Agrarisch natuurbeheer in Europa weinig effectief

  Nieuws
  Perskamer
  Archief
  Agenda
  Nieuws
  2011
  2010
  2009
  2008
  2007
  2006
  2005
  2004
  2003
  2002
  RSS
  Agenda
  Open dagen
  Cursussen
  Promoties & Oraties
  Congressen en symposia

31 jan 2006
Onderdeel: Wageningen UR
Nummer: N10

Agrarisch natuurbeheer in Europa blijkt een weinig effectief beleidsinstrument. Onderzoek in vijf Europese landen wijst uit dat veelvoorkomende soorten vogels, insecten of planten daar niet volop van profiteren en weinig voorkomende soorten nog veel minder. Bedreigde soorten, die voorkomen op de zogenaamde rode lijsten hebben er nauwelijks voordeel van, zoals in Nederland de grutto en de tureluur. Dat zeggen onderzoekers van zes Europese onderzoeksinstellingen onder leiding van Wageningen Universiteit.

De onderzoekers vinden dat in de toekomst veel helderder en meetbare doelen moeten worden gesteld voor dit beleid Dat beleid moet meer gericht zijn op specifieke soorten die beschermd moeten worden. De maatregelen moeten bovendien strak worden gemonitord, vinden zij.

Agrarisch natuurbeheer is bedoeld om de negatieve effecten van de moderne landbouw op de natuurlijke omgeving tegen te gaan. Daarvoor krijgen boeren financiële prikkels voor milieuvriendelijke methodes bij het bewerken van het land, zoals later maaien van het grasland en minder of later uitstrooien van mest.

Beleidsinstrument
Het agrarisch natuurbeheer is een belangrijk beleidsinstrument in veel Europese landen. De Europese Unie heeft al haar lidstaten verplicht tot het invoeren daarvan. In 2003 ging naar schatting 3,7 miljard euro naar dit soort maatregelen. In 2005 was ongeveer 25 procent van het landbouwareaal in de vijftien oudere lidstaten van de Europese Unie voorwerp van dit beleid. Agrarisch natuurbeheer is één van de belangrijkste doelen om de biodiversiteit te beschermen in landbouwgebieden. Daarnaast blijkt dat subsidies voor agrarisch natuurbeheer Europese landen indirect de mogelijkheid geeft de agrarische gemeenschap te steunen waar directe steun onder druk staat wegens verstoring van de internationale handel.

Onderzoek
In de afgelopen drie jaar deden onderzoekers uit Nederland, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Zwitserland en Spanje elk in hun eigen land onderzoek naar vooral het effect van het agrarisch natuurbeheer op de biodiversiteit. Deelonderzoeken op kleinere schaal werden verder gedaan in Griekenland en Hongarije. Daarbij werd het voorkomen van bepaalde planten, vogels, bijen, sprinkhanen en krekels, en spinnen vergeleken tussen 202 percelen mét en hetzelfde aantal zónder natuurbeheer. Het onderzoek dat mogelijk werd gemaakt door de Europese Unie binnen haar zogeheten vijfde kaderprogramma is één dezer dagen gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Ecology Letters.

Uit het onderzoek komt onder meer naar voren dat bescherming van bedreigde vogelsoorten in Nederland, vooral de grutto en de tureluur, nauwelijks effect hebben van het agrarisch natuurbeheer. In Spanje daarentegen is er wel een merkbaar verschil ten gunste van bedreigde vogels. De onderzoekers denken dat dat komt omdat in Nederland, in tegenstelling tot Spanje, de landbouw zeer intensief wordt bedreven. Bovendien zijn in Nederland de omstandigheden veel ongunstiger, zoals de grondwaterstand en de dichtheid aan wegen.

Neergaande trend stoppen
Op 30 en 31 januari 2006 hebben circa 75 onderzoekers uit 12 landen in Wageningen de resultaten van het onderzoek besproken. Hun belangrijkste conclusies zijn dat agrarisch natuurbeheer in zekere mate helpt bij het behoud van biodiversiteit en de bescherming van bedreigde soorten. Maar in zijn huidige vorm is dit beleidsinstrument niet afdoende om de neergaande trend te stoppen. Niettemin komen uit het grootschalige onderzoek voldoende voorbeelden naar voren die laten zien wanneer en onder welke voorwaarden zulke maatregelen wel werken. Op grond daarvan vinden de onderzoekers dat agrarisch natuurbeheer, wil het effectief zijn, anders moet dan nu.

Hieronder staan de belangrijkste conclusies van de conferentie in hun geheel, in het Engels, weergegeven.

1. Agri-Environment Schemes (AES) do not currently adequately protect farmland biodiversity at a European or national scale, but there are enough examples of individual schemes which do protect biodiversity to suggest that, given correct evidence base, design, targeting and funding, AES could provide adequate protection for biodiversity. Ecological information on the impacts of schemes on land abandonment and the associated biodiversity implications are lacking.

2. In order to work and to demonstrate that they have worked (or not), AES need clear objectives and targets. These objectives and targets should be area-specific, realistic and quantitative in terms of changes in abundance, range or diversity of specified species or species groups and be time delimited.

3. For future improved success of AES, region specific farmer training and advice will be a key issue to enhance farmland biodiversity.

4. In general, there is sufficient ecological insight and geographical information to identify the objectives, outcomes and targeting for potential AES prescriptions. However, ecological insights are often lacking for spatial scale effects and for temporal and ecosystem service effects.

5. Wide-scale ecological evaluations, well-integrated in scheme design and implementation, should be linked to specific case studies on the causes of effectiveness of lack thereof. Ecological insights into cause and effect are important for the design/re-design process, for which monitoring and clarity of objectives are key. Ecological assessment should be transparent, inclusive and carried out by skilled ecologists.

6. The results of evaluation and cause-effect studies should be used to improve the design of schemes. Agri-environment schemes should be regarded as working hypotheses that need constant adjustment.


Print nieuwsbericht

Contact
Meer informatie
Dr. David Kleijn, Natuurbeheer en Plantenecologie
tel. 0317 483 883
david.kleijn@wur.nl
»  meer Contact