Toepassing GMO toelaatbaar ondanks uitkruising

  Nieuws
  Perskamer
  Archief
  Agenda
  Nieuws
  2011
  2010
  2009
  2008
  2007
  2006
  2005
  2004
  2003
  2002
  RSS
  Agenda
  Open dagen
  Cursussen
  Promoties & Oraties
  Congressen en symposia

11 nov 2004
Onderdeel: Wageningen-UR
Nummer: 107

Bij de teelt van genetisch gemodificeerde (GMO-)gewassen mag er vanuitworden gegaan dat er genetisch materiaal uitkruist naar verwante wilde soorten.Via bijvoorbeeld stuifmeel van de gemodificeerde planten is het niet uit tesluiten dat wilde soorten de nieuwe genen zullen verwerven. Dit is de kernvan een artikel dat op 11 november in Nature verschijnt en waaraantwee medewerkers van het laboratorium voor Plantenveredeling van WageningenUniversiteit hebben bijgedragen.

Het onderzoek dat in het artikel wordt beschreven, bevestigt de veronderstellingdat het telen van GMO-gewassen in zogenaamde genencentra leidt tot de aanwezigheidvan de nieuwe genen in nabijgroeiende wilde soorten, door uitkruising. Omdit uitkruisingseffect te voorkomen zouden in die situatie mannelijke sterielerassen moeten worden gebruikt, zolang er nog onvoldoende inzicht is in deeffecten van de nieuw verworven genen in wilde soorten. Om deze effecten tekunnen meten zal echter meerdere ‘plant’-generaties onderzoekmoeten worden verricht.

De uitkruising van genen mag echter niet à priori een belemmeringzijn om oplossingen voor het voedselprobleem, die gebaseerd zijn op toepassingvan genetisch verbeterde gewassen in de Derde Wereld, stop te zetten. Uitkruisingin teeltgebieden van gewassen mag wellicht als een probleem ervaren worden,maar wat te denken van ‘natuurlijke’ uitkruising in het gebiedvan herkomst van een gewas? Op basis van de voor- en nadelen van uitkruisingkan bezien worden of het voorzorgsprincipe de ontwikkeling van de arme boerenin de Derde Wereld in de weg staat.

Het onderzoek naar gevolgen van uitkruising van genetisch gemodificeerdeaardappelplanten is uitgevoerd in de Andes in Zuid-Amerika. Het onderzoekdat gefinancierd werd door de Europese Unie is mede verricht door het Laboratoriumvoor Plantenveredeling van Wageningen Universiteit.
Er werd in het geografische centrum van herkomst van de aardappel gekekennaar allerlei factoren die van belang kunnen zijn bij uitkruising. Via ditonderzoek is getracht om de impact op de bodemfauna van GMO-aardappelplanten(die nematoden-resistent zijn gemaakt) vast te stellen.
Deze nematoden vormen een ernstige bedreiging voor de plaatselijke aardappeloogst.Uit dit onderzoek is gebleken dat uitkruising met verwante wilde soorten inde nabijheid van het aardappelvelden zeker zal optreden. Maar ook dat grondbewerkingenzoals ploegen en eggen, of afwisselende teelten van verschillende gewasseneen veel grotere verstoring van de bodem-fauna veroorzaken dan de GMO-aardappel.

NOOT VOOR DE REDACTIE
Meer informatie is te verkrijgen bij Edwin Luijks, edwin.luijks@wur.nl,tel. 0317 483915.
Inhoudelijke informatie en details over het onderzoek bij prof. Richard Visser, Richard.Visser@wur.nl.


Print nieuwsbericht