|
25 apr 2002 - 26 apr 2002
Onderdeel:
Wageningen Universiteit
De laatste tijd staan zaken rond voedselveiligheid volop in de belangstelling. Denk daarbij aan zaken zoals de dioxine, antibiotica, residuen van medicijnen, BSE gerelateerd aan de nieuwe variant van Kreutzfeld-Jacob. Ook de brand bij de ATF fabriek in Drachten en de salmonella-problematiek in pluimvee vormen een bron van zorg. Een paar van dergelijke affaires per jaar lijkt erg mee te vallen, zeker als bedacht wordt dat er nauwelijks directe slachtoffers bij gevallen zijn. Maar de directe en indirecte economische consequenties waren telkens enorm. Bovendien werd het vertrouwen van de consument in de voedselveiligheid ernstig aangetast, zowel in het binnenland als het buitenland.
Om dergelijke incidenten in de toekomst zoveel mogelijk te voorkomen stellen de bedrijven in de voedselketen, alsmede de (Europese) overheden, steeds meer eisen aan zowel het productieproces als aan het product zelf. De omvangrijke investeringen die daarvoor nodig zijn kunnen tot een kostenverhoging leiden zonder dat daar in de meeste gevallen extra opbrengsten tegenover staan. Onduidelijk is vaak waar in de keten het meest efficiënt geïnvesteerd kan worden in voedselveiligheid en voedselveiligheidsgaranties. In een aantal gevallen is dit aan het begin van de keten, zoals bij de productie van diervoeders. In andere gevallen is dat in het midden van de keten, bijvoorbeeld bij de verwerking van vlees en melk, of aan het eind van de keten bij de consument.
Na een algemene inleiding over de economische aspecten van voedselveiligheid zal aandacht worden besteed aan de technische aspecten die als basis dienen voor de economie. Aandacht wordt besteed aan de chemische en micro-biologische risico's. Daarna wordt ingegaan op de juridische en sociaal-economische aspecten van voedselveiligheid, o.a. de invloed van de toenemende liberalisatie van de (wereld)handel. De perceptie van voedselveiligheid door de consument is een volgend aandachtspunt. Vanuit de psychologie worden de belangrijkste trends gepresenteerd. Theoretische achtergronden zullen worden afgewisseld met praktische toepassingen en ervaringen aan de hand van een aantal optimalisatie- en simulatiemodellen ter ondersteuning van besluitvorming over voedselveiligheid in de varkens- en melkketen. Als afsluiting van de cursus wordt in de vorm van korte presentaties en een forumdiscussie aandacht besteed aan toekomstvisies van de voedselveiligheid vanuit de consument, de producent en de overheid.
Doelgroep
De cursus is bestemd voor afgestudeerden van Wageningen Universiteit, agrarische hogescholen of anderen van vergelijkbaar kennisniveau, die als adviseur of voorlichter werkzaam zijn bij accountantsorganisaties, banken, verzekeringsbedrijven, mengvoerbedrijven, adviesorganisaties en direct (als bedrijfsadviseur) of indirect (in de aansturing van adviseurs) te maken hebben met managementondersteuning en advisering over voedselveiligheid. Er wordt geen specifieke (bijv. microbiologische) basiskennis verondersteld.
|