Linnaeus heeft goed werk gedaan: bijna drie eeuwen wordt al met zijn kordate, eenduidige indeling van het plantenrijk gewerkt. Naast zijn werklust is ook zijn enthousiasme voor flora en fauna legendarisch: een onderzoeker én docent van wereldklasse.
Stel dat hij nu op aarde zou komen, stel dat hij deze zomer in arboretum De Dreijen Wageningen binnenstapt: ‘Waarmee zouden we hem dan gelukkig maken?’ Natuurlijk met een Lusthof die zijn zinnen zal prikkelen, hem zal verbazen, amuseren en ontroeren, zodat hij aan het einde denkt: Ik ben begrepen in mijn diepste wezen, namelijk als verwonderd mens! En ik heb nog wat geleerd ook!
Om dit te bereiken hebben zeven Wageningse kunstenaars kunstwerken gecreëerd waarvan sommige geïnspireerd zijn op nieuwe inzichten in de biologie: het virus, het DNA, de celdeling, een blik op het binnenste van de plant door de krachtigste microscopen van deze tijd. Anderen willen zijn zinnen prikkelen door een onverwachte kleuring van bomen, kinderstemmen die zijn namen roepen, gedichten die een andere kijk geven op het waarnemen van de natuur. Maar ook aan de schaduwzijde van het verloop der jaren is gedacht, door een kerkhof waar de honderden planten rusten die sinds zijn tijd zijn verdwenen.
In 2007 herdenken we dat de beroemde Zweedse botanicus Carl von Linné, ofwel Linnaeus (1707 – 1778) driehonderd jaar geleden werd geboren. Linnaeus was de man die orde schiep in het planten en dierenrijk en deze systematisch in geslachten en families te rangschikken.
Het Arboretum De Dreijen is een van de twee botanische tuinen van Wageningen Universiteit en Researchcentrum. De tentoonstelling 'Een Lusthof voor Linnaeus' werd mede mogelijk dankzij bijdragen van KLV, Wageningen Universiteit en Researchcentrum, Gemeente Wageningen, VSBfonds, Rijk Zwaan, Kinnarps en Nunza B.V.
De Casteelse Poort
In Museum start op 16 juni een tentoonstelling over Linnaeus en het herbarium van George Clifford. De rijke Engelse koopman, bestuurder van de VOC en bewoner van buitenverblijf 'De Hartecamp', gaf Linnaeus opdracht zijn collecties in kaart te brengen.
Linnaeus kreeg na zijn promotie aan de universiteit van Harderwijk (1735) een aanstelling als lijfarts bij de rijke koopman George Clifford in Heemstede. Deze Engelsman bezat een omvangrijke collectie planten, dieren en mineralen. Uit onderzoek van Linnaeus aan de exotische plantenverzameling ontstond het beroemde boek Hortus Cliffortianus (De tuin van Clifford). De Wageningse universiteit heeft daarvan een exemplaar in bezit, dat nu in het museum wordt getoond. Ook van de omvangrijke verzameling gedroogde planten uit Cliffords tuin, het Herbarium Cliffortianum, is een selectie op de tentoonstelling aanwezig.
In ons land heeft Linnaeus in feite, zo blijkt achteraf, de grondslag gelegd voor heel zijn latere carrière. Om Cliffords omvangrijke plantencollectie te kunnen ordenen maakte hij gebruik van een geheel nieuwe, door hemzelf ontwikkelde methode van naamgeving, bestaande uit een Latijnse geslachtsnaam en een treffende bijnaam. Nog tijdens zijn verblijf in ons land publiceerde hij zijn ideeën daarover in Systema Naturae. Die publicatie zou hij nadien nog vele malen herzien en aanvullen, totdat zij was uitgegroeid tot het nu wereldberoemde meerdelige standaardwerk. Enkele delen daarvan worden in het Wageningse museum getoond. Naast originele werken van Linnaeus laat het museum bovendien een aantal planten- en dierenatlassen zien van tijdgenoten van Linnaeus.