Ook kennis moet eerlijker verdeeld worden tussen rijk en arm

  Nieuws
  Perskamer
  Archief
  Agenda
  Nieuws
  2011
  2010
  2009
  2008
  2007
  2006
  2005
  2004
  2003
  2002
  RSS
  Agenda
  Open dagen
  Cursussen
  Promoties & Oraties
  Congressen en symposia

27 nov 2003
Onderdeel: Wageningen-UR
Nummer: 0335_3

Leidt vrije handel en globalisering voor arme landen tot ontwikkeling of tot neokolonialisme? Die vraag stond centraal op de internationale landbouwdag die de Koninklijke Landbouwkundige Vereniging, hogeschool Larenstein en het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) vorige week voor de 75e keer organiseerden. Het ging vooral over de rol van onderwijs en wetenschap in die globalisering.

Prof. Ismael Serageldin, ereprofessor van Wageningen Universiteit, oud vice-voorzitter van de Wereldbank en directeur van de bibliotheek van Alexandria, was het pronkstuk van de conferentie. Hij benadrukte de 'aanstootgevende' en groeiende kloof tussen rijk en arm in de wereld. Die vertaalt zich ook in een ongelijke verdeling van wetenschappelijke capaciteit. Het opleiden van mensen uit ontwikkelingslanden is daarom belangrijk, maar een braindrain ligt op de loer. Zo komt 27 procent van de bezitters van een doctorsgraad in de Verenigde Staten uit het buitenland. En in 1999 wilde 72 procent van de buitenlandse studenten in de VS daar blijven. Om dat tij te keren is het sandwich-programma, waarbij buitenlandse promovendi een belangrijk deel van hun studie in eigen land doen, een goede formule, denkt Serageldin. Speciale kansen voor vrouwen en minderheden kan ook helpen.

Dr Bram Huijsman, directeur van het Noord-Zuid Centrum, verving bestuursvoorzitter Aalt Dijkhuizen. Huijsman kon inkoppen op de voorzet van Serageldin met zijn presentatie over het groeiend aantal internationale studenten aan Wageningen UR. Hij zei dat Wageningen UR haar internationale werk wil uitbreiden. Europa ziet het daarbij als springplank naar de rest van de wereld. In de toekomst zou Wageningen UR volgens Huisman ook opleidingen in het buitenland kunnen opzetten, 'waardoor het mogelijk wordt dat iemand in China of Zuid-Afrika een Wageningse bul haalt'.

,,En is die uitbreiding neokolonialisme of ontwikkeling?'', riep ir. Bernard Gildemacher daarop dwars door de toespraak van Huijsman. Gildemacher, docent en naar eigen zeggen 'relnicht' van hogeschool Larenstein, zei later dat er een duidelijk verschil is tussen Larenstein en Wageningen UR. ,,Wij staan wat meer met beide benen op de grond. Neem nou bloementeelt in Kenia. Is dat ontwikkeling, of is het neokolonialisme. Arbeiders daar worden vergiftigd door pesticiden en verdienen te weinig. Het is dus neokolonialisme en daar moeten we wat aan doen. Ik heb dat kolereonderzoek van Wageningen UR daar niet voor nodig.'' Erg serieus werd Gildemacher niet genomen, en later relativeerde hij ook zichzelf. ,,Ach, iemand moet er af en toe tegen aan schoppen.'' | Joris Tielens


Print nieuwsbericht