Het produceren van walnoten lijkt goed te combineren met veehouderij en recreatie. Uit onderzoek van Alterra en ID-Lelystad blijkt dat de kosten vooral afhangen van de plantafstand van de bomen. De eerste enthousiaste walnootboeren hebben zich al gemeld.Ing. Anne Oosterbaan en Cees van Berg van Alterra en ir Henk Valk van ID-Lelystad onderzochten in de afgelopen twee jaar met tien proefbeplantingen rondom Winterswijk hoe de productie van walnoten gecombineerd kan worden met veehouderij en recreatie. Het onderzoek maakt deel uit van een breder project, waarin langdurig wordt gekeken hoe multifunctioneel en duurzaam grondgebruik kan worden gerealiseerd.
Het produceren van walnoten levert een boer meer op dan reguliere grasproductie met een beheersvergoeding, blijkt uit de berekeningen van de onderzoekers. Het telen van walnoten is het best te combineren met een extensieve bedrijfsvoering, en met de aanplant van bijvoorbeeld vrij te plukken frambozen, bessen of bramen voor langskomende recreanten. Voor de kosten is vooral de plantafstand tussen de walnootbomen bepalend. Hoe groter de afstand, des te makkelijker is het maaien, en des te minder kost het om de bomen met omheininkjes te beschermen tegen het vee.
Volgens Oosterbaan hebben de eerste boeren die willen experimenteren met walnoten zich al gemeld bij de onderzoekers. | Martin Woestenburg