Je hebt stress en stress. Aan de ene kant is er de gezonde spanning die we allemaal af en toe nodig hebben om het beste uit onszelf te halen. Aan de andere kant zijn er de voortdurende spanningen waar je je boos of onzeker van voelt, en niet meer van kunt slapen. Die laatste toestand heet chronische stress, en kan samengaan met ernstige ziektes als depressiviteit, angststoornissen en het chronisch vermoeidheidssyndroom. Chronische stress is een ontregeling van het lichaam, dat als het ware niet meer terug kan schakelen naar een toestand van rust. Mensen worden vatbaar voor chronische stress, wanneer ze te lang worden blootgesteld aan gewone stress.
Werken is vaak bijzonder bevredigend en gezellig, maar het werk kan ook uitgroeien tot een bron van voortdurende spanningen. Een autoritaire chef, een collega die het opgefokte 'type A gedrag' vertoont of domweg te weinig tijd voor te veel werk, het kan allemaal bijdragen aan het ontstaan van een chronisch stressvolle situatie. Deze serie lezingen gaat in op de vraag, wat stress nu precies is, en belicht vervolgens de relatie tussen stress en de arbeidsituatie, en de stress-gerelateerde ziekte 'burn-out'. De lezingen bouwen op elkaar voort, maar kunnen ook afzonderlijk gevolgd worden.
De term stress wordt te pas en te onpas gebruikt. Daarom beginnen we met een lezing over de lichamelijke achtergronden. De meeste mensen weten nog wel, dat stress iets met 'adrenaline' te maken heeft. Er zijn echter vele hormonen die op stress reageren. De vraag is nu wat de functie van deze hormonen is bij de poging om zich aan de stressvolle situatie aan te passen en wanneer er een verhoogde kans op ziekte ontstaat.
De lezing wordt verzorgd door Dr. Jaap Koolhaas, hoogleraar in de dierfysiologie aan de Rijks Universiteit Groningen en specialist op het terrein van de stress bij ratten, muizen en landbouwhuisdieren. Hij licht toe welke effecten stressvolle situaties nu precies op het lichaam hebben, wat het verschil uitmaakt tussen gezonde stress en chronische stress, en wat de betekenis daarbij is van persoonlijkheidseigenschappen. Bij het onderzoek naar stress wordt veel gebruik gemaakt van dierproeven. Wat kunnen die wel en niet over de mens zeggen? Want in tegenstelling tot het dier heeft de mens het vermogen, zich bijzonder druk te maken over abstracte zaken als de hoogte van het pensioen dat hij mogelijk over veertig jaar zal ontvangen.