Visserijbiologen: haring is terug, nu de kabeljauw nog

  Nieuws
  Perskamer
  Archief
  Agenda
  Nieuws
  2011
  2010
  2009
  2008
  2007
  2006
  2005
  2004
  2003
  2002
  RSS
  Agenda
  Open dagen
  Cursussen
  Promoties & Oraties
  Congressen en symposia

19 jun 2003
Onderdeel: Wageningen-UR
Nummer: 0320_1

Noordzee wordt iets minder leeg

De Noordzeevissers zijn er blij mee: de haring is weer in grote getale terug. De drastische vangstbeperkingen hebben blijkbaar effect gehad. Biologen van het Nederlands Instituut voor Visserij Onderzoek (voorheen RIVO) waarschuwen echter voor al te groot optimisme. Er moet nog veel gebeuren om van de Noordzee weer een vissersparadijs te maken.

Het herstel van de haring is bijzonder te noemen: in 1996 zat er slechts 460.000 ton haring in de Noordzee, dit is toegenomen tot 1,5 miljoen ton in 2002 en het laatste jaar heeft de haring een goede eindsprint gemaakt: er zwemt nu 2,2 miljoen ton haring rond. Daarmee is de haringstand voor het eerst terug op het niveau van de jaren zestig.

Dit zijn schattingen van het Nederlands Instituut voor Visserij Onderzoek op basis van proefvangsten die het instituut om de paar maanden uitvoert. Het visserij-instituut had de sterke toename van de hoeveelheid haring ook voorspeld met haar vispopulatiemodellen.

Opmerkelijk is dat de haring zich verder verspreidt over de Noordzee. Het Nederlands Visbureau meldt dat de haring te vinden is op plaatsen waar het visje al tien jaar niet meer gezien is, in het grensgebied van de Noordzee en het Skagerrak, bij Denemarken.

,,Het is een mooi voorbeeld van hoe je in goed overleg tussen vissers, beleidsmakers en biologen tot een echt duurzame visserij kan komen, zegt drs. Eric Jagtman, Hoofd van de afdeling Biologie en Ecologie. De vangstbeperkingen hebben volgens hem effect gehad, maar de vissers hoeven zich niet te hard op de borst te kloppen; Ook de natuur helpt een handje mee: de laatste jaren is er een behoorlijke aanwas van jonge haringen. Dit heeft onder meer te maken met het aanbod van plankton, het belangrijkste voedsel van haringen. Veranderingen in zeestromen kunnen bijvoorbeeld de verspreiding van plankton wijzigen. ,,Een grotere aanwas van jonge haringen kan ook te maken hebben met de weersomstandigheden in de eerste paar maanden na geboorte van de jonge haring, vult visserijbioloog dr. Mark Dickey Collas aan.

De meeste haringvissers komen uit Noorwegen en Denemarken, de Nederlanders komen op de derde plaats met een aandeel van 16 procent. De vissers gaan de zee op met grote trawlers en mogen haringen vangen die ouder zijn dan drie jaar. Dit jaar was de driejarige klasse toevallig een gezonde en grote klasse, maar er komen weer minder goede jaarklassen aan. De groei zal niet lang doorzetten. Jagtman: ,,We adviseren voor volgend jaar de vangsthoeveelheid te verhogen van 400 duizend ton consumptieharing naar 500 duizend ton, maar de komende jaren moeten we het opnieuw bezien.

Jagtman vindt het in ieder geval goed dat de Europese Visserijraad de adviezen van de visserijbiologen betreffende de haringvisserij hebben opgevolgd. ,,Dat zou ook voor andere vissoorten bewaarheid moeten worden, maar de Raad hanteert naast biologische ook economische en politieke overwegingen. Ook al hebben de visserijbiologen geadviseerd de Noordzee geheel te sluiten voor de kabeljauwvisserij, toch gaat deze visserij door, weliswaar in afgeslankte vorm. Het risico is dat het herstel van de kabeljauw dan heel lang op zich laat wachten, misschien wel meer dan tien jaar, of dat de kabeljauw zich helemaal niet herstelt en zelfs verdwijnt uit de Noordzee.

De haringstand floreert - zodat de Hollandse Nieuwe niet al na enkele weken is uitverkocht - en ook de blauwe wijtingstand is gegroeid, maar over het geheel genomen is de Noordzee qua zeeleven nog steeds een uitgeholde zee. Met de meeste beviste soorten zoals de kabeljauw, de schelvis en de gewone wijting gaat het niet goed. Jagtman: ,,We zien in de Noordzee toch vooral veel kleine vissen. De vissen bereiken niet hun potentile gewicht en leeftijd. Dit is een teken dat er een grote visserijdruk is en dat de vangsten suboptimaal zijn.

Beroepsvissers halen jaarlijks bijna drie miljoen ton vis uit de Noordzee, dat is een kwart van het totaal aan vis in de Noordzee. De intensieve visserij kan ook leiden tot voedseltekorten voor zeezoogdieren die veelal kleine vissen eten. Zo zijn er aanwijzingen dat de overbevissing heeft geleid tot een afname van het aantal dolfijnen in de Noordzee. Bekend is bijvoorbeeld dat de tuimelaar een dolfijnensoort uit het Nederlandse deel van de Noordzee is verdwenen. Dolfijnen raken ook verstrikt in visnetten. De Whale & Dolphin Conservation Society schat bijvoorbeeld dat Deense vissers jaarlijks zevenduizend dolfijnen bijvangen in de Noordzee.

De forse toename van het aantal haringen is in principe voordelig voor de dolfijnen en tal van andere zeezoogdieren waaronder ook de zeehond, maar het is zeker geen garantie dat hun aantal ook zal toenemen. Jagtman: ,,De haring kan op een gegeven moment dan wel goed vertegenwoordigd zijn in de Noordzee, maar door competitie gaat het met andere vissen dan weer minder goed. De Noordzee is een groot voedselweb dat wordt benvloed door vele factoren, en daar is de visserij er n van. | Hugo Bouter


Print nieuwsbericht