Vanochtend heeft Z.K.H. de Prins van Oranje een werkbezoek gebrachtaan Wageningen Universiteit. De Prins sprak er met studenten die een masterclassvolgden over internationaal watermanagement, voedselzekerheid en klimaat.De masterclass werd bezocht door zo’n zeventig studenten van WageningenUniversiteit.
Tijdens de masterclass getiteld Water management, food security and climate- the way forward? hielden vier jonge promovendi (PhD-studenten) eenverhandeling voor studenten en jonge onderzoekers van omgevingswetenschappen,maatschappijwetenschappen, plantwetenschappen en agrotechnologie en voeding.Circa de helft van de deelnemers betrof internationale studenten. Specialeinbreng kwam van twee genodigde gasten van Unesco en van UN-IFAD (InternationalFund for Agricultural Development). De masterclass werd georganiseerd doorvier onderzoeksscholen van Wageningen Universiteit: Wimek, CERES, PE&RCen Mansholt Graduate School in samenwerking met het Wageningen Water Platform.
Prins Willem-Alexander woonde de vakinhoudelijke discussies bij over watermanagementin relatie met thema’s als voedselzekerheid, hergebruik van afvalwatervoor irrigatie, klimaatverandering en internationale conflicten om water.De masterclass was bedoeld om jonge onderzoekers te stimuleren onderzoeksvragenop een multidisciplinaire manier te benaderen.
Tijdens de presentaties toonden de promovendi elk een aspect van het dagthemavoedselzekerheid en de relatie met water. Zo liet een promovendus zien waarvoorgranen in de wereld worden gebruikt. Terwijl in de ontwikkelingslanden 1/4deel van het graan wordt gebruikt als diervoeding is dat in de ontwikkeldelanden bijna 3/4 deel. Tegen de vooruitzichten van een toename van watergebruikvoor irrigatie (ca 20 % meer in 2025) pleit de onderzoeker dan ook voor eenhogere ‘waterproductiviteit’ (‘More crop per drop’).Die kan bereikt worden via veredeling (bv droogteresistente gewassen), verbeterdbeheer van voedingsstoffen en efficiëntere verdeling van het schaarsewater waarvan veel verloren gaat door lekkages en door sociale en institutioneleregelingen af te spreken.
Een andere, meer socio-economisch gerichte verhandeling ging over de grenzenoverschrijdendeaspecten van waterbeheer bij rivieren die landsgrenzen vormen. Deze zijn vaakonderwerp van conflicten tussen staten. Voorbeelden zijn de Nijl, Eufraaten Tigris, Jordaan, de Ganges en de Indus. Een grensrivier kan echter ookeen basis zijn voor samenwerking, zoals het geval is bij de Rijn, Donau, Mekongen Columbia. De vraagstelling die hieruit kan worden afgeleid is op welkewijze samenwerking kan worden bevorderd en hoe conflicten te voorkomen.
Een voordracht ging over het gebruik van huishoudelijk afvalwater dat nazuivering een optie is voor irrigatie. Door de sterke groei van de wereldbevolkingin stedelijke gebieden neemt de druk op de gewone watervoorraden sterk toe,waardoor hergebruik van water een aantrekkelijk alternatief wordt. Doordatechter met het hergebruikte water ook ziektekiemen verspreid worden en hetmilieu van extra voedingsstoffen wordt voorzien, dient eerst te worden uitgezochthoe afvalwater effectief kan worden ingezet.
Een laatste inleiding ging over het veranderende klimaat op wereldschaal.Willen we ons hieraan aanpassen en meegaan met de verandering dan is flexibiliseringvan het beheer van water nodig, moeten concrete plannen gemaakt worden omop lokaal niveau maatregelen te treffen en moet worden verkend hoe het waterbeheerminder gevoelig te maken voor klimaatveranderingen.
NOOT VOOR DE REDACTIE
Nadere informatie en fotomateriaal bij Jac Niessen, wetenschapsvoorlichterWageningen UR, tel. 0317 485003, e-mail jac.niessen@wur.nl.