Wereldwijde handel in landbouwgewassen brengt nieuwe schimmelziekten mee
De wereldwijde toegang tot diverse markten vergroot de kans opgewasziektes door nieuwe schimmelinfecties. Schimmels die ondanks controlebij invoer met gewassen of producten meekomen, passen zich in het landvan bestemming vaak gemakkelijk aan de nieuwe omstandigheden aan. Modernelandbouwmethoden kunnen zelfs bevorderen dat ‘superpathogenen’ ontstaan.Aldus prof.dr. Pedro Crous op 16 september in zijn oratie bij de aanvaardingvan het ambt van hoogleraar aan Wageningen Universiteit.
Prof. Crous, die de leerstoel Evolutionaire fytopathologie gaat bekleden,betoogt dat diverse akkergewassen, zoals aardappelen of bieten, fruit,gewassen in kassen en groentegewassen in de toekomst veel te lijden kunnenhebben van vreemde en nieuwe schimmelsoorten. Vreemde schimmels bereikenNederland vanuit de ‘warme’ landen of vanuit de nieuwe EU-landen.Onder geschikte omstandigheden, die vaker voorkomen bij een warmer klimaat,kunnen zich hieruit opmerkelijk genoeg evolutionair gezien in korte tijdnieuwe schimmelsoorten ontwikkelen.
Vooral in de ontwikkelingslanden vindt controle van ziekteverwekkers inhet gewas op het veld plaats op basis van waargenomen ziektesymptomen,zonder een duidelijke analyse van de schimmel zelf. De symptomen zijn meestaltypisch voor de van de ziekte verdachte schimmelsoort. Met nieuwe laboratoriumtechniekenis echter duidelijk geworden dat veel, zoniet alle varianten van een ziekteverwekkendeschimmel in uiterlijk weliswaar veel op elkaar lijken, maar genetisch groteverschillen vertonen. De vermeende ziekteverwekkers blijken een ‘wolk’ vannauw verwante, niet scherp gescheiden ondersoorten te zijn die zich vanuiteen gemeenschappelijke voorouder hebben ontwikkeld. Wanneer slechts enkeleondersoorten uit die wolk met elkaar worden vergeleken vallen de verschillenjuist op. Daardoor zijn deze in het verleden vaak als aparte soorten teboek gesteld.
Zo is de schimmel Mycosphaerella heimii voor het eerst in Madagaskar beschreven.Daar waren echter Eucalyptusbomen uit Indonesië aangeplant. De schimmelwas kennelijk met de eucalyptus meegekomen uit Indonesië. Later werdin Indonesië dan ook eveneens de M. heimii schimmel aangetroffen.Genenonderzoek van monsters van de nog later op Hawaï en in Brazilië gevondenschimmel toont aan dat het M. heimii-complex (de wolk) in de loop van dejaren is uitgegroeid tot gescheiden ondersoorten die sprekend op elkaarlijken, maar genetisch goed zijn te onderscheiden. Zelfs zijn er twee ‘andere’,onderling verwante soorten in resp. Indonesië (M. heimioides) en Zuid-Afrika(M. irregulariramosa) die uiterlijk sprekend lijken op de oorspronkelijkeM. heimii. Kennelijk zijn deze soorten als aparte soorten gedetermineerd,terwijl ze feitelijk tot de ‘wolk’ van het M. heimii-complexbehoren.
Veel schimmelsoorten voelen zich thuis op één specifiekgewas. Maar vaak heeft de schimmel niet zo’n specifieke voorkeuren kunnen ondersoorten zich gespecialiseerd hebben op andere planten dande oorspronkelijke waardplant. Dat maakt identificatie ‘op het oog’ moeilijker.Bovendien wordt de bestrijdingsstrategie veelal bepaald op basis van deaantastingsverschijnselen van de waardplant. Zo zijn schimmels op de Thaiseacacia morfologisch gelijk aan een bladaantastende schimmel op eucalyptussenin Colombia. Uit genenonderzoek blijken beide nauw verwante, maar duidelijkte onderscheiden soorten. Kennelijk hebben beide schimmels dezelfde stamvader,maar zoeken ze hun heil bij verschillende waardplanten. Juist deze flexibiliteitvan schimmels vormen een bedreiging voor veel gewassen. Daarbij krijgt,door geleidelijke genetische veranderingen als gevolg van een tijdelijkeisolatie van de schimmel, de eilandpopulatie de gelegenheid zich aan tepassen aan de veranderde omstandigheden. Die omstandigheden zijn ook tevinden in kassen, monoculturen en bewerkingsmethoden als niet omploegen,waardoor er niches ontstaan waar bepaalde schimmels goed gedijen.
Pedro W. Crous (1963) groeide op in Zuid-Afrika en studeerde cum laudeaf aan de Universiteit van Stellenbosch. Hij promoveerde aan de universiteitvan Oranje Vrij Staat in 1992. Als onderzoeker werkte hij ook aan deuniversiteit van Pretoria en vanaf 2002 bij het Centraalbureau voor Schimmelcultures(CBS) in Utrecht. Pedro Crous is lid van veertien botanische, mycologischeen plantenziektekundige verenigingen. Hij begeleidde reeds vele tientallenstudenten en enkele promovendi. Als editor is hij verbonden aan diversewetenschappelijke vakbladen. Hij heeft reeds zo’n 200 publicatiesop zijn naam staan.
NOOT VOOR DE REDACTIE
Nadere informatie bij prof.dr. Pedro Crous (Wageningen Universiteit, Laboratoriumvoor Fytopathologie), tel. 0317 483129 of 030 2122643 (CBS), e-mail pedro.crous@wur.nl.De tekst van de oratie Cryptic biodiversity among plant pathogens: Implicationsfor trade and disease management, is (onder embargo) verkrijgbaar bijJac Niessen (wetenschapsvoorlichter Wageningen UR), tel. 0317 485003,e-mail Jac.niessen@wur.nl.