Op zoek naar mas voor mooi landschap

  Nieuws
  Perskamer
  Archief
  Agenda
  Nieuws
  2011
  2010
  2009
  2008
  2007
  2006
  2005
  2004
  2003
  2002
  RSS
  Agenda
  Open dagen
  Cursussen
  Promoties & Oraties
  Congressen en symposia

30 jun 2005
Onderdeel: Wageningen-UR
Nummer: 0529_2

Het Praktijkonderzoek Plant en Omgeving (PPO) verbonden aan Wageningen UR gaat rassenonderzoek doen voor biogasmas en landschapsmas. Onderzoekers zoeken daarbij naar respectievelijk goed vergistende en minder landschapsontsierende typen mas.

'We doen al rassenonderzoek voor snijmas en korrelmas, maar zien dat mas in toenemende mate gebruikt wordt als zogenaamde co-vergister in mestvergistingsinstallaties', zegt ing. Jos Groten, onderzoeker bij PPO Akkerbouw, Groene ruimte en Vollegrondsgroente. 'Voor biogas- of energiemas is voederwaarde minder relevant, maar moeten we juist op zoek naar andere eigenschappen. We denken daarbij vooral aan late rassen, met iets minder kolf, een hoog eiwit- en vetgehalte en vooral een hoge opbrengst.'

Dit jaar wordt in opdracht van negen bedrijven alvast vooronderzoek gedaan, waarbij bestaande masrassen zullen worden beoordeeld op de geschiktheid voor vergisting. Het officile cultuur- en gebruikswaardenonderzoek gaat waarschijnlijk in 2006 van start. Dit onderzoek is nodig om een ras te kunnen opnemen in de zogeheten 'Aanbevelende Rassenlijst voor Landbouwgewassen', een lijst waarop veel telers hun rassenkeuze baseren.

Een andere onderzoekslijn van PPO is de ontwikkeling van landschapsmas, waarmee in 2004 de eerste ervaring is opgedaan. Hierbij gaat het juist om een snijmas met zeer hoge voederwaarde, een kort groeiseizoen en korte stengels. De korte stengel moet voorkomen dat masvelden de rest van het landschap aan het oog onttrekt. Mas wordt door veel recreanten als ontsierend beschouwd. Groten: 'Dit type mas is bedoeld voor bedrijven met hoog productief vee, maar biedt ook mogelijkheden voor teelt in vruchtwisseling of bij graslandvernieuwing en is ook zeker ook interessant voor de biologische melkveehouderij. Voederwaarde is en blijft de belangrijkste eigenschap, maar het oog wil ook wat. Zo'n gedrongen voedermas is nu nog niet voorhanden.'

Dit jaar gaat PPO bestaande rassen van acht veredelingsbedrijven onderzoeken. Als hier een geschikt landschapsmastype uit voortkomt, zal vervolgens nog gewerkt moeten worden aan de optimalisatie van de teelt. | Gert van Maanen


Print nieuwsbericht