Biologische landbouw is meer dan teelt zonder chemie
‘Geen chemie of kunstmest’ is niet voldoende voor eenbiologische bedrijfsvoering. Die vereist naast robuuste rassen geschiktvoor het biologischemilieu, ook ethische uitgangspunten van de biologische landbouw. Toch maaktde huidige biologische teelt vooral gebruik van rassen die op een gangbaremanier zijn veredeld. Die rassen missen daardoor een aantal eigenschappen.Ze zijn bijvoorbeeld te kieskeurig voor het milieu waarin ze groeien of zehebben geen stabiele opbrengst. De veredeling van biologische rassen kande biologische landbouw verder brengen. Dat betoogt prof.dr.ir. Edith Lammertsvan Bueren op 17 november bij de aanvaarding van haar ambt van bijzonderhoogleraar Biologische plantenveredeling aan Wageningen Universiteit. Zijverwacht pas op de lange termijn, na 2020, een biologische landbouw die alleenvan biologische rassen gebruikmaakt.
De biologische landbouw kenmerkt zich in eerste instantie door het vermijdenvan het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen, kunstmest en genetischgemodificeerde gewassen. Voor telers die omschakelen van gangbare landbouwnaar biologische teelt is de ‘geen-chemie-benadering’ dan ookeen eerste stap. Maar biologische landbouw vereist meer. Er is ook eenomslag nodig naar het ‘agro-ecologische denken’. Immers, deteler kan bijvoorbeeld niet de gezondheid van het gewas bijsturen met een ‘chemischeparaplu’. Een derde vereiste verandering is om naast de ecologischeaspecten ook ethische waarden hoog te achten, zoals het respecteren vande integriteit van dier en plant. Deze drie voorwaarden worden de driegrondslagen genoemd die in de biologische landbouw worden gehanteerd.
In haar inaugurele rede ‘Biologische plantenveredeling: een rasechtewetenschap’ benoemt prof.dr.ir. Edith Lammerts van Bueren de ontwikkelingendie de biologische landbouw nog moet doormaken. Doordat de teler geen chemischemiddelen gebruikt, moet hij speciale aandacht besteden aan (organische)bemesting, onkruidbeheersing, plantgezondheid en productkwaliteit. Om dedoelstellingen van de biologische landbouw te bereiken geldt, aldus Lammertsvan Bueren, dat niet zozeer het milieu aan het ras wordt aangepast, maarhet ras aan het milieu. Dat vereist rassen die tegen een stootje kunnen,dus robuust zijn, waarbij opbrengststabiliteit minstens zo belangrijk isals opbrengst.
Zo wordt minder stikstof gebruikt en komt stikstof in organische mestlangzamer dan kunstmest ter beschikking voor de plant, waardoor het gewaslangzamer groeit. Als het ras van de plant hier niet op is afgestemd wordtde potentie ervan niet volledig benut. Er is behoefte aan rassen met eenbeter wortelstelsel, maar om daarop te kunnen veredelen is nog veel onderzoeknodig. Ook verdient het nader onderzoek om rassen te ontwikkelen waarvande gewasstructuur leidt tot een betere onderdrukking van onkruid, zonderdat dat ten koste gaat van de opbrengst. Ook in de plantgezondheid is winstte behalen. Lossere tarwearen op langere halmen drogen sneller en zijnzo minder vatbaar voor schimmels. Van deze kennis kan ook de gangbare landbouwprofiteren, waar zaai- en pootgoed immers vooral is veredeld op opbrengsten ziekteresistentie. Om tegemoet te komen aan de verwachting van de biologischeconsument zal ook meer aandacht van de smaak van rassen moeten komen.
In haar oratie schetst prof. Lammerts van Bueren een tijdpad voor hetverkrijgen van biologische rassen en zaden. Op dit moment worden de gewensteraseigenschappen van biologische gewassen geïdentificeerd. Over vijfjaar dient van gangbare, maar gmo-vrije rassen voldoende biologisch zaaizaadbeschikbaar te zijn. Op de middellange termijn, zo rond 2020, verwachtzij uit gangbare veredelingsprogramma’s rassen met milieuvriendelijkekenmerken, terwijl op de lange termijn, na 2020, nieuwe rassen uit speciale,biologische veredelingsprogramma’s zijn te verwachten.
Prof.dr.ir. E.T. Lammerts van Bueren (Den Haag, 1952) studeerde Plantenveredelingen Tuinbouwplantenteelt in Wageningen. In 2002 promoveerde zij aan WageningenUniversiteit op de basale concepten van biologische plantenveredeling enzaadproductie. Mw. Lammerts van Bueren is verbonden aan het Louis BolkInstituut in Driebergen. Zij heeft zitting in de Raad voor het Kwekersrechten het European Consortium for Organic Plant Breeding (ECO-PB). Haar bijzondereleerstoel is ondergebracht bij het Laboratorium voor Plantenveredelingvan Wageningen Universiteit en wordt gefinancierd vanuit het VeenhuizenTulpfonds.
NOOT VOOR DE REDACTIE
Nadere informatie bij prof. Edith Lammerts van Bueren, tel. 0343 523869,0343 523860 of 06 41695817, e-mail e.lammerts@louisbolk.nl of bij JacNiessen, wetenschapsvoorlichter Wageningen UR, tel. 0317 485003, e-mailjac.niessen@wur.nl. De oratietekst is onder embargo beschikbaar.