Oratie prof. Van Huis:
Boeren en boerinnen in Afrika beslissen uiteindelijk zelf of zij een nieuwe technologie ter verbetering van de landbouw accepteren. Daarom is er meer aandacht nodig voor de lokale en individuele omstandigheden waaronder de technologische verbeteringen moeten plaatsvinden. Onderzoekers dienen hun professie daarop in te richten. Dat bepleit prof.dr. Arnold van Huis in zijn oratie op 23 februari bij zijn aanvaarding van het ambt van persoonlijk hoogleraar Entomologie aan Wageningen Universiteit.
Prof. Arnold van Huis betwijfelt of het gebrek aan technische mogelijkheden in Afrika altijd de flessenhals is voor landbouwkundige verbeteringen, zoals landbouw met minder chemische middelen die een hogere opbrengst en meer voedselzekerheid leveren. Hij ziet de introductie van nieuwe technologieën vaak stranden doordat de context van de introductie de vernieuwing niet toelaat. Zo is in het verleden de kennis die de boer heeft van zijn gewassen, bodem en klimaatomstandigheden vaak genegeerd. De Afrikaanse landbouw wordt door Westerse wetenschappers al gauw gekenschetst als primitief. Ook de logica van de lokale boer wijkt af van die van de conventionele wetenschap. Van Huis geeft in zijn rede voorbeelden van mislukkingen van innovaties waarbij geen rekening is gehouden met plaatselijke en individuele omstandigheden maar ook van successen waarbij daarop wel werd ingespeeld.
In zijn oratie Insect, respect en maatschappelijk effect pleit Van Huis daarom voor het in overleg treden van alle spelers in de keten. Om het landbouwonderzoek te sturen dienen de onderzoekslijnen vooraf te worden geëvalueerd, bijvoorbeeld door vooraf in kaart te brengen of een studie zin heeft en door samen met boeren en andere belangstellenden te kijken naar de fysieke, sociaal-economische en culturele omstandigheden waarin innovatie kan werken.
Zo kan het landbouwonderzoek bijdragen aan het verbeteren van de levensomstandigheden van de boer en de vermindering van de armoede in Afrika en andere tropische gebieden. “Om de werkelijke veranderingen tot stand te brengen is er een ander soort wetenschapper nodig met een ander idee van professionaliteit”, aldus de hoogleraar. “Biologische wetenschappers hebben kans gezien om het systeemdenken te introduceren waarbij multidisciplinaire benadering mogelijk werd. Nu is de uitdaging om aandacht te geven aan inter- en transdisciplinariteit, vooral in een meer complexe samenleving waarbij overeenkstemming tussen partijen steeds belangrijker wordt.”