Tot aan zijn uitsterven in 1627 heeft de oeros (Bos primigenius) grote indruk op de mens gemaakt. In grotten in Frankrijk en Spanje is hij veelvuldig afgebeeld en Julius Caesar wist te melden dat men met het doden van dit weerbare dier veel eer kon inleggen.
In de jaren dertig van de vorige eeuw begonnen de Duitse gebroeders Heck met hun experimenten om de oeros te reconstrueren. Met het creëren van de Heckrunderen hebben ze de publieke belangstelling gewekt voor de oeros en zijn leefwereld.
De introductie van Heckrunderen in natuurgebieden bracht nieuwe discussies op gang. Deze gingen niet alleen over de kwaliteit van Heckrunderen als ‘teruggefokte oerossen’, maar ook over hun vermeende capaciteit om het natuurlijke landschap te structureren tot een halfopen parkachtig landschap. Hoewel nog niet alle aspecten rond deze diersoort verklaard zijn, is het wel al mogelijk een globaal beeld van dit dier en zijn ecologie te schetsen.
Cis van Vuure studeerde Bosbouw aan de voormalige Landbouwhogeschool in Wageningen. Met name na zijn studie ging hij zich bezig houden met de historische aspecten van bossen en de grotere zoogdieren daarin. Vanuit die specialisatie kwam het in 2003 gepubliceerde boek De oeros – het spoor terug voort.