Ir. H.J. Smit : Van welke rassen eet de koe het meeste gras?

  Nieuws
  Perskamer
  Archief
  Agenda
  2012
  2011
  2010
  2009
  2008
  2007
  2006
  2005
  2004
  2003
  2002
  2001
  2000
  1999
  Nieuws
  RSS
  Agenda
  Open dagen
  Cursussen
  Promoties & Oraties
  Congressen en symposia

27 apr 2005 14:00
Onderdeel: Wageningen Universiteit
Locatie: Aula (gebouw 362), Gen. Foulkesweg 1, Wageningen
Promotor: prof.dr.ir. S. Tamminga (emeritus) (Animal Nutrition - Ruminants)
Co-Promotor: dr.ir. A. Elgersma

Opname van gras door koeien is de meest beperkende factor voor melkproductie. In dit onderzoek is gekeken of de grasopname met het gebruik van nieuwe grasrassen verhoogd kan worden. Er is gekeken naar Engels raaigras, omdat dit de belangrijkste grassoort in Nederland is.
Allereerst bleek dat er voldoende variatie was voor factoren die grasopname bepalen, zoals gewas structuur, morfologie en chemische samenstelling. Vervolgens is er gezocht naar een methode om grasopname te bepalen. Daarvoor is een nieuwe methode gebruikt, de zgn. alkanen techniek. Deze methode bleek betrouwbaarder dan de klassieke maaimethode.
In een graasexperiment is vervolgens onderzocht of grasras een effect had op de grasopname, dit was niet het geval. Een hogere grasopname hing wel samen aan een hoog aanbod van vooral gras bladeren, gewashoogte en een gezond gewas, maar verschillen tussen rassen waren niet voldoende om grasopname verschillen tot uiting te laten komen. In een keuze experiment waarin melkkoeien konden kiezen tussen 6 rassen was wel een effect te zien van grasras.
Melkkoeien kozen voor rassen met een hoog suiker gehalte en hoge verteerbaarheid en een laag gehalte aan celwanden.
Print dit agenda item