In de Nederlandse bossen heeft zich een enorme verschuiving voorgedaan van naald- naar loofbossen. Twintig jaar geleden bestond het bos vooral uit naaldbomen, nu is er anderhalf maal zoveel loof- als naaldbos. De verschuiving heeft zich vooral de laatste twintig jaar voorgedaan, volgens ing Jan Clement en ir Lammert Kooistra van het Centrum voor Geo-informatie (CGI).De onderzoekers hebben de Eerste Bosstatistiek uit 1939-1942 gedigitaliseerd. De kaarten met informatie over de beplanting in Nederland zijn daarmee bruikbaar geworden voor een langetermijnvergelijking met de Vierde Bosstatistiek uit 1983 en met de digitale topografische kaart van Nederland uit 2002 van de Topografische Dienst. Ten tijde van de Eerste Bosstatistiek telde Nederland 180.000 hectare naaldbos en 13.000 hectare loofbos. Uit de vergelijking blijkt dat tot 1983 zowel het areaal naaldbos als het areaal loofbos licht stijgt. Na 1983 vervijfvoudigt het oppervlak aan loofbossen, terwijl het oppervlak aan naaldbossen met de helft afneemt.
Volgens Clement zijn de cijfers enigszins geflatteerd, omdat de nieuwe digitale topografische kaart werkt met veldjes van vijfhonderd bij vijfhonderd meter, waarin hoofdboomsoorten worden aangemerkt. De oorspronkelijke kaarten zijn gescand en digitaal bewerkt tot op 25 bij 25 meter nauwkeurig. Op die schaal zijn niet alleen de grotere bossen en bosschages zichtbaar, maar ook de kleinere landschapselementen als wegbeplantingen.In grote lijnen kloppen de cijfers echter wel, stelt Clement.
Het ministerie van LNV wil het digitale bestand van de kaarten uit 1938 gebruiken als referentiemateriaal voor het Meetnet Kleine Landschapselementen.
Op de digitale kaart van bos, natuur en landschappelijke beplantingen die het Centrum voor Geo-informatie maakte is duidelijk te zien hoe in de verschillende provincies met bijvoorbeeld wegbeplantingen is omgegaan. In Zeeuws-Vlaanderen overheersen de populieren langs de wegen, in Noord-Holland zijn de patronen van iepen langs polderwegen te zien, en in de Achterhoek is duidelijk zichtbaar hoe kleinschalig en rommelig het landschap is. | Martin Woestenburg