Iedereen die werkt met, of onderzoek doet naar dieren krijgt onvermijdelijk te maken met wat deze dieren eten en hoe ze hun voedsel zoeken, bemachtigen en verwerken. Zonder kennis van deze onderwerpen is het gedrag van deze dieren niet te begrijpen en het op de juiste wijze verzorgen van dieren is dan ook niet mogelijk.
In dit practicum ga je de schedels van een aantal zoogdieren vergelijken die verschillen in het soort voedsel waarvan ze leven. De belangrijkste vijf dieettypen zijn: insectivoren (insecteneters), carnivoren (vleeseters), piscivoren (viseters), herbivoren (planteneters, onder te verdelen in grazers en knagers) en omnivoren (alleseters). Aan de schedel bestudeer je het gebit, het kaakgewricht en de kaakspieren zodat je kunt afleiden wat voor voedsel ze kunnen verwerken.
Meer informatie op www.mijnwageningenuniversity.nl