Regisseur: Karel Káchyna
Tsjechië, 1993
86 minuten, kleur
Toegangsprijs: € 5,--
Kráva (De koe) speelt rond 1900. Als zijn moeder ziek wordt, verkoopt zoon Adam hun enige bron van inkomsten: de koe (een mooie roodbonte blaarkop). De met de opbrengst gekochte medicijnen mogen niet meer baten, want bij terugkomst is zijn moeder dood. De contactgestoorde, weinig spraakzame Adam leeft in zijn eentje verder, totdat de dienstmeid van de slager hem het hof begint te maken.
De kracht van Kráva ligt in het ontroerende, lyrische acteren en camerawerk. Het landschap wordt schitterend in beeld gebracht en de twee personages hebben zo'n onschuldig, naïeve uitstraling, dat je automatisch genegenheid voor hen opvat. De film heeft een emotionele directheid, die verraadt dat Kachyna's hart op het platteland ligt. De destijds zeventigjarige regisseur: "Ik houd van de mensen op het platteland, van hun warmte en hun directheid, van hun openheid en hun gedrag, een openheid die de meeste stadsbewoners lang geleden verloren hebben."