Resistentie voor aardappelziekte is gekoppeld aan late oogst

  Nieuws
  Perskamer
  Archief
  Agenda
  Nieuws
  2011
  2010
  2009
  2008
  2007
  2006
  2005
  2004
  2003
  2002
  RSS
  Agenda
  Open dagen
  Cursussen
  Promoties & Oraties
  Congressen en symposia

25 nov 2005
Onderdeel: Wageningen-UR
Nummer: 024


De aardappelziekte Phytophtora infestans

Aardappelen, waarvan de knollen vroeg rijpen (‘nieuwe aardappelen’)hebben minder weerstand tegen de aardappelziekte Phytophtora. Late rassenzijn daarentegen resistenter. In onderzoek van Wageningen UR is aangetoonddat de eigenschap voor vroege rijpheid en voor aardappelziekteresistentievermoedelijk door hetzelfde gen worden aangestuurd. Hierdoor zijn de eigenschappenniet te splitsen via veredeling. Op 11 maart promoveert Marleen Visker opdit onderzoek aan Wageningen Universiteit.

De aardappelziekte Phytophtora infestans is wereldwijd een groot probleem.Ruim vijftig procent van alle fungicidemiddelen die in Nederland wordtgebruikt is om Phytophtora te bestrijden. Daarbij komt dat aardappel hetderde belangrijkste voedselgewas van de wereld is en het meest verbouwdegewas in Nederland. Resistentieonderzoek is daarom van groot belang.

De aardappelrassen die in Nederland verbouwd worden zijn in te delen naarhet tijdstip waarop de aardappelknollen rijp zijn. Zo zijn er vroegrijpenderassen (de zgn. nieuwe aardappelen) en de laatrijpende aardappelen (bewaaraardappelen).Ondanks jarenlange veredeling is het niet gelukt om de vroegrijpende rassenresistent te maken tegen P. infestans.

Marleen Visker deed bij Plant Research International en Wageningen Universiteit,beide van Wageningen UR, met financiering van Technologiestichting STW,onderzoek naar de fysiologische en genetische oorzaken van de koppelingtussen de eigenschappen afrijping en resistentie.

Visker bestudeerde de mogelijke fysiologische koppeling tussen resistentieen afrijping door te onderzoeken wat de effecten op resistentie zijn vande leeftijd van de plant, het blad en van de positie van de bladeren aande plant. Uit het onderzoek blijkt het effect van de bladpositie het grootst.Elk nieuw gevormd blad is resistenter dan het voorgaande blad. Oude plantenmet relatief veel van die resistente bladeren hebben dus gemiddeld eenhogere mate van resistentie voor de gehele plant. Bladeren aan de basisvan de plant zijn vatbaarder dan bladeren aan de top, onafhankelijk vanarchitectuur of omgevingsfactoren. Elk blad van een vroegrijpend ras isbovendien vatbaarder voor de ziekte dan het blad op dezelfde positie aande stengel van een laatrijpend ras. Om een verklaring en mogelijke toepassingenvoor dit verschijnsel te vinden is nader onderzoek nodig.

Visker bepaalde via genetische merkers de plaats op het genoom waar degenen gelokaliseerd zijn die beide eigenschappen aansturen. Zij vond dat éénplaats op chromosoom 5 een groot effect heeft op beide eigenschappen. Viskerslaagde er niet in om via kruisingen de eigenschappen ‘uit elkaarte trekken’. Dit duidt erop dat één gen beide eigenschappenaanstuurt.

Duurzame resistentie in vroegrijpende rassen kan dus alleen worden verkregendoor andere genen op het genoom van aardappel te benutten dan het resistentie/afrijpings-genop chromosoom 5. In aanmerking daarvoor komen chromosoom 3, 4 en 6. Omdatde resistentie-genen op deze chromosomen een kleiner effect hebben danhet gen op chromosoom 5, zal toekomstig onderzoek moeten worden verrichtom deze resistentie-eigenschap te versterken. Pas dan zal de combinatievroege afrijping en hoge resistentie bij de aardappel mogelijk worden.

NOOT VOOR DE REDACTIE
Verdediging van het proefschrift: Association between late blight resistanceand foliage maturity type in potato, physiological and genetic studies door M.H.P.W. (Marleen) Visker vindt plaats op vrijdag 11 maart 2005om 16.00 uur in de Aula van Wageningen Universiteit, Generaal Foulkesweg1a, Wageningen. Meer informatie en beeldmateriaal bij Edwin Luijks, tel.0317 483915, e-mail Edwin.Luijks@wur.nl. Inhoudelijke vragen bij MarleenVisker, e-mail Marleen.Visker@wur.nl, tel. 0317 485017 of Leontine Colon,e-mail Leontine.Colon@wur.nl, tel. 0317 477024.


Print nieuwsbericht