Wageningen Universiteits Fonds ontvangt legaat voor onderzoek genetischemodificatie
Het Wageningen Universiteits Fonds (WUF) heeft een bedrag van ruim driehonderdduizendeuro ontvangen uit een legaat. De schenker, die anoniem wil blijven, doneerdehet bedrag met de opdracht dat de middelen ten goede moeten komen aan onderzoekop het gebied van genetische modificatie en gewasverbetering. In samenwerkingmet Wageningen Universiteit heeft het WUF daarop een onderzoeksvoorstel opgesteldgericht op het uitbannen van de gevreesde aardappelziekte Phytophthora.
In overleg met prof. E. Jacobsen, hoogleraar Plantenveredeling van WageningenUniversiteit, heeft het Wageningen Universiteits Fonds besloten het geldte bestemmen voor wetenschappelijk onderzoek van genetische modificatievoor het ontwikkelen van aardappels met resistentie tegen Phytophthora.Met de middelen kan een promovendus worden aangesteld om het onderzoek,met soorteigen genen, te verrichten. Sociologisch onderzoek heeft aangetoonddat consumenten bij gebruik van genetisch gemodificeerde planten de voorkeurgeven aan planten waarvoor alleen planteigen genen zijn gebruikt. De ontwikkelingvan resistente aardappelrassen met alleen genen van wilde aardappels beantwoordtaan deze voorkeur.
De milieuvriendelijkste manier om aardappels tegen Phytophthora te beschermenis ze resistent (ongevoelig) te maken tegen Phytophthora. Via klassiekeveredelingstechnieken met aanverwante aardappelsoorten zijn op die wijzerassen verkregen met aanvankelijk een zekere mate van resistentie tegendeze belager. De resistentie was gebaseerd op meerdere genen (R1, R2, R3en R10 gedoopt) die alleen of in combinaties bescherming boden tegen Phytophtora.De ziekteverwekker wist deze resistentie echter na vijf tot tien jaar tedoorbreken, waardoor de ziekte na verloop van tijd weer de kop opstak.Kennelijk is de resistentie gebaseerd op deze set resistentiegenen onvoldoende.
De wilde aardappel (ruim 200 soorten) bezit echter nog veel meer resistentiegenendie in een natuurlijke situatie gemengd voorkomen en zo de ziekte goeddeelsonderdrukken. Wanneer deze genen gecombineerd in nieuwe rassen worden ingebouwd,kunnen milieuvriendelijker aardappelrassen ontstaan. Als hiervoor genetischemodificatie wordt gebruikt, is veel tijdwinst te boeken. Daarnaast is erin vergelijking met het kruisen van aardappels meer controle mogelijk ophet eindresultaat, bijvoorbeeld doordat veel ongewenste eigenschappen,zoals late rijpheid, die zijn gekoppeld aan een resistentiegen, niet meeworden ingekruist.
Phytophthora infestans is de microscopisch kleine veroorzaker van de aardappelziektedie wereldwijd grote schade veroorzaakt in de aardappelteelt (opbrengstruim 300 miljoen ton/jaar). Lang dacht men dat het organisme een schimmelbetrof, maar het blijkt een niet-verwante zgn. oömyceet te zijn dieomstreeks 1845 in Europa werd geïntroduceerd. In Nederland vormt deziekte een ernstige bedreiging voor het voortbestaan van de aardappelteelt.Om de ziekte te voorkomen of te bestrijden gebruiken akkerbouwers grotehoeveelheden bestrijdingsmiddelen (fungiciden).
NOOT VOOR DE REDACTIE
Nadere informatie over het onderzoek bij prof.dr. Evert Jacobsen (Plantenveredeling,Wageningen Universiteit), tel. 0317 476811, e-mail evert.jacobsen@wur.nl,over WUF bij Monique Montenarie (Wageningen Universiteits Fonds), tel.0317 483490, e-mail Monique.Montenarie@wur.nl of bij Jac Niessen, wetenschapsvoorlichterWageningen UR, tel. 0317 485003, e-mail jac.niessen@wur.nl.