Nederland staat in het buitenland bekend vanwege de oranjegekte bij sportmanifestaties, maar ook om de opvallende afwezigheid van nationalisme. Dat lijkt moeilijk te rijmen. Inderdaad houden we niet van nationale zelfverheffing. Immers, sinds de middeleeuwen zijn we afhankelijk van internationale handel, waardoor we ons noodgedwongen tolerant tonen. Bovendien doe je op het wereldpodium onopvallend de beste zaken.
De balans komt weer in evenwicht door het uitdragen van een wijgevoel in naam van Oranje. Er is bij ons een groeiende behoefte aan het demonstreren van saamhorig kuddevertoon, waarbij wij in de nationale totemkleuren rondhossen.
Maar hoe verhoudt zich dat dan tot die warsheid van enig nationaal vertoon? En is een (her)bezinning op de nationale identiteit in het licht van Europa niet urgenter dan ooit?
Herman Pleij is hoogleraar Historische Nederlandse Letterkunde aan de UvA en schrijft in dag- en weekbladen over cultuurhistorische onderwerpen.