Zoutcatastrofe in Sahel blijkt misverstand

  Nieuws
  Perskamer
  Archief
  Agenda
  Nieuws
  2011
  2010
  2009
  2008
  2007
  2006
  2005
  2004
  2003
  2002
  RSS
  Agenda
  Open dagen
  Cursussen
  Promoties & Oraties
  Congressen en symposia

18 sep 2003
Onderdeel: Wageningen-UR
Nummer: 0325_3

In de Sahel wordt zoutophoping in de bodems al lange tijd gezien als een catastrofe voor de landbouw. Dat zou liggen aan de nieuwe irrigatiesystemen die veel zout zouden aanvoeren. De onlangs gepromoveerde dr Piet van Asten heeft ontdekt dat deze gedachten gebaseerd zijn op drijfzand. De zoutophoping ligt eerder aan het moedergesteente en een groter probleem is een tekort aan nutrinten in de bodem.

Van Asten onderzocht bodems in de gerrigeerde gebieden Foum Gleita in Mauritani en de Sourou-vallei in Burkina Faso. Daar bleken de meeste bodems niet als zoute bodem geclassificeerd te kunnen worden volgens internationale standaarden. De onderzoeker toonde ook aan dat de geografische verdeling van de zouten niet gerelateerd zijn aan de aanwezigheid van irrigatie- of drainagekanalen. In Foum Gleita vond hij weliswaar alkalische zouten in de bovenste bodemlagen, maar bodem- en grondwatermonsters wezen uit dat de zouten niet afkomstig zijn van irrigatiewater, maar uit het onderliggende moedergesteente dieper in de grond.

Het idee dat de grote irrigatieprojecten in de Sahel, die na de grote droogtes in de jaren zeventig en tachtig van start zijn gegaan, voor zoutproblemen zouden zorgen, is ontstaan in het begin van de jaren negentig, toen de jaarlijkse gewasopbrengsten op vele plekken hard kelderden tot zelfs onder de 4 ton per hectare. ,,Toen werden in Mali de eerste tekenen van de vorming van alkalische natriumbodems waargenomen in het oudste grootschalige irrigatieschema van de Sahel.'', zegt Van Asten. ,,En gedurende de midden jaren negentig raakten meer en meer onderzoekers en landbouwvoorlichters ervan overtuigd dat deze door mensen veroorzaakte vorm van bodemdegradatie onvermijdelijk was.''

Van Asten's onderzoek rekent nu af met deze gevolgtrekking. Zijn metingen tonen aan dat de lage gewasopbrengsten in Foum Gleita in Mauritani niet het gevolg zijn van zoutophoping maar van stikstof- en fosforgebrek. In de Sourou-vallei in Burkina Faso is de afnemende rijstgroei het gevolg van zinkgebrek in de rijstplanten en dit heeft weer te maken met onder andere de kalkrijke aard van de bodem, in combinatie met het ontbreken van zink in de kunstmestgiften. Veel van de bodems waarop rijst wordt geteeld in de Sahel zijn kalkrijk. Dit is de eerste studie die aantoont dat zinkgebrek een serieuze belemmering voor de rijstteelt in de Sahel kan vormen.

Extra kunstmestgiften zijn dus belangrijk voor de arme Sahelgronden. Veel boeren in de Sahel kunnen dit advies echter niet opvolgen omdat de kunstmest te duur of niet in voldoende mate beschikbaar is op de lokale markten. Van Asten: ,,Een beter organischstofbeheer is daarom een van de weinige mogelijkheden om de gewasopbrengsten te verhogen. Organischestofgiften van 5 ton per hectare verhogen de rijstoogst met 1 2 ton per hectare.''

Van Asten voerde zijn onderzoek uit in het kader van het Irrigated Rice Program of the West African Rice Development Association (WARDA) in Senegal. | Hugo Bouter

Piet van Asten promoveerde op 5 september bij prof. Sjoerd van der Zee, hoogleraar Bodemscheikunde en chemische bodemkwaliteit en prof. Martin Kropff, hoogleraar gewas- en onkruidecologie.


Print nieuwsbericht