Dhr.ir. D.L. (Rik) Schuiling: Sagopalm geeft geheimen niet gemakkelijk prijs

  Nieuws
  Perskamer
  Archief
  Agenda
  2012
  2011
  2010
  2009
  2008
  2007
  2006
  2005
  2004
  2003
  2002
  2001
  2000
  1999
  Nieuws
  RSS
  Agenda
  Open dagen
  Cursussen
  Promoties & Oraties
  Congressen en symposia

1 apr 2009 16:00
Onderdeel: Wageningen Universiteit
Locatie: Aula, gebouw 362, Gen. Foulkesweg 1, Wageningen
Organisatie: Wageningen Universiteit
Promotor: prof.dr.ir. P.C. Struik (Gewasfysiologie)

Sagopalm geeft geheimen niet gemakkelijk prijs

De sagopalm (Metroxylon sagu) is een palm van het vochtige tropische laagland die zetmeel opslaat in de stam. Na 10 tot 20 jaar verbruikt de palm dit zetmeel goeddeels weer zelf om met die energie het enorme bloemgestel met de duizenden, golfbal-grote vruchten te vormen. De mens kan de palm te vlug af zijn door de stam op tijd te kappen en het zetmeel te oogsten. Anders dan bij exploitatie voor de eigen voedselbehoefte (oostelijk Indonesië, Papua Nieuw Guinea) luistert bij grootschalige verbouw als zetmeelgewas (b.v. voor de productie van bio-ethanol) het oogsttijdstip nauw. Uit onderzoek naar het verloop van de zetmeelopslag in de tijd op de Molukse eilanden Seram en Saparua in Indonesië bleek echter dat gevonden verschillen (van enkele tientallen tot wel 800 kg droog zetmeel per stam) niet zo gemakkelijk met verschillen in stamleeftijd in verband waren te brengen: de leeftijd valt nauwelijks aan de palm af te lezen; er zijn grote verschillen tussen sagopalmvariëteiten; en bovendien speelt de groeiplaats waarschijnlijk een grote rol. Het zoeken naar leeftijdskenmerken leverde echter vele nieuwe gegevens op en de genetische diversiteit van de sagopalm werd in kaart gebracht. Er kon worden vastgesteld dat de palm ook met halfvolgroeide vruchten nog grote hoeveelheden zetmeel kan bevatten.

Titel proefschrift: “Growth and development of true sago palm (Metroxylon sagu Rottbøll) with special reference to accumulation of starch in the trunk. A study on morphology, genetic variation and ecophysiology, and their implications for cultivation”.



Print dit agenda item