Veel boeren streven niet naar het maximaliseren van hun winst. Ze houden bijvoorbeeld varkens omdat het hun ambitie is het familiebedrijf voort te zetten, of om onafhankelijk te zijn. Daar richten zij hun bedrijf op in. Zij kennen aan de dieren daarbij een waarde toe, zoals economische waarde, die past bij de bedrijfsstijl. Dat concludeert Monica Commandeur in haar proefschrift dat zij 13 juni aan Wageningen Universiteit verdedigt.
Op grond van interviews en enqutes onderkent promovenda Monica Commandeur in haar onderzoek verschillen in ambities en zingeving bij varkenshouders. Zij richt zich daarbij op de regio Twente en de Achterhoek.
Ze concludeert dat boeren streven naar een optimale economie van hun bedrijf voorzover de bedrijfsvoering tegemoet komt aan hun ambitie en zingeving. Zo onderscheidt zij vijf bedrijfsstijlen die onderling verschillen in strategie, productiviteit, bedrijfsdoel en in de mogelijkheden om de productie te verbeteren. De onderzoekster kenschetst de bedrijfsstijlen met de metaforen ondernemers, vaklieden, erfhouders, takhouders en afbuigers. Elke bedrijfsvoering kent zijn eigen logica in de opvattingen en aanpak en heeft zijn invloed op het milieu en sociale omgeving. Maar ook hebben de varkens voor de boer in elke bedrijfsstijl telkens een andere waarde.
De ondernemers kennen de markt en richt zich daarop. De ondernemende varkenshouder stelt zich ten doel de productie te maximaliseren, ondermeer door de efficintie te verhogen. Hij maakt bedrijfsplannen en investeert om de concurrentie voor te blijven.
De vakman kent zijn bedrijf en streeft ernaar de productie met zo weinig mogelijk arbeid maximaal te maken. Ook hierbij past een bedrijfsmatige aanpak en is concurrentie 'gewenst'. Het varken wordt net als door de ondernemer gezien als een economisch productiedier.
Tot de erfhouders behoren de familiebedrijven. De boerenfamilie ontleent haar identiteit en voldoening aan de familiaire landbouwbeoefening. Op die manier vergaart de boer zijn inkomen voor het gezin. Ze zijn onafhankelijk en pragmatisch ingesteld. De erfhouder heeft meestal een gemengd bedrijf van koeien, varkens, kippen en akkers, maar soms ook een camping, zorgboerderij om het risico te spreiden.
De takhouders zijn de boeren die zich verbonden voelen met de bedrijfstak, bijvoorbeeld de varkenshouderij, waarbij het houden, huisvesten en verzorgen van varkens hen de boerenidentiteit verleent. Het varken als dier staat centraal. Deze boeren willen zich onafhankelijk voelen, vinden meedoen belangrijker dan winnen en investeren weinig.Bij de afbuigers tenslotte, is het houden van varkens niet meer de hoofdactiviteit. De boer in deze verzamelgroep bouwt zijn varkenshouderij af en stopt veelal met het bedrijf. Velen zoeken zelfs elders een baan.
De bank, de overheid met zijn regelgeving, leveranciers en afnemers hebben per bedrijfsstijl een andere impact op het bedrijf. De promovenda meent dat deze partijen meer rekening zouden moeten houden met de gevolgde stijl. Want juist door de bedrijfsstijl in de 'berekening' mee te nemen, kunnen de effecten van interventies, zoals nieuwe regels, beter in kaart worden gebracht.
NOOT VOOR DE REDACTIE
Nadere informatie bij ir. Monica Commandeur, tel. 0317 482498 of 030 2935307, e-mail monica.commandeur@wur.nl.
Behandeld door: Jac Niessen, wetenschapsvoorlichter, tel. 0317 485003, e-mail jac.niessen@wur.nl.
U kunt ook mailen naar de Stafafdeling Communicatie: pers.communicatie@wur.nl