Regionale sturing van natuur in Nederland; vier decennia aan sturingsvormen- en verschuivingen op de Utrechtse Heuvelrug en in Midden-Brabant
Beleidsvelden met een collectief belang, waaronder natuurbeleid, worden traditioneel gezien aangestuurd door de overheid. De afgelopen jaren ontwaren beleidswetenschappers echter een afname aan overheidsdominantie in dergelijke beleidsvelden, terwijl ze tegelijkertijd een toenemende bemoeienis zien van partijen zonder overheidsachtergrond. Deze trend staat bekend als de shift in governance (verschuiving in sturing).
Als we vanuit dit perspectief kijken naar het Nederlandse natuurbeleid, dan ontstaat een verwarrend beeld. Minstens drie verschillende beweringen lijken mogelijk, namelijk een verschuiving in sturing, een omgekeerde verschuiving en geen verschuiving. Dit proefschrift ontrafelt deze sturingspuzzel, door uiteen te zetten hoe overheden en niet-overheden in de loop van de tijd het Nederlandse natuurbeleid hebben vormgegeven. Daarbij is ingezoomd op de Utrechtse Heuvelrug en Midden-Brabant. Er is onderzocht welke traditionele (hiërarchische sturing, gesloten samenwerking) en nieuwere sturingsvormen (open samenwerking, zelfsturing) door de tijd heen in deze gebieden naar voren komen.
Uit het onderzoek blijkt dat alle drie de claims uit de sturingspuzzel in bepaalde mate geldig zijn. Een omgekeerde verschuiving vindt plaats in het sectorale natuurbeleid, tussen het midden van de jaren ’70 en het midden van de jaren ’90. Daarna vindt een sturingsverschuiving plaats, wanneer het natuurbeleid een meer integraal en regionaal karakter krijgt. Tenslotte blijkt dat één van de traditionele sturingsvormen, gesloten samenwerking, in zowel het sectorale als integrale natuurbeleid naar voren komt.