Weer regelt opname herbiciden

  Nieuws
  Perskamer
  Archief
  Agenda
  Nieuws
  2011
  2010
  2009
  2008
  2007
  2006
  2005
  2004
  2003
  2002
  RSS
  Agenda
  Open dagen
  Cursussen
  Promoties & Oraties
  Congressen en symposia

11 mei 2006
Onderdeel: Wageningen UR

Weersinvloeden voorafgaand aan herbicidenbespuiting hebben een duidelijke invloed op het bestrijdingsresultaat. Promovenda Ingrid Riethmuller-Haage van Wageningen Universiteit toonde aan dat onder invloed van het weer de capaciteit van het blad van onkruiden om herbiciden op te nemen verandert.

Het was al bekend dat lichte regenbuien na het spuiten van sommige bodemherbiciden gunstig zijn omdat het middel zich dan goed verspreidt over de bodem en geen gewassen beschadigt. Voor middelen die ingrijpen op specifieke fysiologische processen in onkruidplanten en ze zo van binnenuit onschadelijk maken is veel zonlicht soms gunstig.

De promovenda heeft nu echter het mechanisme erachter aangetoond. Het weer heeft invloed op hoeveel herbiciden een onkruidblad op kan nemen. Het percentage opgenomen herbicide bleek te variëren tussen tien en zeventig procent. Vooral stralingsniveau en relatieve luchtvochtigheid beïnvloeden de opname. Sommige typen herbiciden worden beter opgenomen bij een lage straling en een hoge relatieve luchtvochtigheid, terwijl andere soorten dan juist slechter opgenomen worden. Dit heeft te maken met de chemische structuur van de bestrijdingsmiddelen. Het onderzoek leidt tot een sterke aanbeveling om bij besluiten over dosering en tijdstip van toediening rekening te houden met het weer in de voorbije dagen.

Riethmuller-Haage onderzocht ook hoe snel effecten van herbiciden aantoonbaar zijn. Zij richtte zich op ALS-herbiciden, een veel gebruikte groep onkruidbestrijders. Kenmerkend is dat zeer lage concentraties van deze middelen hardnekkige grassen en andere onkruiden doen afsterven. De promovenda laat zien dat al enkele dagen na toediening een ontregeling van de fotosynthese in onkruiden is waar te nemen. Ook in dit geval identificeerde ze de achterliggende mechanismen en zocht ze naar praktische handvaten voor de landbouw. Boeren blijken met een fluorescentiemeting al na enkele dagen te kunnen bepalen of de fotosynthese in het onkruid voldoende wordt ontregeld en het bestrijdingsmiddel dus aanslaat. Daarmee is ruim voordat de onkruiden zichtbare symptomen gaan vertonen, en dat is dikwijls pas na enkele weken, na te gaan of de bespuiting een succes is. Dankzij zulke vroegtijdige controles kunnen boeren de chemische middelen efficiënter inzetten.
Hugo Bouter

Bovenstaand bericht is geproduceerd door de redactie van Wb, het weekblad voor Wageningen UR. Het wordt u aangeboden door de afdeling Corporate Communicatie. Meer informatie bij Pers- en wetenschapsvoorlichting van Wageningen UR, e-mail: pers.communicatie@wur of bij de Redactie van Wb, e-mail: wb@cereales.nl. Zie meer nieuws en archief op http://www.wb-online.nl.


Print nieuwsbericht