Proefschrift: Contribution to the biosystematics of Celtis L. (Celtidaceae) with special emphasis on the African species.
Celtis L. (Celtidaceae, eerder deel uitmakend van de Ulmaceae) is een genus met voornamelijk boomsoorten, dat van nature is verspreid in Afrika, het Middellandse Zeegebied, Azië, Noord- en Zuid-Amerika, en noordelijk Australië. Buiten het natuurlijke verspreidingsgebied worden diverse soorten in de gematigde zone aangeplant, maar ze komen voor in diverse verschillende ecologische habitats, tropische en gematigde gebieden op alle continenten. Sommige soorten hebben sierwaarde, sommige worden voor hout en herbebossing gebruikt.
Dit proefschrift is gecentreerd op Afrikaanse Celtis soorten met de bedoeling een algemene fylogenie van de Celtidaceae te leveren, de verwantschappen van de Afrikaanse soorten te begrijpen, een revisie van de Afrikaanse Celtis soorten te maken, de belangrijkste morfologische kenmerken te bestuderen, en een conspectus, een algemeen overzicht van de namen en synoniemen te geven.
Dit onderzoek leverde resultaten, waarvan de volgende zijn uitgelicht: Ulmaceae s.l. zijn niet monofyletisch en wij bevestigen dat de familie in twee delen moet worden opgesplitst: Ulmaceae s.s. en Celtidaceae; de Celtidaceae zouden met de Cannabaceae moeten worden samengevoegd, over het algemeen is Celtis zelf monofyletisch, maar voor meer ondersteuning moeten we meer markers gebruiken en soorten toevoegen. In de verwantschap van Celtis kunnen een aantal clades worden onderscheiden, speciaal voor de Zuid-Amerikaanse soorten die door de aanwezigheid van doorns in een aparte clade kunnen worden gerangschikt, dit morfologische kenmerk onderscheidt de groep van de rest van het genus Celtis. Afrikaanse en Aziatische Celtis vormen een gemengde clade, deze kan beïnvloed zijn door de verspreiding (dispersie) van deze soorten.
In totaal zijn er 12 soorten Celtis onderscheiden in Afrika en Madagascar: Celtis adolfi-friderici, C. africana, C. australis, C. mildbraedii, C. gomphophylla, C. prantlii, C. tessmannii, C. toka, C. wightii, en C. zenkeri. Op Madagascar kan men twee endemische soorten aantreffen: C. bifida en de onlangs als nieuw beschreven soort Celtis malagasica. Voor Australië werd een nieuwe soort afgesplitst uit het “Celtis philippensis complex”: Celtis australiensis. De belangrijkste morfologische kenmerken om soorten te onderscheiden zijn bladvorm, nervatuur, beharing, huidmondjes, bloeiwijzen, stuifmeel, vruchtvorm en die van het endocarp. Twee soorten pollenkorrels konden worden onderscheiden op de basis van hun kiemopening; twee soorten haren zijn te onderscheiden (met en zonder klieren), de huidmondjes vindt men in drie types: paracytisch, cyclocytisch en anisocytisch; de bloeiwijzen zijn bepaald (cymeus) en de vruchten zijn steenvruchten (drupa), het endocarp van Celtis varieert van rond-ellipsoïde tot eivormig in verschillende grootte, kleuren en textuur.
De conspectus bevat ongeveer 500 namen op de rangen van soort en infraspecifische taxa, waarvan er vele nog voor publicatie- en typificatie detaillering moeten worden nagezocht. Om betere verwantschapspatronen in Celtis te verkrijgen kan in het algemeen worden aanbevolen het genus te revideren voor Azië.