Dit onderzoek gaat over ideeën en veronderstellingen over vredesopbouw door organisaties uit het maatschappelijk middenveld (‘civil society’) en hun ondersteuning door internationale ontwikkelingsorganisaties. Sinds het begin van de jaren 1990 hebben internationale ontwikkelingsorganisaties en donors steeds meer oog voor de bijdragen die lokale maatschappelijke organisaties kunnen hebben aan vrede. Echter, de betrokkenheid van internationale organisaties in lokale vredesopbouw is een betrekkelijk nieuw fenomeen. Er zijn nog altijd veel vragen over het karakter, de praktijken, en de mogelijke rollen van lokale maatschappelijke organisaties in vrede. Hoe kunnen internationale organisaties lokale vredesopbouw initiatieven beter ondersteunen?
Dit onderzoek analyseert dit soort vragen door te kijken naar organisaties die aan vredesopbouw werken en hun interventies in zuidelijke Soedan, Burundi, het Grote Meren Gebied, en Guatemala. Het analyseert de dagelijkse organisatiepraktijken van zulke organisaties. Het onderzoekt de verschillende betekenissen van vredesopbouw, de praktijken en politiek van het interpreteren van conflict, en hoe geplande interventies uitwerken in de praktijk. Het onderzoek benadrukt het belang van impliciete aannames over mogelijke rollen en bijdragen van maatschappelijke organisaties in vredesopbouw werk. Tenslotte beschrijft de studie de verschillende processen waardoor internationale organisaties uitkomen op bepaalde interpretaties van conflict en vredesopbouw.
Titel proefschrift: "Partners in Peace ; Discourses and Practices of Civil-society Peacebuilding"