Worm toch niet zo goed voor klimaat

  Nieuws
  Perskamer
  Archief
  Agenda
  Nieuws
  2011
  2010
  2009
  2008
  2007
  2006
  2005
  2004
  2003
  2002
  RSS
  Agenda
  Open dagen
  Cursussen
  Promoties & Oraties
  Congressen en symposia

7 jun 2007
Onderdeel: Wageningen UR

Regenwormen kunnen veel lachgas produceren, en dragen op die manier bij aan het broeikasgaseffect. Dat blijkt uit onderzoek van Jan Willem van Groenigen van Alterra van Wageningen UR en de leerstoelgroep Bodembiologie en biologische bodemkwaliteit van Wageningen Universiteit, dat is gepubliceerd in Soil Biology and Biochemistry. Opmerkelijk, want wormen stonden tot nu toe juist bekend om hun positieve invloed op klimaatverandering.

Welke wormsoorten de grootste boosdoeners zijn, is nog niet bekend. ‘We vermoeden dat de regenwormen die in de bovenste grondlaag zitten, de strooiseleters, het meest bijdragen aan lachgasproductie, omdat zij de verse gewasresten eten’, zegt Van Groenigen.

Tijdens het verteren van de plantenresten produceren wormen lachgas in hun darmen. Daarnaast ontstaat lachgas in de grond, bij het afbraakproces van organisch materiaal door bacteriën en schimmels. Van Groenigen: ‘In de bodem is minder zuurstof en meer stikstof, waardoor lachgas eerder wordt gevormd dan bovengronds.’

Wanneer er regenwormen in de grond zitten, kan de hoeveelheid lachgas die vrijkomt bij de afbraak van gewasresten tot achttien maal toenemen. ‘Dit kan de balans behoorlijk verstoren. Niet omdat het heel veel is, maar omdat lachgas een heel sterk broeikasgas is. Eén molecuul is vergelijkbaar met driehonderd moleculen koolstofdioxide.’

Tot nu toe stonden regenwormen juist bekend om hun positieve invloed op klimaatverandering. Ze nemen organisch materiaal mee onder de grond waar het langzamer afbreekt, met een lagere uitstoot van koolstofdioxide tot gevolg.

Nu blijkt dat het afbraakproces van plantenresten in de grond tegelijkertijd tot een hogere productie van lachgas leidt. Dit stelt de onderzoekers voor de vraag wat het netto effect van regenwormen is op de klimaatverandering. ‘Misschien leidt een bepaalde samenstelling van wormensoorten in de bodem wel tot de optimale balans van deze twee processen’, zegt Van Groenigen. ‘Ons onderzoek maakt nu in ieder geval duidelijk dat bodemdieren een rol spelen in de emissies van broeikasgassen uit de landbouw. Daar moeten we rekening mee houden in onze klimaatmodellen.’
Laurien Holtjer

Bovenstaand bericht is geproduceerd door de redactie van Resource, het weekblad voor Wageningen Universiteit en Researchcentrum. Het wordt u aangeboden door de afdeling Corporate Communicatie. Meer informatie bij Pers- en wetenschapsvoorlichting van Wageningen UR, e-mail: pers.communicatie@wur of bij de redactie van Resource, e-mail: resource@cereales.nl. Zie archief (inclusief Wb-artikelen) op http://www.resource-online.nl.


Print nieuwsbericht