Ongeveer twee procent van de West-Europese bevolking leidt aan appelallergie.Door genetische data te combineren met de resultaten van huidpriktesten bijallergische patiënten is meer inzicht ontstaan in de betrokkenheid vanspecifieke genen bij deze vorm van allergie. Dhr. Zhongshan Gao heeft tijdenszijn promotieonderzoek bij Wageningen Universiteit genen geïdentificeerden gelokaliseerd die betrokken zijn bij allergeniciteit. De veredeling enontwikkeling van laag allergene appelrassen is hiermee een stap dichterbijgekomen.
Appel is de meest geteelde fruitsoort in gematigde streken. De kennisover de genetica van de appel is de laatste jaren in versnelling geraaktdoor de ontwikkeling van genetische kaarten en -technieken. Dit heeft moleculairemerkers opgeleverd waarmee kiemplantjes op resistentie tegen bepaalde plantenziektenkunnen worden getoetst. De inzet van merkers voor allergie-onderzoek isnieuw.
Eerder is aangetoond dat appelallergie wordt veroorzaakt door éénof meerdere eiwitten in appel (zogenaamde Mal d1 t/m Mal d4-eiwitten).Mal d1 is het belangrijkste allergeen in appel. Personen die allergischzijn voor het Mal d1 eiwit hebben last van jeuk, tintelingen en zwellingenvan lippen, tong en keel na het eten van een verse appel.
Uit het proefschrift van Gao blijkt dat de exacte identificatie van degenen die bij allergeniciteit betrokken zijn een grote uitdaging is, enerzijdsomdat er meerdere allergenen samen een rol kunnen spelen en anderzijdsomdat patiënten onderling verschillen in hun gevoeligheid voor dezeallergenen en hun varianten.
Doel van Gao’s onderzoek was het opsporen en karakteriseren vande genen die bepalend zijn voor de aminozuursamenstelling van de vier belangrijksteallergene eiwitten. Een andere doelstelling van het project was de ontwikkelingvan genetische merkers waarmee in kiemplanten al voorspellingen kunnenworden gedaan of een appel allergene eiwitten bevat.
Gao vond 26 genen, waarvan er 18 codeerden voor het eiwit Mal d1. Voorpatiënten in Noord West Europa wordt Mal d1 als het belangrijksteallergeen van appel beschouwd. Deze patiënten hebben ook last vanhooikoorts in het voorjaar als reactie op berkenstuifmeel. Uit onderzoekvan Gao bleek dat de Mal d 1 genen op drie chromosomen liggen, waarvanvooral de genen op chromosoom 16 een duidelijke rol spelen bij de allergeniciteit.Bovendien bleek de hoeveelheid Mal d1 eiwit minder belangrijk dan de vormwaarin het eiwit voorkomt. Tot nu toe is medisch onderzoek voornamelijkgericht op de hoeveelheid.
In de toekomst kunnen, mede door de resultaten van dit proefschrift engebruikmakend van moderne technologieën, zoals merkergestuurde veredelingen het verminderen van de activiteit van genen nieuwe minder-allergeneappelrassen op de markt gebracht worden die appelallergische patiëntenin staat stellen een appel te eten zonder daar enige last van te krijgen.De uitkomsten zijn ook bruikbaar voor genetisch onderzoek in andere fruitsoortenzoals peer en perzik omdat deze overeenkomstige allergenen bevatten.
Zhongshan Gao hoopt 30 juni met zijn onderzoek “Localization ofcandidate allergen genes on the apple (Malus domestica) genome and theirputative allergenicity”, te promoveren bij Wageningen Universiteit.
Gao heeft zijn proefschrift gemaakt binnen het kader van het EU-safe project,een groot Europees interdisciplinair consortium, en is de eerste gepromoveerdevan het Allergie Consortium Wageningen. Vervolgonderzoek vindt plaats inhet EU project ISAFRUIT, waar appelallergie en het maken/selecteren vanhypoallergene rassen een significant onderdeel zal zijn.
NOOT VOOR DE REDACTIE
Zhongshan Gao promoveert bij prof. dr. Ir. Evert Jacobsen en prof. dr.Richard Visser (beiden hoogleraren in de Plantenveredeling) met zijn onderzoek “Localizationof candidate allergen genes on the apple (Malus domestica) genome and theirputative allergenicity”, op 30 juni, 16.00 uur in gebouw 316, collegezaalC6 van Wageningen Universiteit, Dreijenlaan 4, 6703 HA, Wageningen.
Meer inhoudelijke informatie is te verkrijgen bij Luud Gilissen (luud.gilissen@wur.nl /0317 477168 of 483078) of Eric van de Weg (eric.vandeweg@wur.nl /0317 477281). Beeldmateriaal is te verkrijgen bij Edwin Luijks (edwin.luijks@wur.nl /0317 483915).