Planten kunnen voor hun stevigheid niet vertrouwen op een skelet zoals wij mensen dat hebben. In plaats daarvan moeten de meeste cellen een steentje bijdragen, door omringd te zijn door een stevige celwand en onder hoge druk te staan. Als een plant in de lengte groeit, en de cellen dus ook, moet de celwand in één bepaalde richting opgerekt worden. Deze richtingsgevoelige groei wordt mogelijk gemaakt door de microfibrillen in de celwand die als een korset in een bepaalde richting om de cel worden gewikkeld. De ligging hiervan spiegelt het onderliggende patroon van parallelle microtubuli, stevige dunne eiwitbuisjes, die zich aan de binnenkant van de celwand en het celmembraan bevinden.
Het beschreven onderzoek gaat over de vraag hoe deze microtubuli, die als een soort wormpjes over de binnenkant van het celmembraan ‘kruipen’, zichzelf kunnen organiseren in de waargenomen structuur: parallel aan elkaar en loodrecht op de groei-as van de cel. Het systeem heeft vele ingrediënten, zoals de groei- en krimpsnelheid van individuele microtubuli, maar ook de beschrijving van wat er gebeurt bij een botsing. Uit analytisch werk en simulaties komt naar voren dat de ordening van microtubuli met name wordt veroorzaakt door zogenaamde `catastrofale botsingen’, waarbij een groeiende microtubule na een botsing begint te krimpen. Ook laten simulaties zien dat de cel de richting van het ‘korset’ kan bepalen door kleine lokale veranderingen in de eigenschappen van de microtubuli.
Titel proefschrift:"Biomolecular design elements: cortical microtubules and DNA-coated colloids”