. Bij hernieuwd contact met de brandharen of bij blootstelling die onderhouden wordt (bijvoorbeeld door het dragen van besmette kleding), treedt vaak een veel sterkere reactie op (pseudo-allergische reactie). Brandharen kunnen na zes tot acht jaar nog steeds actief zijn. Met brandharen besmette plaatsen kunnen daardoor nog geruime tijd voor ongemak zorgen.
Preventieve maatregelen
- Stel jezelf vooraf op de hoogte van de actuele situatie door contact op te nemen met de beheerder van het gebied of met de gemeente.
- Vermijd in de periode half mei tot eind september elk contact met de rupsen en resten ervan, zoals vrijgekomen brandharen en lege nesten.
- Zorg bij een bezoek aan een (natuur-) gebied met rupsen voor goede bedekking van de hals, armen en benen en ga niet op de grond zitten.
Wat te doen na contact met de eikenprocessierups
- Ga na aanraking van de rupsen of haren niet krabben of wrijven, maar was of spoel de huid of ogen goed met water.
- Direct na de blootstelling kan het zinvol zijn de huid met plakband te strippen, dit om zo alle brandharen te verwijderen.
- Was zonodig ook kleren zeer grondig met water en zeep.
- Een zachte crème met kamfer of menthol kan verlichting geven.
- Meestal verdwijnen de klachten binnen enkele dagen tot enkele weken spontaan. Neem bij langdurige of ernstige klachten contact op met de huisarts of studentenarts.
Exotoxinen en Endotoxinen
Korte omschrijving
Door uitscheidingsproducten of resten van bacteriën of schimmels (exotoxinen en endotoxinen) kan vergiftiging worden veroorzaakt. Blootstelling kan plaats vinden bij de verwerking en productie van plantaardige organismen via inademing van fijnstof. Te denken valt aan werkzaamheden in varkenshouderijen, kippenfokkerijen, akkerbouw en composteerbedrijven zoals verwerking van hooi, stro, graszaad en graan(producten).
Risico's
- Een voorbeeld van een exotoxine is aflatoxine. Aflatoxine kan leiden tot ernstige leveraandoeningen, waaronder levertumoren.
- Blootsteling aan endotoxinen kan resulteren in koorts, ademhalingsproblemen en algehele malaise.
Maatregelen
De belangrijkste maatregel is te voorkomen dat (fijn)stof (aërosol) wordt ingeademd. Dit kan door:
- te voorkomen dat stof ontstaat;
- het gericht plaatsen van afzuiginstallaties;
- het dragen van mondmaskers;
- de benodigde werkzaamheden te (laten) verrichten in een van de werknemer afgescheiden ruimte bijvoorbeeld via omkasting machines.
-
Stages en afstudeervakken in het buitenland
Korte omschrijving
Veel Wageningen Universiteit studenten gaan op stage of volgen een afstudeervak in het buitenland. Regelmatig komen studenten daarbij terug met gezondheidsklachten. Meestal gaat het daarbij om typische reizigersziekten, zoals diarree of allerlei soorten darminfecties. In een aantal gevallen is er echter sprake van malaria of andere ernstige aandoeningen. Kortom, werken in het buitenland, onder vaak slechte hygiënische omstandigheden levert een reëel gezondheidsrisico op
Risico's
De vier belangrijkste risico's zijn:
- verkeersongelukken;
- maag- en darmklachten (diarree, voedselvergiftiging, dysenterie);
- door insecten, mens of dier overgedragen infectieziektes (malaria, tbc);
- seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA's).
Maatregelen
Uitgangspunt is dat je als student in de eerste plaats zelf verantwoordelijk bent voor je gezondheid. De universiteit zorgt daarbij voor informatie en begeleiding. Zo verzorgt de universiteit bijvoorbeeld de cursus `Analyse en preventie van gezondheidsrisico's in tropische landen'. Deze cursus is een voorvereiste bij aanvraag van een reissubsidie. Verder wordt je sterk aangeraden om (ruim) voor vertrek en direct na terugkeer, een afspraak te maken met de studentenarts. De studentenarts is op de hoogte van relevante gezondheidsonderwerpen voor jouw bestemming en verschaft informatie over onderwerpen als malaria en aids. De studentenarts verkoopt het boekje `Gezond in the Tropen' (publicatie Koninklijk Instituut voor de Tropen). Via de studentenarts kun je de benodigde vaccinaties, muskietennetten en gezondheidscertificaten krijgen, maar ook kan hij je bloedgroep bepalen.
|
 |
| "Modderen" in Mozambique |
|
Voorbereiding
Studenten die stage gaan lopen, zijn zelf verantwoordelijk voor het regelen van de noodzakelijke verzekeringen. Te denken valt aan een ziektekostenverzekering, een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering en een ongevallenverzekering. Ook veiligheid in het gastland kan een issue zijn. Nuttige informatie, richtlijnen en adviezen hierover kun je vinden in de "field manual" van de leerstoelgroep Disaster Studies.
Algemene gezondheidsadviezen tijdens verblijf in buitenland
Je hebt al gauw 4-6 weken nodig na aankomst in een tropisch land om te acclimatiseren. Je lichaam moet hierbij wennen aan het klimaat, de vochtigheid, het voedsel en het tijdsverschil. Tijdens deze eerste periode ben je extra gevoelig voor bijvoorbeeld infecties. Het is zaak in het begin niet te hard van stapel (te willen) lopen. Reserveer tijd om te acclimatiseren en doe in het begin rustig aan.
- gebruik alleen goed drinkwater (gekookt of uit flessen);
- vaak is open (zoet) water niet geschikt of veilig om in te zwemmen. Vraag dit ter plaatse eerst na voordat je gaat zwemmen;
- voorkom insectenbeten door het gebruik van muskietennet of muggenolie (DEET);
- doe, voor zover je aan seks doet, aan safe-sex.
Links
Tekenbeten
Korte omschrijving
Tijdens veldpractica kun je een tekenbeet op lopen. Teken zien er uit als bruinzwarte spinnetjes en zijn tussen de 1 en 3 mm groot. Teken komen voor waar de relatieve vochtigheid minstens 80% is, zoals in verwilderde kruidenvegetaties, lage onderbegroeiing in een bos, duinen en in oude beukenlanen van landgoederen. Teken zijn in Nederland vooral actief van april tot oktober, maar ook buiten die tijd is het mogelijk een tekenbeet op te lopen.
Risico's
Teken kunnen de ziekte van Lyme overbrengen. Teken voeden zich met bloed van zowel dieren als mensen. De teek hecht zich daarbij vast op de huid en zuigt zich vol bloed en kan hierbij een besmetting met Borrelia overbrengen. Gemiddeld is ongeveer 15% van de teken besmet met de Borrelia bacterie. Per regio kan het aantal teken dat is besmet verschillend zijn.
Als je besmet bent, hoef je nog niet ziek te worden. Slecht in 6% van de gevallen veroorzaakt de bacterie de ziekte van Lyme (zie: Ziekteverschijnselen...).
Ook buiten Nederland kunnen er infecties optreden door tekenbeten. Het ziektebeeld kan in het buitenland anders zijn, omdat daar verschillende bacteriën in teken kunnen zitten, die dus verschillende ziektes kunnen overbrengen.
Maatregelen
De belangrijkste manieren om een infectie met de ziekte van Lyme te voorkomen zijn:
- het voorkomen van een tekenbeet door contact te vermijden met struikgewas en hoog gras, bedekkende kleding te dragen en je in te smeren met een insectenwerend middel;
- het binnen 24 uur verwijderen van de teek bij een beet.
Na een veldpracticum is het daarom belangrijk te controleren of zich een teek aan je huid heeft vastgezogen. Controleer daarbij vooral in de hals, achter de oren, in liezen, knieholtes, oksels en op de buik. Wanneer een teek wordt ontdekt moet deze zo snel mogelijk worden verwijderd. Wanneer de teek binnen 24 uur wordt verwijderd is de kans op infectie nihil. Het verwijderen moet dan wel zó gebeuren dat de teek niet alsnog de bacterie overbrengt. Daarom heeft de stichting SAAG (http://www.saag.nl/) een speciale pincet ontwikkeld en de juiste manier van verwijderen beschreven:
- neem een pincet waarmee je de teek kunt vastpakken zonder hem plat te drukken, bijvoorbeeld een epileer- of tekenpincet;
- pak de huid z vast dat een "heuveltje" ontstaat. Plaats de pincet over de teek zo dicht mogelijk op de huid. Let erop dat het lijf niet tussen het pincet komt;
- trek de teek voorzichtig, met een licht draaiende beweging uit de huid. Druk de teek hierbij niet plat;
- Ontsmet het wondje met alcohol of jodium;
- Noteer datum van de beet in je agenda. Inspecteer in de volgende weken de huid rond de plaats van de beet.

NB NOOIT de teek vóór het verwijderen verdoven met olie, alcohol of een brandende sigaret. De teek kan hierdoor schrikken en als reactie zijn maaginhoud, inclusief bacterie, legen in je huid.
Wanneer je na een tekenbeet een van de beschreven klachten (zie: Ziekteverschijnselen... ) hebt, of twijfels hierover, dan moet je de studentenarts of je huisarts bezoeken. Belangrijk is dan te melden op welke datum je bent gebeten. Wanneer blijkt dat je inderdaad de ziekte van Lyme hebt opgelopen door een tekenbeet, dan moet dit worden gemeld aan de betrokken docent/practicumleider en aan de Arbo- en Milieudienst via het secretariaat van de docent/practicumleider.
De docent/practicumleider is eindverantwoordelijk voor de melding.
Veldwerk en UV-straling
Korte omschrijving
In ons land worden jaarlijks 20.000 gevallen van huidkanker geconstateerd. Daarbij blijkt uit onderzoek dat mensen die veel buiten werken een groep met een hoger risico vormen. Verder blijkt uit onderzoek dat er een duidelijke relatie is tussen blootstelling aan zonlicht (UV-straling) en het krijgen van huidkanker.
Risico's
Gezondheidseffecten door UV-straling kunnen worden verdeeld in acute effecten en chronische effecten.
Acute effecten zijn onder anderen verbranding van de huid (zonnebrand), hoornvliesontsteking (lasogen), allergische reacties en vermindering van de afweer. Acute effecten treden op bij blootstelling aan een bepaalde hoeveelheid UV-straling (drempelwaarde).
Chronische effecten in de huid zijn veroudering en de vorming van melanomen (huidkanker). Voor huidkanker bestaat geen drempelwaarde, elke hoeveelheid UV vergroot de kans daarop. Mensen die beroepshalve buiten werken krijgen twee tot drie keer zoveel UV-straling te verwerken als de gemiddelde Nederlander.
De Gezondheidsraad schat dat mensen die beroepshalve buiten werken een 4 tot 5 keer grotere kans hebben op het krijgen van huidkanker dan mensen die binnen werken.
Preventieve maatregelen
- Werken in de schaduw tijdens periodes met een hoge stralingsintensiteit.
- Het afschermen van de ogen door het dragen van een zonnebril met glazen die ook aan de zijkant van het hoofd geen UV-straling doorlaten.
- Het afschermen van de huid door het dragen van lange broeken, shirts met lange mouwen, een hoed of pet met klep en nekflap.
- Het regelmatig insmeren met zonnebrandcrèmes met een voldoende hoge beschermingsfactor (10 of meer). Het gaat daarbij vooral om de oorranden, de nek, het gezicht en de handruggen. Het middel moet elke twee uur opnieuw worden opgesmeerd, of vaker wanneer men bij het werk erg transpireert.
Wat te doen bij optreden van genoemde effecten
- Geef bij opgetreden zonnebrand de huid een paar dagen de tijd om te herstellen. Gebruik daarbij een after sun product of koele, natte kompressen (natte doeken, plakjes komkommer en dergelijke) en drink veel. Wanneer grote blaren verschijnen is er waarschijnlijk sprake van tweedegraads verbranding. Ga dan naar de huisarts of studentenarts.
- Wanneer je een zonnesteek hebt opgelopen, zorg dan voor afkoeling door natte doeken op het hoofd te leggen en drink veel. Ga vervolgens naar huisarts of studentenarts.
- Ook wanneer je last hebt van een zonneallergie (jeukende bultjes, blaasjes en schilfers op de lichaamsdelen die zijn blootgesteld aan de zon), is het verstandig huisarts of studentenarts te raadplegen.
- Ga naar studentenarts of huisarts wanneer een moedervlek verandert of een zweertje op de huid niet overgaat.
Links
Vogelgriep/vogelpest
Korte omschrijving
Tijdens werkzaamheden in het veld als het rapen van dode vogels of het verzamelen van uitwerpselen van vogels of bij het bezoeken van pluimveebedrijven kunnen studenten van Wageningen Universiteit in contact komen met het vogelgriepvirus. Vogelgriep (aviaire influenza) is een voor gevogelte zeer besmettelijke virusziekte die overdraagbaar is op pluimvee en op een aantal andere vogelsoorten. Net als bij de andere griepvirussen zijn er veel verschillende varianten van het virus. De meest recente variant is het H5N1 type. Mensen kunnen gevoelig zijn voor de H5N1 variant en uit dat oogpunt bestaat er een zeker risico voor de gezondheid.
Risico's
De belangrijkste manieren om een besmetting met het vogelgriepvirus op te lopen zijn direct intensief contact met vogels of rauw vlees, bloed of uitwerpselen van gevogelte, rauwe eieren, veren/donsmateriaal en inademing van besmette stofdeeltjes (b.v. gedroogde uitwerpselen of verendeeltjes).
De besmettelijkheid van vogels onderling is echter vele malen groter dan van vogel naar mens. Dit komt doordat virus al in neus- of keelholte van de vogel kan binnendringen. Bij de mens vindt besmetting alleen plaats wanneer deeltjes diep in de longen komen of wanneer besmet vlees of bloed wordt gegeten.
Preventieve maatregelen
- Raak dode vogels, vogeluitwerpselen, veren/donsmateriaal niet met blote handen aan.
- Vermijd zo veel mogelijk direct contact met levende watervogels en pluimvee.
- Was na aanraking de handen met water en zeep.
- Vermijd tijdens het werk om te wrijven in ogen, neus of mond.
- Mogelijk is, indien direct contact met gevogelte wordt verwacht, een griepvaccinatie zinvol. Dit vooral om vermenging menselijk griepvirus en vogelgriepvirus met mogelijke vorming van voor mensen schadelijke mutaties te voorkomen. Overleg dit met studentenarts.
- Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen zoals: mondkapjes (P1 of P2), waterafstotende wegwerpoverall, handschoenen en goed afsluitende veiligheidsbril
.Wat te doen na mogelijke besmetting met vogelgriepvirus
- Als je griepachtige verschijnselen hebt na contact te hebben gehad met besmet materiaal, neem dan zo spoedig mogelijk contact op met de studentenarts of met de eigen huisarts.
- Om verdere verspreiding te voorkomen zijn een
aantal gedragsregels... opgesteld, houd je hieraan!
Links
Meer informatie over vogelgriep is te vinden op de website van LNV of via de portal per expresse .
Recente informatie over gebieden met vogelgriep is te vinden op: WHO .
Gedragsregels voor medewerkers en studenten van Wageningen UR met betrekking tot vogelgriep
- Medewerkers/studenten die de afgelopen 72 uur in een besmet gebied zijn geweest, mogen de praktijk/proefdierlocaties van Wageningen UR niet in. NB: dit geldt dus ook als je in zo’n gebied niet op een pluimveebedrijf bent geweest.
- Medewerkers/studenten die de afgelopen 72 uur op andere pluimveebedrijven in de stallen zijn geweest, mogen de praktijk/proefdierlocaties van Wageningen UR niet in.
- Alle bezoekers (inclusief onderzoeker/studenten) aan praktijkcentra/proefdierlocaties van Wageningen UR moeten een verklaring ondertekenen waarin zij bevestigen dat zij de afgelopen 72 uur niet op een pluimveebedrijf of in een besmet gebied zijn geweest. Zij moeten tevens van kleding/schoeisel wisselen en hun handen wassen voordat zij de locatie binnengaan.
- Voor personen (bijvoorbeeld dierenartsen) die onmogelijk aan de 72-uurs termijn kunnen voldoen en waarvan het toch noodzakelijk is dat zij de stallen binnenkomen, geldt naast het omkleedregime dat zij zich, indien mogelijk, moeten douchen.
- Pluimveeproefdierverzorgers die thuis hobbypluimvee hebben, wordt gevraagd de verzorging van die dieren zo veel mogelijk aan anderen over te laten. Als dat niet mogelijk is, wordt geadviseerd om de verzorging van de dieren na werktijd te doen. Het is verplicht om te douchen en van kleding/schoeisel te verwisselen voor en na werktijd.
- Medewerkers/studenten die voor hun werk op verschillende praktijkbedrijven met pluimvee komen, worden geadviseerd niet binnen 72 uur van het ene naar het andere bedrijf te gaan.
- Medewerkers/studenten die voor het werk naar landen gaan waar vogelgriep is vastgesteld, en gaan werken met (mogelijk) besmette dieren, moeten contact opnemen met Wim Koops (tel 0317-484175 van de sectie Veiligheid & Milieu van het FB of met Fred Hoek (0317-482212) van de sectie Welzijn en Gezondheid van HRM. Afhankelijk van de persoonlijke situatie zijn diverse beschermingsmaatregelen noodzakelijk.
- Medewerkers en studenten die voor werk of privé naar landen gaan waar vogelgriep is vastgesteld, maar niet gaan werken met (mogelijk) besmette dieren, worden verzocht zich te houden aan de richtlijnen van het Ministerie van LNV .
- Er wordt geen advies gegeven aan medewerkers/studenten om hun hobbypluimvee te vaccineren zodra dat mogelijk is. Wageningen UR deskundigen vinden vaccinatie niet zo zinvol omdat de kans dat hobbypluimvee wordt besmet met vogelgriep erg klein is (de dieren zijn immers opgehokt). De kans dat vogelgriep optreedt door onderlinge contacten is veel groter, en daarom zijn hygiënemaatregelen veel belangrijker.
- Uiteraard wordt ervan uitgegaan dat alle medewerkers/studenten zich houden aan de landelijke verplichting om hobbypluimvee op te hokken.
Zoönosen
Korte omschrijving
Dieren kunnen, ook zonder zelf ziekteverschijnselen te vertonen, drager zijn van een op de mens overdraagbare infectieziekte (zoönose). Tijdens werkzaamheden als het verzamelen en onderzoeken van dode dieren, het vangen in vallen van dieren en verzamelen van uitwerpselen, veren of bloedmonsters kunnen studenten van Wageningen Universiteit blootgesteld worden aan Zoönosen.
Risico's
- Bij het legen van vallen kan het gebeuren dat je gebeten of gekrabd wordt. Hierdoor kun je onder andere een wondinfectie (Tetanus, Streptobacillus) of, bij (wilde) muizen, het Hantavirus oplopen,resulterend in koorts en spierpijn, misselijkheid, braken of diarree;
- Via contact met urine van runderen en ratten kun je besmet raken met Leptospirose resulterend in koorts, spierpijn, hoofdpijn, overgevoeligheid voor licht, misselijkheid en braken (ziekte van Weil, melkerskoorts);
- Via contact met bloed of mest kun je besmet raken Salmonellose resulterend in braken, misselijkheid, diaree, koorts, uitdroging);
- Bij werknemers met een verminderde weerstand of conditie kan een infectie gemakkelijker tot ziekte leiden.Lijst met veelvoorkomende Zoönosen en hun kenmerken...
Preventieve maatregelen
Elk biologisch agens kent zijn eigen specifieke preventieve maatregelen, maar algemeen geldt: minimaliseren van blootstelling door je te houden aan geadviseerde gedragsregels, mijden van contact en het gebruik van persoonlijke bescherming als handschoenen, mondkapjes en beschermende kleding.
Overleg over de specifieke maatregelen met je begeleider en de Arbo- en Milieucoördinator van je organisatieonderdeel (doorklik AMD-site).
- Neem gepaste hygiënische maatregelen zoals niet eten en drinken tijdens het contact met dieren en handen wassen na contact met dieren;
- Bij werken met dieren dien je te zorgen voor een goede bescherming tegen tetanus. Onvolledig gevaccineerde bijtslachtoffers dienen tegen tetanus geënt te worden.
Wat te doen bij een vermoedelijke besmetting met een zoönose
Als je ziek wordt na contact met dieren of dierlijk materiaal, is het belangrijk zo snel mogelijk de huisarts en/of studentenarts te consulteren en op de mogelijkheid van een zoönose te wijzen. Bij vroegtijdig behandelen zijn veel zoönosen relatief goed te behandelen. Als men de ziekte echter langere tijd onder de leden heeft, raakt men de ziekte vaak maar zeer moeilijk kwijt.
Links
Meer informatie over ziekteverschijnselen die veroorzaakt kunnen zijn door een zoönose bij de diersoort waarmee wordt gewerkt, is te vinden op de site van RIVM .