Schade vogelpest hangt af van regio van uitbraak

  Nieuws
  Perskamer
  Archief
  Agenda
  Nieuws
  2011
  2010
  2009
  2008
  2007
  2006
  2005
  2004
  2003
  2002
  RSS
  Agenda
  Open dagen
  Cursussen
  Promoties & Oraties
  Congressen en symposia

10 apr 2003
Onderdeel: Wageningen-UR
Nummer: 0313_1

Het ministerie van LNV wilde snel cijfers over de uitbraak van vogelpest, om daarmee samen met andere ministeries te kunnen reageren op de crisis. Het LEI berekende voor verschillende toekomstige scenarios van de huidige uitbraak de gevolgen voor de werkgelegenheid en economie.

Door de vogelpestuitbraak in de Gelderse Vallei gaan bedrijven daar drie maanden dicht, en dat merken de vijfduizend mensen die daar werken in de pluimveesector. Ze kunnen tijdelijk niet werken, of moeten tijdelijk elders werken, bijvoorbeeld in een pakstation elders. Op basis van modelstudies schat het LEI dat in die drie maanden totaal 949 arbeidsjaren verloren gaan ten opzichte van een normaal jaar. Het verlies van toegevoegde waarde wordt in dat geval geraamd op 57 miljoen euro. Beide getallen zijn uitkomsten van modelstudie, en zeggen nog niet alles over de realiteit, waarschuwt projectleider drs Gemma Tacken. Niet alle primaire bedrijven zijn immers geruimd en ook bij andere bedrijven in de keten gaat een deel van het werk gewoon door. De cijfers gelden als de totale pluimveehouderij in het gebied plat zou liggen, terwijl in praktijk bedrijven nog gedeeltelijk door kunnen draaien. Ergere scenarios, bijvoorbeeld als de Gelderse Vallei zes maanden op slot gaat, zou een geraamd maximaal verlies van toegevoegde waarde van 114 miljoen euro opleveren.

De schade hangt af van het type bedrijf en de rol die dat bedrijf heeft in de keten, legt Tacken uit. Een leghennenbedrijf krijgt eens in de tien maanden nieuwe kippen, een vleeskuikenbedrijf eens in de zes weken. Omdat de levering van nieuwe dieren afhangt van een strakke planning in de keten, staan leghennenbedrijven na de crisis langer leeg bij onvoldoende aanbod van dieren. Door dit verschil zijn ook de gevolgen van een mogelijke uitbraak in verschillende delen van Nederland verschillend. In Zuid-Nederland zijn meer leghennen, vleeskuikens zitten ook in Noord- en Oost-Nederland. Ook blijkt een uitbraak in Brabant dramatischer gevolgen te hebben dan een uitbraak in West-Nederland. Niet alleen omdat er in Brabant meer pluimveebedrijven zijn dan in het westen, maar vooral omdat er in Brabant veel bedrijven zijn die moederdieren hebben. Die zijn nodig om de hele sector weer snel op te bouwen na een crisis. Worden ook die bedrijven geruimd, dan zijn de gevolgen op de langere duur groter. | Joris Tielens


Print nieuwsbericht