Als planten zijn aangevreten door spintmijt scheiden ze andere geurstoffen uit dan wanneer ze mechanisch beschadigd zijn. Roofmijten komen daar op af. Dat ontdekte dr Cindy van den Boom met een nieuwe methode om vluchtige stoffen op te sporen die ze tijdens haar promotieonderzoek ontwikkelde.De spintmijt Tetranychus urticae is een alleseter die enorme plagen in akkerbouwgewassen, fruitbomen en glasgroenten kan veroorzaken. En van zijn belangrijkste natuurlijke vijanden is de roofmijt Phytoseiulus persimilis. Van den Boom toonde bij elf verschillende waardplanten aan dat de roofmijten afkomen op de signaalstoffen die de planten uitscheiden nadat ze door de spintmijt zijn aangevreten. Om deze stoffen te kunnen opsporen en identificeren ontwikkelde Van den Boom een nieuwe methode. Hierbij haalde ze stoffen uit het uitgescheiden mengsel van tientallen verbindingen met een gaschromatograaf. De stoffen worden vervolgens geabsorbeerd door polymeren korreltjes en weer vluchtig gemaakt door verhitting en getest op biologische activiteit. Ook het overgebleven mengsel wordt op biologische activiteit getest. Voordeel van de methode is dat geen oplosmiddelen nodig zijn en dat realistische concentraties van de signaalstoffen op de roofmijten worden getest. ,,Doordat je stoffen selectief uit het mengsel kunt verwijderen kun je het hele mengsel min n of meerdere stoffen testen op aantrekkingskracht voor de roofmijt. Deze methode is ook bruikbaar bij de analyse van seksferomonen of zweetstoffen die muggen aantrekken, aldus Van den Boom. | Yvonne de Hilster