Roofmijten leren in hun jeugd waar geschikte prooien zijn

  Nieuws
  Perskamer
  Archief
  Agenda
  Nieuws
  2011
  2010
  2009
  2008
  2007
  2006
  2005
  2004
  2003
  2002
  RSS
  Agenda
  Open dagen
  Cursussen
  Promoties & Oraties
  Congressen en symposia

10 feb 2004
Onderdeel: Wageningen-UR
Nummer: 018

Uit onderzoek door promovenda Jetske de Boer van Wageningen Universiteit blijkt dat roofmijten bij het zoeken naar prooien zich laten leiden door een specifieke geurstof die door de aangevreten plant wordt verspreid. Deze reactie op de geurstof vertonen echter alleen roofmijten die een eerdere ervaring hebben opgedaan waarbij zowel de prooi als de geurstof aanwezig waren. Het fundamentele onderzoek opent perspectieven voor de biologische bestrijding van plaaginsecten. De Boer promoveert op vrijdag 13 februari.

In haar proefschrift Bugs in odour space, how predatory mites respond to variation in herbivore-induced plant volatiles beschrijft de Wageningse promovenda hoe planten geurstoffen uitscheiden wanneer zij aangevreten worden door planteneters. Een veelvoorkomende planteneter in land- en tuinbouwgewassen is de spintmijt. In het kader van de biologische bestrijding van deze spintmijten worden vaak roofmijten ingezet.

Roofmijten worden aangetrokken door de geur die planten uitscheiden, wanneer deze aangevreten worden door spintmijten. Maar ook op veel andere momenten scheiden planten geurstoffen uit. Binnen deze enorme diversiteit aan plantengeuren, herkennen roofmijten toch die specifieke geur die correspondeert met vraat door spintmijten.

Via experimenten in de kas en in het laboratorium onderzocht De Boer de reactie van roofmijten (Phytoseiulus persimilis) op vraat door spintmijten. In het laboratorium werd het keuzegedrag van de roofmijten gevolgd via zogenoemde Y-buis olfactometers (een glazen buis die zich splitst naar twee verschillende geuren). De Boer voerde uiteenlopende experimenten uit, waarbij ook analyses van plantengeuren werden gedaan. Aan de roofmijten werd de keuze voorgelegd tussen planten die wel of niet waren aangevreten, door zowel geschikte als ongeschikte prooien zoals rupsen. In sommige gevallen werd de synthetische stof methylsalicylaat (een geurstof waarvan verwacht wordt dat deze invloed heeft op het zoekgedrag van roofmijten) toegevoegd.

Conclusie van deze experimenten was dat de plantensoort waarop roofmijten van ei tot volwassen stadium hebben doorgebracht van invloed is op de keuze voor bepaalde plantengeuren. Zo hebben roofmijten die op komkommerbladeren opgekweekt zijn, later geen voorkeur voor methylsalicylaat. Komkommerplanten maken deze stof bij vraat namelijk niet aan, in tegenstelling tot aangevreten limaboonplanten, die wel van nature methylsalicylaat afscheiden na vraat door spintmijten. Ook ervaringen met plantengeuren tijdens het volwassen stadium van de roofmijt benvloeden het keuzegedrag van de roofmijten bij het zoeken naar prooien.

Uit eerder onderzoek in Wageningen blijkt dat sluipwespen kunnen leren. Ook roofmijten blijken een leervermogen te hebben. Echter waar sluipwespen enkele seconden nodig hebben, is de leerperiode voor roofmijten ongeveer 24 uur.

Het wetenschappelijke onderzoek aan het zoekgedrag van roofmijten kan een belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van efficintere biologische bestrijding van plagen. Zo zouden plantenrassen geselecteerd kunnen worden die een grotere hoeveelheid van bepaalde geurcomponenten afgeven na vraat door plaaginsecten of mijten. Ook zou bijvoorbeeld de rovers aangeleerd kunnen worden op bepaalde geurcomponenten te reageren.

Het onderzoek maakt deel uit van een groot door NWO gefinancierd onderzoeksprogramma waarin Wageningen Universiteit en de Universiteit van Amsterdam promovendi opleiden. Binnen de Universiteit van Amsterdam werken promovendi aan neurobiologie, genotypische en sensorische aspecten van het prooi-zoekgedrag van roofmijten.

NOOT VOOR DE REDACTIE
Nadere informatie bij Edwin Luijks (voorlichter departement Plantenwetenschappen, Wageningen Universiteit), tel. 0317 483915, e-mail Edwin.Luijks@wur.nl. Voor inhoudelijke informatie Jetske de Boer, tel. 0317 485434, e-mail Jetske@remjet.nl.
Ir. Jetske G. de Boer verdedigt haar proefschrift Bugs in odour space, how predatory mites respond to variation in herbivore-induced plant volatiles op vrijdag 13 februari 2004 om 16.00 uur in de Aula van Wageningen Universiteit, Generaal Foulkesweg 1a, Wageningen. Rechtstreeks te volgen via WUR-TV: http://wurtv.wur.nl/WUR-TV.htm.
U kunt ook mailen naar de Stafafdeling Communicatie: pers.communicatie@wur.nl.


Print nieuwsbericht