De effectiviteit van het huidige beleid om de Nederlandse weidevogels tebeschermen is onvoldoende, zo blijkt uit het meest omvangrijke onderzoekdat nu toe is uitgevoerd naar de effecten van beheersovereenkomsten met boeren.De resultaten van het onderzoek zijn opvallend. Voor de grutto en de scholeksterkon geen duidelijk effect van de beheersovereenkomsten worden aangetoond,terwijl bij de kievit en de tureluur er zelfs sprake is van negatieve effectenop het aantal broedparen. Daarmee worden de uitkomsten van eerder onderzoekvan Wageningen Universiteit bevestigd.De leerstoelgroep Natuurbeheer en plantenecologie (Wageningen Universiteit),SOVON Vogelonderzoek Nederland en Alterra hebben met financiële steunvan Vogelbescherming Nederland en het Milieu- en Natuurplanbureau een uitgebreideanalyse uitgevoerd van de gegevens die zijn samengebracht in het NationaleWeidevogelmeetnet. In een groot aantal gebieden in Nederland zijn de afgelopenjaren weidevogels geïnventariseerd door vrijwilligers en professioneleornithologen van onder andere de provincies. In een deel van deze gebiedenkon een vergelijking worden gemaakt tussen terreinen met en zonder beheersovereenkomst,zowel in de jaren voor het afsluiten van de overeenkomst als in de jarennadat de beheersovereenkomst van kracht was geworden.
Het onderzoek heeft zich geconcentreerd op de vier meest algemene weidevogelsoorten:scholekster, grutto, kievit en tureluur. De scholeksteraantallen latengeen enkel verschil zien tussen gebieden met en zonder beheersovereenkomst.Bij de grutto en de kievit zijn de aantallen in gebieden met een beheersovereenkomsthoger, maar dit verschil was al aanwezig voordat de beheersovereenkomstenwerden afgesloten. Blijkbaar worden de overeenkomsten afgesloten op deplekken met de meeste weidevogels, hetgeen uiteraard de meest adequatestrategie is. Na het afsluiten van de overeenkomst neemt de grutto in debeheersgebieden echter niet toe ten opzichte van de controleterreinen.De kievit neemt zelfs af ten opzichte van de controlegebieden nadat hetbeheer door boeren is gestart. De belangrijkste regel in de beheersovereenkomstenis dat er pas na begin juni gemaaid mag worden om het uitmaaien van nestenen kuikens te voorkomen. De kievit geeft echter de voorkeur aan kort grasland.Ook de tureluur laat een daling zien ten opzichte van de controlegebiedenna de start van de beheersovereenkomsten.
Eerder is wel aangetoond dat de beheersovereenkomsten een positief effecthebben op het aantal jonge grutto's dat uiteindelijk overleeft, omdat erminder kuikens worden doodgemaaid en de voedselomstandigheden in ongemaaidgras beter zijn. Maar dit onderzoek toonde ook aan dat dit effect onvoldoendewas om de verdere achteruitgang van de grutto te voorkomen. Tussen 1990en 2000 - een periode waarin het areaal met beheersovereenkomsten sterkis toegenomen - is de Nederlandse gruttopopulatie afgenomen met 40 %.
De onderzoeksresultaten laten zien dat er ernstige twijfels zijn overde effectiviteit van het beleid dat is gevoerd om weidevogels te beschermen.De grutto neemt landelijk nog steeds snel in aantal af, terwijl kritischesoorten als watersnip en kemphaan al vrijwel volledig uit het agrarischegebied zijn verdwenen. De huidige beheersovereenkomsten bevatten meestalmaatregelen die op zichzelf voor een soort als de grutto positief zijn,maar niet ver genoeg gaan. Zo worden maatregelen om de grondwaterstandte verhogen vaak buiten beschouwing gelaten, omdat deze de normale agrarischebedrijfsvoering te veel belemmeren. Voor andere soorten, zoals de kievit,blijken de huidige maatregelen zelfs averechts te werken. Enerzijds zijner verdergaande maatregelen nodig voor een soort als de grutto, terwijlanderzijds er per gebied voldoende variatie in beheer moet zijn om allekarakteristieke weidevogelsoorten een plaats te geven.
NOOT VOOR DE REDACTIE
Nadere informatie bij prof.dr. Frank Berendse (Wageningen Universiteit),tel. 0317 484973 of 06-27501447, e-mail frank.berendse@wur.nlof bij dr. Ruud Foppen (SOVON), tel. 024 6848115, e-mail ruud.foppen@sovon.nl.