|
|
|
|
Bedrijfshulpverlening Kantoorwerkplek Beeldschermwerk Ongewenste omgangsvormen Alleenwerken Kinderwens en Zwangerschap Rookbeleid |

| |
Bedrijfshulpverlening (BHV)
Korte omschrijving
Bedrijfshulpverlening (BHV) houdt zich bezig met het voorkomen van ongelukken en het beperken van de problemen voor het geval er ongelukken gebeuren.
BHV is ook voor studenten erg belangrijk. De BHV zorgt voor de eerste hulp na een ongeval en coördineert evacuaties zolang er nog geen hulpverlenende instanties zoals de brandweer aanwezig zijn.
Maatregelen
Per gebouw is één hoofd BHV aangesteld plus een aantal BHV-ers. Deze regelen in dat specifieke gebouw de bedrijfshulpverlening. In elk gebouw hangen groene kaarten aan de muur met informatie over wat te doen bij calamiteiten. Hierop staat ondermeer wat de verschillende alarmsignalen in dàt gebouw betekenen en wat het centrale telefoonnummer is voor calamiteiten in dat gebouw. Bekijk die groene kaart... (instrukties bij noodgeval) in het gebouw waar je werkt
Ontruimingsprocedure
In geval van nood wordt iedereen in het gebouw via alarmsignalen gewaarschuwd.
Als het alarmsignaal een tweetonig geluid laat horen, is dit een waarschuwing, bijvoorbeeld als er ergens in het gebouw brand is of giftige gassen zijn ontsnapt.
Als het alarmsignaal een zogenaamd "slow whoop"
geluid laat horen, ben je verplicht het gebouw zo snel en zo rustig mogelijk te verlaten en naar het verzamelpunt te gaan. Gebruik hierbij de door de vluchtwegbordjes aangegeven route en volg de aanwijzingen van je begeleider of de BHV-er op. Vlucht nooit door dichte rook en gebruik nooit de lift. In verband met aanwezigheidsregistratie door b.v. de brandweer moet je tot nader order bij het verzamelpunt blijven.
Ontruimingsoefening
Het functioneren van de locale BHV-organisatie en alle genomen maatregelen moet regelmatig worden getest. Daarom is er in elk gebouw van Wageningen UR tenminste eens per jaar een (meestal onaangekondigde) ontruimingsoefening. De kans is dus groot dat je dit een keer mee gaat maken.
Wat te doen bij een ongeluk?
- bel tijdens werktijd met het alarmnummer (zie groene kaart). Het vermelde nummer is meestal het nummer van de receptie van het gebouw. De receptionist(e) neemt dan contact op met de betreffende instanties, zoals het hoofd bedrijfshulpverlening van dat gebouw;
- bel buiten werktijd 0-112;
- blijf bij een eventueel slachtoffer en wacht op de komst van de BHV-er. Let hierbij in de eerste plaats op je eigen veiligheid en probeer er voor te zorgen dat de situatie niet verergert;
- volg verder de instructies op van de BHV-er.
Wat te doen bij een brand?
- bel tijdens werktijd met het alarmnummer (zie groene kaart). Het vermelde nummer is meestal het nummer van de receptie van het gebouw. De receptionist(e) neemt dan contact op met de betreffende instanties, zoals de brandweer;
- bel buiten werktijd 0-112;
- breng gewonden buiten de gevarenzone;
- zorg ervoor dat je niet ingesloten wordt;
- vlucht nooit door rook;
- gebruik nooit de lift.
Om toekomstige ongevallen te voorkomen is een goede melding en registratie van (bijna-) ongevallen noodzakelijk. Daarom is er een procedure ontwikkeld om meldingen te stimuleren en de registratie te verbeteren. De melding moet gedaan worden via het formulier incidentmelding.
Algemene eisen kantoorwerkplek
Algemeen
Goede arbeidsomstandigheden in kantoorgebouwen zijn voor studenten een belangrijke voorwaarde om hun werk goed te doen. Onder arbeidsomstandigheden vallen onder andere: meubilair, bouwkundige inrichting, daglicht, uitzicht en klimaat. In de algemene arboregelgeving zijn hiervoor dan ook een aantal richtlijnen en normen vastgelegd.

Meubilair
Meubilair gebruikt voor de inrichting van de werkplek moet afgestemd zijn op de kenmerken en eisen van de gebruiker (ergonomisch) en de uit te voeren taken.
Tegenwoordig is een kantoorwerkplek bijna altijd ook een beeldschermwerkplek.
Een goede beeldschermwerkplek bestaat uit:
- een in hoogte instelbare stoel met in hoogte instelbare arm- en rugleuningen;
- een in hoogte instelbaar bureau/werkblad of een gewoon bureau, indien nodig gecombineerd met een in hoogte instelbaar voetenbankje of voorzien van blokjes/uitschuifpoten;
- een in hoogte verstelbare monitordrager.
Naast genoemde werkplekinrichting bestaat nog een reeks van hulpmiddelen die bij kunnen dragen aan een zo ontspannen mogelijke werkhouding zoals: concepthouders, verschillende typen muizen, werkbladvergroters, reflectiescherm, ergonomisch toetsenbord, et cetera.
Klimaat
Zomers zijn er nogal eens problemen met het werken onder warme omstandigheden zowel in kantoren als in laboratoria. En steeds weer komen dan vragen op als: bij welke temperatuur moet men maatregelen nemen? Bij welke temperatuur mag of moet je ophouden met werken?
Als maat voor het kantoorklimaat is de zogenoemde PMV-index geïntroduceerd. Deze index is de uitkomst van een berekening die zaken als temperatuur, luchtvochtigheid en te verrichten werkzaamheden meeneemt.Werken met deze PMV-index is nogal ingewikkeld en vraagt een hoop meet- en rekenwerk.
Op basis van de norm en van ervaringen met praktijksituaties hanteert men voor kantoorwerkplekken dan ook vaak vuistregels. FNV Bondgenoten heeft voor de zomerperiode, waarin sprake kan zijn van extreem warme omstandigheden, een aantal praktische vuistregels met een aantal streefwaardes geformuleerd:
- Boven de 26 graden is er sprake van extra belasting; dan moet overleg plaatsvinden over mogelijke maatregelen zoals koele ruimtes om te pauzeren, extra ventilatie, en dergelijke;
- Voor (zittend) kantoorwerk geldt een maximum temperatuur van 30 graden.
- Voor licht werk geldt een maximum temperatuur van 28 graden.
- Wanneer de temperatuur boven het maximum uitkomt, moet alles gedaan worden om de belasting zo laag mogelijk te houden: korter werken, zo kort mogelijk aaneengesloten werken, pauzeren in koele ruimtes, aangepaste kleding, extra ventilatie door ‘s nachts doorventileren of een luchtkoelingstechniek installeren voor een meer structurele aanpak.
Bouwkundige voorzieningen
Om ervoor te zorgen dat werknemers zonder gevaar voor veiligheid, gezondheid of welzijn hun arbeid kunnen verrichten, zijn er in de arbowetgeving onder meer normen opgesteld voor de afmetingen en beschikbaarheid van kantoorwerkruimtes. Daarbij geldt dat er een werkplek met voldoende bewegingsruimte beschikbaar moet zijn voor elke medewerker. De Arbo-wet stelt daarbij, dat ook voor tijdelijke medewerkers, zoals uitzendkrachten en studenten die een afstudeervak uitvoeren, er een werkplek beschikbaar moet zijn. Bij de vaststelling van het aantal beschikbare werkplekken moet men dus niet alleen rekening houden met het vaste personeel, maar ook met tijdelijke medewerkers.
Wat betreft de oppervlakte die minimaal beschikbaar moet zijn per werkplek, gebruikt Wageningen UR de volgende richtlijnen: Voor een basiswerkplek (bestaande uit een kantoorstoel, een werktafel, een ladenblok en een beeldschermopstelling) is de grootte van de werkoppervlakte ongeveer 7 m2. De benodigde ruimte hoeft daarbij niet noodzakelijkerwijs in één werkkamer beschikbaar te zijn, maar kan ook over meerdere vertrekken verspreid liggen. De afmetingen worden daarbij afgestemd op de voorkomende werkzaamheden.
Daglicht en uitzicht
Slecht daglicht en ontbreken van uitzicht in een werkruimte kunnen leiden tot een gevoel van onvrede bij de gebruiker.
Als regel is dan ook gesteld, dat daglicht aanwezig moet zijn indien je in een werkruimte meer dan twee uur per dag werkt. Aanwezigheid van uitzicht is niet verplicht maar wel aanbevolen. Vooral op een kantoorwerkplek, is aanwezigheid van daglicht en uitzicht van belang. Uitzonderingen zijn situaties waar de aard van het werk daglicht niet mogelijk maakt.
Meer informatie
Een en ander is na te lezen in het Arbo-Informatieblad (AI-blad) nummer 7: Kantoren.
Beeldschermwerk
Korte omschrijving
Je wordt als beeldschermwerker beschouwd, wanneer je (gedurende periodes) per dag twee uur of meer beeldschermwerk verricht.
RSI (Repetitive Strain Injury) of KANS (klachten in arm-, nek- en schouders) is de verzamelterm voor diverse pijnklachten in de nek, schouder, arm, pols en handen, als gevolg van continue herhaalde bewegingen, zoals bij beeldschermwerk. Waar in de vervolgtekst RSI staat, wordt RSI/KANS bedoeld.
Risico’s
Iedere beeldschermwerker loopt de kans RSI op te lopen. Ook onder studenten van Wageningen UR komen RSI klachten regelmatig voor. Je loopt bijvoorbeeld een verhoogd risico wanneer je ineens, gedurende een bepaalde periode, intensief beeldschermwerk gaat verrichten. Denk hierbij aan bijvoorbeeld een stageverslag of afstudeervak. Vooral als je opgaat in je werk, omdat je het erg leuk vindt of wanneer er veel druk op je staat, heb je een verhoogde kans op RSI.
Je bent geen aansteller als je RSI hebt. Juist de mensen, die denken dat een beetje pijn bij stressen hoort, lekker lang doorwerken en een perfectionistische inslag hebben, kunnen RSI krijgen.
Maatregelen
Binnen Wageningen UR zijn een aantal maatregelen genomen, die gericht zijn op het voorkomen van RSI bij het onvermijdelijke gebruik van de computer.
Naast een ergonomisch verantwoorde inrichting en een juist gebruik van de werkplek, spelen ook factoren als aard van het werk, gedrag en mentale belasting (werkstress) een belangrijke rol bij het ontstaan van RSI. De kans op het ontstaan van RSI wordt daarom ook wel uitgedrukt aan de hand van het 5 x W-model: Werktaken, Werktijden, Werkdruk, Werkplek en Werkhouding. Het RSI-preventieplan van Wageningen UR is daarom gebaseerd op aandacht voor alle vijf de genoemde factoren.
Om de individuele voorlichting over RSI en beeldschermwerk binnen Wageningen UR te ondersteunen, is een RSI module ontwikkeld. Deze RSI module is opgebouwd uit vier onderdelen (informatie over RSI, RSI preventie, werkplek instellen en oefeningen). De RSI module geeft naast tips voor het instellen van de werkplek ook de benodigde achtergrondinformatie over RSI preventie en het doen van oefeningen.
De RSI module kun je vinden op...
Waarheen bij vragen of klachten?
Bij vragen over, of problemen met de werkplek ga je als BSc-student naar de Dienst Studentenbegeleiding. Als afstudeerder/MSc-student ga je naar de Arbo- en Milieucoordinator van het organisatieonderdeel, waar je een afstudeervak uitvoert. Bij gezondheidsklachten kun je de studentenarts raadplegen: T 0317 48 40 21. Voor niet-medische zaken, zoals studievertraging en reintegratie, kun je terecht bij de studentendecaan: T 0317 48 41 02 of bij de studentenpsycholoog: T 0317 48 21 33.
Links
Meer RSI-informatie...
Ongewenste omgangsvormen
Korte omschrijving
Onder ongewenste omgangsvormen valt:
- Seksuele intimidatie; Hierbij gaat het om ongewenste seksuele toenadering, verzoeken om seksuele gunsten of ander verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag van seksuele aard.
- Discriminatie; Het gaat hier om het maken van ongeoorloofd onderscheid tussen groepen of individuen ten aanzien van geloof, levensovertuiging, seksuele geaardheid, ras, sekse, politieke gezindheid, huidskleur en uiterlijk of anderszins zoals bedoeld in artikel 1 van de Grondwet. Dit op zodanige manier dat het de waardigheid en of lichamelijke integriteit van de klager aantast.
- Agressie en geweld; Het gaat hier om voorvallen waarbij de student psychisch of fysiek wordt lastig gevallen, geïntimideerd, bedreigd of aangevallen onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met het volgen van een studie bij de organisatie.
- Pesten en intimidatie; Pesten binnen de organisatie is het systematisch uitoefenen van psychisch, fysiek of seksueel ongemak door één persoon of een groep personen waarbij klager niet meer optimaal kan functioneren binnen de organisatie. Bij intimidatie gaat het om systematisch sterk hinderen, lastig vallen of lichamelijk of geestelijk ongemak veroorzaken.
Vertrouwenspersoon
Wageningen University (WU) studenten kunnen een klacht indienen, die betrekking heeft op ongewenste omgangsvormen binnen Wageningen UR. Je kunt daarvoor contact opnemen met een van de daarvoor benoemde vertrouwenspersonen... binnen de organisatie.
Ook kun je een klacht schriftelijk indienen via het secretariaat van de Klachtencommissie Ongewenste Omgangsvormen.
Klachtencommissie Ongewenste Omgangsvormen:
Mevrouw Marja van Houten
Medewerker Klachten
Bodenummer 75
Postbus 9101
700 HB Wageningen
Meer informatie op de Intranetsite van HRM...
Alleenwerken
Korte omschrijving
Alleenwerken is het werken zonder iemand binnen gezichts- of gehoorsafstand, maar ook als je met iemand samenwerkt die aan dezelfde gevaren blootstaat als jij. Vooral bij het werken in laboratoria, proefhallen, kassen, stallen en bij overwerk in de avonduren of in het weekeinde werken mensen nog wel eens alleen.
Risico’s
Je kunt niet om hulp vragen als er met jou iets gebeurt. Door bijvoorbeeld een ernstige val ben je fysiek niet meer in staat de telefoon te bereiken.
Maatregelen
Het blijkt niet goed mogelijk om voor Wageningen UR algemeen geldende regels met betrekking tot het alleenwerken op te stellen. De omstandigheden verschillen namelijk sterk bij de afdelingen en leerstoelgroepen van Wageningen UR. Daarom hebben de afzonderlijke departementen en instituten een zekere vrijheid gekregen in het maken van regels met betrekking tot alleenwerken.
Vraag aan je begeleider dus even naar de regels als je gaat werken. Wel geldt overal de algemene regel dat niemand behoort te werken onder omstandigheden waarbij hulp in geval van nood niet beschikbaar is.
Het is verder overal verboden om de volgende werkzaamheden alléén uit te voeren:
- Werken in koel- en vriesruimtes;
- Werken in besloten ruimtes als (vergistings)tanks, riool, (mest)kelders of meetputten.
Kinderwens en zwangerschap
Korte omschrijving
Voor studenten (man en vrouw) met een kinderwens, zwangere studenten of studenten die borstvoeding geven, kan blootstelling aan chemische stoffen extra gevaarlijk zijn. Vooral tijdens practica en veldwerk dien je hier op te letten. In het algemeen kun je in het lab blijven werken, zolang je, je houdt aan de algemene richtlijnen voor het werken met toxische stoffen.
Risico’s
- Reprotoxische stoffen kunnen zowel bij mannen als vrouwen onvruchtbaarheid veroorzaken. Zie R-zinnen 60-63 in: R en S zinnen...
- Genotoxische stoffen kunnen een verandering veroorzaken in het erfelijke materiaal (o.a. alle mutagene en kankerverwekkende stoffen). Zie R-zinnen 40, 45, 46, 49 in: R en S zinnen...
- Een ongeboren kind is zeer gevoelig voor ioniserende straling, met name tussen de achtste en vijftiende week van de zwangerschap.
- Blootstelling aan bepaalde stoffen kan via de borstvoeding schadelijk zijn voor het kind. Zie ook R-zin 64 in: R en S zinnen...
Zie ook: Risico’s bij kinderwens en zwangerschap...
Maatregelen
Genoemde categorie studenten wordt dringend geadviseerd zich over de genoemde risico’s te laten voorlichten door studentenarts en, in geval van afstudeervak, door de arbo- en milieucoördinator van de kenniseenheid. Indien nodig zal deze een werkplekonderzoek uitvoeren. Verder gelden voor studenten de adviezen voor werknemers, zoals beschreven in de arbowet. Zie ook: Arbowet en zwangerschap...
Om aanspraak te maken op bepaalde voorzieningen en specifieke beschermende maatregelen moet de universiteit wel tijdig worden geïnformeerd door de studente over haar zwangerschap, bevalling en het geven van borstvoeding.
Rookbeleid
Korte omschrijving
Per 1 januari 2004 is de aangescherpte tabakswet van kracht geworden. In het bijzonder is het recht op een rookvrije werkplek uitgangspunt van beleid gemaakt. Het recht op een rookvrije werkplek is er om niet-rokers te beschermen tegen de schadelijke gevolgen van passief roken. Wageningen UR heeft voor alle gebouwen een algemeen rookverbod ingesteld.
Risico’s
In een in 2003 uitgebracht advies van de Gezondheidsraad wordt de schadelijkheid van passief roken beschreven. Zo staat in dit advies dat het risico van niet-rokers op longkanker met 20% en op hart- en vaatziekten met 20 tot 30% toeneemt.
Maatregelen
In alle gebouwen van Wageningen UR is een algemeen rookverbod ingesteld. Het is daarbij niet toegestaan om te roken in het hele gebouw, dus ook niet in werkruimtes van medewerkers (kantoorkamer, kantoortuin of werkplaats) en ruimtes als laboratoria, vergaderzalen, kantines en toiletten. Op een beperkt aantal plaatsen binnen Wageningen UR zijn speciale rookruimtes ingericht. Deze rookruimtes mogen niet gebruikt worden als werkruimte. Een klacht over rookoverlast kan worden ingediend bij de gebouwbeheerder.
Links
Meer informatie over het rookbeleid van Wageningen UR is hier te vinden.