Ir. D.J. Stobbelaar en mw. ir. C.J.M. Hendriks : Hoe landbouwbedrijven bijdragen aan landschapskwaliteit

  Nieuws
  Perskamer
  Archief
  Agenda
  2012
  2011
  2010
  2009
  2008
  2007
  2006
  2005
  2004
  2003
  2002
  2001
  2000
  1999
  Nieuws
  RSS
  Agenda
  Open dagen
  Cursussen
  Promoties & Oraties
  Congressen en symposia

21 mei 2003 14:30
Onderdeel: Wageningen Universiteit
Locatie: Aula (gebouw 362), Gen. Foulkesweg 1, Wageningen
Promotor: prof.dr. A.J.J. van der Valk (Land Use Planning)
Co-Promotor: dr. B. Pedroli (Alterra)

Maatschappelijke wensen ten aanzien van het landelijk gebied verschuiven. Mensen willen landschappen met een eigen identiteit, met meer dan alleen voedselproductie. Intussen neemt de landschapskwaliteit af en het ruimtegebrek toe. De landbouw, zoekend naar legitimatie om in Nederland te blijven voortbestaan, werpt zich op als beheerder van het landschap. Van biologische landbouw, een koploper voor duurzame landbouw, wordt verwacht dat ze bijdraagt aan een aantrekkelijk landelijk gebied. Doel van het onderzoek was zichtbaar te maken hoe verschillende typen landbouw (kunnen) bijdragen aan landschapskwaliteit en multifunctionaliteit. In drie Nederlandse streken (West-Friesland, Waterland en Drenthe) zijn grondgebonden gangbare en biologische landbouwbedrijven onderzocht gedurende vier jaargetijden. Landschapskwaliteit is gedefinieerd als de mate waarin oriëntatie in tijd en ruimte mogelijk zijn. Door de landbouwbedrijven te toetsen aan een streekspecifiek referentiebeeld kon de bijdrage van een individueel bedrijf aan de streek worden bepaald. In alle drie de streken bestaat een spectrum van bedrijven van zeer lage tot zeer hoge landschapskwaliteit met eenzelfde patroon: biologische bedrijven zitten in het hoogste en middelste segment en gangbare bedrijven zitten in het middelste en laagste segment. Op biologische bedrijven komen de abiotische eigenschappen van de plek sterker tot uitdrukking in het grondgebruik en natuurlijke elementen. Ook komen de seizoenen sterker tot uiting in de kleuren- en vormenrijkdom op het bedrijf. Het onderzoek heeft geresulteerd in diverse theoretische bijdragen, methoden en uitgebreid waarnemingsmateriaal. Zij vormen de basis voor een serie aanbevelingen voor het beleid in de groene ruimte, voor de landbouwsector als geheel en voor individuele landbouwbedrijven, en tenslotte voor onderzoek, planning en ontwerp.
Dit proefschrift verschijnt ook als handelseditie in een uitgave van Uitgeverij Blauwdruk Wageningen en wordt tevens opgenomen in de reeks Alterra Scientific Publications
Print dit agenda item