Ontwikkeling Drentse landschap vele eeuwen oud en zeer gevarieerd
Het romantische beeld van het Drentse landschap uit grootvaderstijd van uitgestrekte heidevelden, schaapskudden en brinkdorpen is eenclichébeelddat maar een zeer beperkt beeld geeft van de rijke ontwikkeling van hetDrentse esdorpenlandschap. “De werkelijkheid is vele malen mooierdan de mythe”, zegt historisch-geograaf Theo Spek in zijn proefschriftHet Drentse esdorpenlandschap waarop hij vrijdag 1 oktober hoopt te promoverenaan Wageningen Universiteit. Hij meent dat landschapsbeheer en toerismein de provincie meer baat hebben bij dit gevarieerde historische beeldals uitgangspunt dan het romantische beeld uit de negentiende eeuw.
In zijn tweedelige boek, met 1100 pagina’s het omvangrijkste proefschriftooit in Wageningen, beschrijft Spek zeer uitvoerig de ontwikkeling vanhet Drentse esdorpenlandschap vanaf de Prehistorie tot nu. Een esdorp iseen dorp dat omgeven is door open akkercomplexen, met daaromheen uitgestrekteheidevelden. Dit landschap is een van de oudste maar tegelijk ook een vande meest gave cultuurlandschappen in Noordwest-Europa, aldus Spek. Hijging bij zijn onderzoek interdisciplinair te werk en maakte gebruik vaninzichten uit de bodemkunde, archeologie, historische ecologie, naamkunde,kunstgeschiedenis en agrarische geschiedenis. Één van debelangrijkste misvattingen over de Drentse identiteit is volgens hem dathet cultuurhistorisch landschap in Drenthe een min of meer tijdloos landschapzou zijn. Dit arcadische beeld, op talrijke schoolplaten en in veel aardrijkskundeboeken,toeristenbrochures en impressionistische schilderijen, blijkt een mythete zijn. In werkelijkheid is het Drentse landschap, hoe de mens daar woondeen het gebruikte, door de eeuwen heen aan vele veranderingen onderheviggeweest. En die ontwikkeling is regionaal en lokaal ook heel verschillendverlopen zoals hij duidelijk maakt aan de hand van deelstudies over deDrentse dorpen Balloo, Valthe, Gasselte en Ansen.
Grote, stille heide pas van na Middeleeuwen
Spek vond onder meer dat zowel in de IJzertijd als in de Late Middeleeuwengrootschalige veranderingen hebben plaatsgevonden in het Drentse landschap.Nederzettingspatroon, landgebruik en landschap veranderden daarbij zeersterk in korte tijd. Een voorbeeld is de overgang van de middeleeuwse zelfvoorzienendeeconomie naar de vroegmoderne markteconomie die in Drenthe onder meer leiddetot de opkomst van de commerciële schapenhouderij, de hopteelt ende vetweiderij van ossen voor de stedelijke markten. De grote schaapskudden – diezo kenmerkend worden geacht voor Drenthe en waarvan altijd is gedacht datze al meer dan duizend jaar voorkomen in deze provincie – blijkenin werkelijkheid veel jonger te zijn. Ze komen pas na circa 1450 op, evenalshet bekende plaggenbemestingssysteem, waarbij boeren hun akkers bemesttenmet een mengsel van heideplaggen en dierlijke potstalmest. Deze conclusieheeft grote gevolgen voor ons beeld van de grote, stille en paarse heide:dit landschap dateert niet uit de Prehistorie of de Middeleeuwen, maarpas van na die tijd. Tot ver in de Middeleeuwen waren de heidevelden veelrijker aan grassen, kruiden en struwelen en kenden zij ook een veel groterebiodiversiteit. Zo was vergraste heide enkele eeuwen geleden heel normaalin Drenthe, ontdekte Spek met behulp van botanisch onderzoek. Zelfs devoor Drenthe altijd zo karakteristiek geachte ‘eeuwige roggeverbouw’ blijktin werkelijkheid zeer jong te zijn en pas uit de achttiende eeuw te dateren.Vóór die tijd was het agrarische bedrijf in Drenthe veelgevarieerder. De middeleeuwse akkers, graslanden en heidevelden waren veelrijker aan ecologische overgangen, wat de rijkdom aan planten- en diersoortensterk bevorderde.
Pleidooi voor historisch-ecologisch natuurbeheer
In zijn proefschrift pleit Spek voor een nauw samengaan van cultuurhistorischerfgoedbeheer en de zorg voor natuur en landschap. Die zijn de afgelopendecennia teveel uit elkaar gegroeid, vindt hij. Zo’n integratie zoudenzowel natuur, cultuurhistorie en landschap, als ook de ruimtelijke ordeningin het algemeen zeer ten goede komen. Ook pleit hij voor een symbiose tussenhet klassieke natuurbeheer, dat uitgaat van het ideaalbeeld gebaseerd opde situatie in de negentiende eeuw, en het beheer dat uitgaat van de natuurontwikkelingzonder de mens. Een op historisch-ecologische leest geschoeid landschapsbeheerleidt zowel op korte als lange termijn tot een grotere biodiversiteit enbelevingswaarde van landschappen dan de natuurontwikkelingsstrategieëndie de afgelopen vijftien jaar in Nederland zijn gevolgd, is éénvan Spek’s stellingen. Dat levert een veel gevarieerder beeld opvan het landschap, waar bijvoorbeeld het toerisme van kan profiteren. Voorbijhet Drents Arcadië lonken zo tal van nieuwe vergezichten, zegt Spek.
Ir. Theo Spek (1963) studeerde in 1988 cum laude af aan de toenmalige LandbouwuniversiteitWageningen. Tot voor enkele jaren was hij onderzoeker bij het onderzoeksinstituutAlterra van Wageningen UR. Tegenwoordig is hij onderzoeker landschapsgeschiedenisen programmaleider Archeologie en Landschap bij de Rijksdienst voor het OudheidkundigBodemonderzoek (ROB) in Amersfoort. Spek is secretaris-generaal van de PermanentEuropean Conference for the Study of the Rural Landscape, een netwerk vanmeer dan driehonderd Europese landschapsonderzoekers.
NOOT VOOR DE REDACTIE
Theo Spek promoveert bij prof. drs. J.A.J. Vervloet, hoogleraar HistorischeGeografie van het Nederlandse landschap aan Wageningen Universiteit op hetproefschrift Het Drentse esdorpenlandschap. Een historisch-geografischestudie. De promotieplechtigheid vindt plaats op vrijdag 1 oktober om13.30 uur in de Aula, Generaal Foulkesweg 1 in Wageningen.
Spek’s proefschrift is uitgegeven door de Uitgeverij Matrijs in Utrechten werd mede mogelijk gemaakt door de Stichting Het Drentse Landschap.
Voor meer informatie:
Theo Spek, tel. 033 422 75 95 / 0317 616 040, e-mail t.spek@archis.nl;bantuin@wxs.nl,
of Bouke de Vos, persvoorlichter Wageningen UR, tel. 0317 480 180, e-mail:bouke.devos@wur.nl.
Uitgeverij Matrijs: tel. 030 234 3148,www.matrijs.com.
Stichting Drents Landschap, tel. 0592 313 552, www.drentslandschap.nl.