Meer inzicht nodig in oude patenten op chemische stoffen
Vis, moedermelk, Noordpoolsneeuw of koemelk bevatten veelal giftige niet-afbreekbare chemische verbindingen, zoals PCB’s, afkomstig uit industrieel gebruik. Alternatieve stoffen hiervoor blijken bij nader inzien vaak sterk verwante chemische verbindingen te zijn en dus even giftig. In zijn oratie aan Wageningen Universiteit op 13 oktober pleit prof.dr. J. de Boer daarom voor meer inzicht op Europees niveau in deze eerder gepatenteerde chemische alternatieven. Die kunnen daarmee zo nodig op basis van de eigenschap ‘persistente giftigheid’ worden verboden. Jacob de Boer houdt zijn oratie vanwege de aanvaarding van zijn ambt als persoonlijk hoogleraar aan Wageningen Universiteit.
De nieuwe hoogleraar Analytische milieuchemie bij de leerstoelgroep Visteelt en visserij en de leerstoelgroep Toxicologie van Wageningen Universiteit signaleert een toenemend gebruik van functionele stoffen voor industriële toepassingen en in dagelijks gebruik. Zo heeft het wereldwijd sterk toegenomen gebruik van kunststoffen en elektronica geleid tot een stijgend brandgevaar van goederen. De brandrisico’s zijn daarbij ingeperkt door een flinke hoeveelheid zogenoemde brandvertragers in het materiaal te verwerken. Deze broomverbindingen (PBDE’s), zoals vele stoffen gepatenteerd in de jaren zestig toen nog beperkte milieueisen golden, zijn terug te vinden in vloerbedekking, meubelbekleding, dakbedekking, autostoelen, TV’s, computers en andere elektronica en sinds de jaren tachtig een beetje in het milieu, maar eind jaren negentig ook in de wereldzeeën en hun organismen, zoals potvissen. Daarmee was hun globalisering in het milieu een feit.
Ook de zgn. gefluoreerde alkylverbindingen zijn inmiddels aangetroffen in ons voedsel en het milieu. Deze stoffen worden gebruikt als vuil- en waterafstotendheid op tapijten en regenkleding, als vetafstotende stof in bijvoorbeeld pizzadozen of als onderdeel van skiwas. Een recent voorbeeld van ongewenste aanwezigheid van milieu- en mensgevaarlijke chemische verbindingen betreft de zgn. Belgische dioxinecrisis, waarbij een voorraad motorolie met PCB’s werd gemengd met kippenvoer. Uiteindelijk leidde deze affaire tot de val van de toenmalige Belgische regering.
In zijn inaugurele rede ‘Vissen in troebel water’ meldt prof. De Boer dat het kennelijk “herhaaldelijk mogelijk is om over te gaan op de productie van gerelateerde, blijkbaar ook eerder gepatenteerde stoffen.” Zo werden voor de vlamvertragers in plaats van gebromeerde difenylethers (PBDE’s) zgn. hexabroomcyclododecaan (HBCD) gebruikt. “Het middel is daarbij erger dan de kwaal”, aldus prof. De Boer. “Ik zou daarom met klem willen pleiten voor het op Europees niveau overzichtelijk en inzichtelijk maken van alle patenten van chemische stoffen uit eerdere jaren, zodat zonodig uit voorzorg de productie kan worden beperkt of verboden.”
Prof.dr. Jacob de Boer (Velsen, 1955) is hoofd Milieu en voedselveiligheid van het Nederlands Instituut voor Visserijonderzoek (RIVO van Wageningen UR) in IJmuiden. In 1998 kreeg hij de status van ‘excellent onderzoeker’ binnen Wageningen UR en in januari van dit jaar werd hij vanwege persoonlijke hoge kwaliteiten in onderzoek en onderwijs benoemd tot persoonlijk hoogleraar aan Wageningen Universiteit. Jacob de Boer begon met een HBO-studie chemisch analist en promoveerde in 1995 aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.
NOOT VOOR DE REDACTIE
Nadere informatie bij prof.dr. Jacob de Boer, Visserijonderzoek (RIVO) bij Animal Sciences Group van Wageningen UR, IJmuiden, tel. 0255 564646 of 06-22247287, e-mail Jacob.deboer@wur.nl of bij Jac Niessen, wetenschapsvoorlichter Wageningen UR, tel. 0317 485003, e-mail jac.niessen@wur.nl bij wie de tekst van de rede ook verkrijgbaar is.