Het vervolgonderzoek naar de bloedingsziekte bij paardenkastanjes in Nederland is van start gegaan nu de bomen vol in het blad staan. De werkgroep Aesculaap brengt onder coördinatie van het Praktijkonderzoek Plant en Omgeving van Wageningen UR met hulp van de Nederlandse gemeenten de verspreiding in 2006 in kaart. Het vervolgonderzoek richt zich op een vorig jaar aangetroffen bacterie en op mogelijke bronnen van stress voor de bomen, maar ook op natuurlijke verdedigingsmechanismen van paardenkastanjes en een mogelijke bestrijding van de ziekte.
Het plan van aanpak voor 2006 (‘Behoud de kastanje’) is samengesteld op basis van de aanbevelingen in het eindrapport ‘Red de kastanje voor Nederland’ van november vorig jaar. De werkgroep Aesculaap wil zo snel mogelijk de oorzaak van de ziekte wetenschappelijk bevestigd zien en oplossingsrichtingen aangeven voor de beheersing van de kastanjeziekte. Daartoe worden de meest kansrijke en wetenschappelijk onderbouwde onderzoekrichtingen ingezet.
Om zekerheid te hebben over de veroorzaker van de kastanjeziekte, waarvan de bacterie Pseudomonas syringae ernstig wordt verdacht, zijn proeven ingezet. Daarbij zijn op een gemeentekwekerij paardenkastanjebomen met de Pseudomonas-bacterie besmet en worden de effecten gevolgd. Pas als de bomen ziek worden is aangetoond dat Pseudomonas de veroorzaker is.
Verdediging
Paardenkastanjes die lijden aan de bloedingsziekte vertonen afweerreacties. Hoe en wanneer dit verdedigingsmechanisme in gang wordt gezet is nog niet duidelijk. Ook lijken de kastanjesoorten (Aesculus pavia en Aesculus flava) minder vatbaar. In het onderzoek wordt gekeken of deze soorten meer weerstand hebben en hoe hun verdedigingsmechanisme werkt.
Mogelijk bestaat er een verband tussen de groeiplaats (grondsoort, waterstand), de conditie van paardenkastanjes en de mate van aantasting. Op dit moment bekijken onderzoekers in Oegstgeest en in Leiden daarop de locaties waar zieke bomen staan. Er zijn veel factoren die stress kunnen veroorzaken, zoals droogte, wateroverlast en zo gezonde bomen verzwakken. De invloed van stressfactoren is ook een onderwerp van het vervolgonderzoek.
Tot de hoofdlijnen van het plan van aanpak 2006 behoort ook het opstellen van een advies aan groenbeheerders en particulieren hoe de ziekte in toom te houden of zo mogelijk te bestrijden. In Houten worden daartoe zieke bomen behandeld met verschillende experimentele middelen en bekeken of de ziekte vertraagt en of er herstel optreedt.
Inventarisatie
De Nederlandse gemeenten met paardenkastanjes in hun bomenbestand zijn ook dit jaar gevraagd de verspreiding van de bloedingsziekte in hun gemeente in kaart te brengen. Hiermee kan een beeld worden verkregen van de verbreidingssnelheid en ernst van de aantastingen in Nederland. Deze inventarisatie maakt ook vergelijkingen met andere landen mogelijk. Er zijn meldingen uit omliggende landen, zoals België en Groot-Brittannië, van het voorkomen van de ziekte.
In de werkgroep Aesculaap werken samen: Praktijkonderzoek Plant en Omgeving (PPO) van Wageningen UR (coördinatie), Groenadvies Amsterdam BV, de Plantenziektenkundige Dienst van het Ministerie van LNV, Alterra van Wageningen UR en de gemeenten Den Haag, Utrecht, Haarlemmermeer en Houten. Verder werken in het onderzoek de Leerstoelgroepen Plantencelbiologie en Plantenfysiologie en Plant Research International van Wageningen UR mee.