Arbeidskosten voor het telen van bloemen zijn in Oost-Afrika een fractie van die in Nederland. Kost een dag lang arbeid in Nederland 160 euro, in Tanzania is dat maar n dollar, in Kenia twee dollar. Daarmee hebben Kenia, Oeganda en Tanzania een belangrijk voordeel in de concurrentie met Nederlandse telers. Het ontbreekt ze alleen nog aan kennis, daarvoor zijn ze afhankelijk van Nederland.Dat is een van de conclusies van een studiereis van vertegenwoordigers uit de sierteeltsector, georganiseerd door het ministerie van LNV, directie Industrie en Handel naar de landen. Ir Jo Wijnands van het LEI was mee en stelde een verslag op. Volgens Wijnands heeft de bloementeelt in Oost-Afrika vooral perspectief voor arbeidsintensieve bloemen, zoals kleinbloemige rozen en stekken van chrysanten. De sector is in Kenia al behoorlijk professioneel, zegt Wijnands, en groeit ook in Oeganda sterk, vooral dank zij goede samenwerking tussen de telers. In Tanzania blijft de groei achter door een gebrek aan nieuwe investeringen. Wijnands denkt dat het weinig zin heeft om te proberen de arbeidsintensieve bloementeelt in Nederland te houden. ,,Zo is dat ook met textiel en scheepsbouw gegaan. Het is beter mee te gaan in die verandering en je toe te leggen op datgene waar je wel nog het beste in bent op de markt. Nederlandse telers kunnen zich beter toeleggen op kennis- en kapitaalsintensieve bloemen als de grootbloemige roos, zegt Wijnands. Om daarvan regelmatig nieuwe kleuren en variteiten op de markt te brengen is onderzoek en kennis nodig, waarin Nederland een voorsprong heeft. Daarnaast kan Nederland ook een rol spelen in het opzetten en ondersteunen van kennisopbouw en opleidingen in Oost-Afrika die de productie daar kunnen verbeteren. | Joris Tielens