Dhr. Mohammad Javad Ardeh : Beheersing van schadelijke witte vlieg met sluipwespen

  Nieuws
  Perskamer
  Archief
  Agenda
  2012
  2011
  2010
  2009
  2008
  2007
  2006
  2005
  2004
  2003
  2002
  2001
  2000
  1999
  Nieuws
  RSS
  Agenda
  Open dagen
  Cursussen
  Promoties & Oraties
  Congressen en symposia

7 feb 2005 16:00
Onderdeel: Wageningen Universiteit
Locatie: Aula (gebouw 362), Gen. Foulkesweg 1, Wageningen
Promotor: prof.dr. J.C. van Lenteren (Entomology)
Co-Promotor: dr. P.W. de Jong

Witte vlieg (Homoptera: Aleyrodidae) behoort tot de belangrijkste plagen ter wereld in de agronomische-, groente- en sierteelt. Het mislukken en de hoge prijs van chemische bestrijding heeft tot de ontwikkeling van een biologisch bestrijdingsprogramma geleid. Het doel van Ardeh’s werk was het vergelijken van de effectiviteit van een sexuele, versus een asexuele populatie van een parasitoid, Eretmocerus mundus, uit de familie van de Hymenopteraom om de witte vlieg Bemisia tabaci te bestrijden.
De resultaten lieten zien dat, terwijl de sexuele populatie meer nakomelingen produceerde, de populatiegroeisnelheid weinig verschilde tussen de twee populaties. Mannetjes reageerden op vluchtige- en niet-vluchtige feromonen van maagdelijke vrouwelijke soortgenoten. De sexuele- en asexuele populatie produceerden echter geen vrouwelijke hybride nakomelingen. Ardeh bestudeerde de mate van verschillen in erfelijke eigenschappen tussen deze populaties om te onderzoeken of de sexuele en asexuele lijnen in feite verschillende soorten vertegenwoordigen. Uit zijn onderzoek bleek dat de verschillen tussen de lijnen ongeveer net zo groot was als tussen soorten, wat het idee ondersteunt dat we ze inderdaad als verschillende soorten moeten beschouwen.
Dit bleek ook uit de wijze waarop de parasitoid met de gastheer omging (gastheerbehandeling, -discriminatie en -competitie). Zo werd er een verschil gevonden in het eileggedrag en ‘gastheer-voeden’. Van alle gedragingen rond de gastheer duurde de eigenlijke eileg het langst. Het leggen van eitjes op derde-stadium nymfen kostte bovendien meer tijd dan op jongere stadia. Ardeh registreerde een relatief lange duur van ‘host feeding’ (waarbij de parasitoid zich voedt met de gastheer), vooral van het maken van wonden in de gastheer. Dit ‘gastheer-voeden’ leidt uiteindelijk tot de dood van de gastheer.
Ervaren vrouwtjes vermeden eileg onder reeds geparasiteerde gastheren, maar naieve vrouwtjes niet. Beide E. mundus populaties bleken een even grote kans te hebben om de competitie te winnen bij superparasitisme, d.w.z. het leggen van een ei in een gastheer die reeds geparasiteerd is.
Samenvattend heeft Ardeh (1) verschillen in de biologie tussen beide E. mundus populaties gevonden; (2) een ‘uitdaging’ in het vinden van een partner in de sexuele populatie gedocumenteerd; (3) sequentieverschillen tussen de sexuele en asexuele populaties aangetoond, en (4) geen invloed op gastheerbehandelingsgedrag, gastheerdiscriminatie en competitie tussen de lijnen gevonden.
Print dit agenda item