De Haringvlietsluizen en stuwen in de Maas- en Rijntakken vormen een te grote barrire voor zeeforel en zalm, vissen die elk jaar hunkeren naar de paaigebieden in de bovenlopen van de grote rivieren. Dat blijkt uit onderzoek van promovendus Abraham bij de Vaate.Om de vissen een betere kans te geven, stelt de onderzoeker voor de Haringvlietsluizen voor een deel open te stellen. ,,De kustzone voor de Haringvlietdam, de buitendelta, is een gebied waar veel vissen zich verzamelen. Ze worden aangetrokken door het zoete water dat vanuit het Haringvliet wordt gespuid, maar ze kunnen de Haringvlietdam niet passeren. De sluizen zouden open moeten in de maanden juni, juli, oktober en november, de belangrijkste intrekperioden van de vissen.
Bij de Vaate is ook projectleider aquatisch ecologisch onderzoek bij het Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling (RIZA). Hij vindt het ook nodig vistrappen aan te leggen bij de stuwen van Grave en Borgharen in de Maas. Dit zijn de twee resterende stuwen in de Maas waarbij een dergelijke doortrekvoorziening nog niet is gerealiseerd. Verder moeten er vistrappen komen bij diverse stuwen in de Nederrijn en de Lek.
Bij de Vaate volgde met behulp van telemetrie enkele honderden zeeforellen in de periode 1996 tot en met 2000. Zo ontdekte hij dat de meeste zeeforellen nu vooral de Nieuwe Waterweg gebruiken als ingang voor de benedenrivieren. Ze zwemmen via de Oude Maas, Dordtsche Kil en Beneden Merwede uiteindelijk naar de Waal. Maar als de Haringvlietsluizen open gaan en de vistrappen er komen, zal het aantal zeeforellen dat de rivieren intrekt en succesvol paait waarschijnlijk toenemen. Bij de Vaate verwacht dat ook de Rijnzalm zal profiteren van de maatregelen, aangezien deze vis een migratiepatroon heeft dat vergelijkbaar is met die van de zeeforel. De Rijnzalm heeft het net als de zeeforel moeilijk; dit komt door de verstuwing van de rivieren, de vrij slechte waterkwaliteit en de verslibbing van paaibedden. De Rijnzalm was in de eerste helft van de twintigste eeuw zelfs helemaal verdwenen uit de Rijn.
Bij de Vaate stelt ook voor om in de belangrijkste migratieperioden van de vissen strenger te controleren op de naleving van het vangverbod door beroeps- en recreatievissers. Op de Maas kan volgens de promovendus de optrek van zeeforel nu al verbeterd worden door bij de stuwen waar nog geen vistrap is gerealiseerd in de migratieperioden de scheepvaartsluis dagelijks enige malen een lege schutting uit te voeren. De betreffende sluizen fungeren dan even als vissluis. Met de scheepvaartsluis in de stuw bij Borgharen zijn daarmee in het najaar van 2001 goede ervaringen opgedaan. | Hugo Bouter
Abraham Bij de Vaate promoveerde op 13 mei bij prof. Marten Scheffer, hoogleraar aquatische ecologie en waterkwaliteitsbeheer