Voor veel land- en tuinbouwbedrijven was 2009 in financieel-economisch opzicht een slecht jaar. Het inkomen daalde ten opzichte van vorig jaar en in de glastuinbouw is de situatie zelfs dramatisch. Alleen voor leghennenhouders was 2009 een goed jaar. De drastische verslechtering van de bedrijfsresultaten is vooral een gevolg van lagere opbrengstprijzen. Deze zijn mede veroorzaakt door de vraaguitval op exportmarkten na het uitbreken van de kredietcrisis. De omvang van de productie van de land- en tuinbouw is dit jaar wel toegenomen. De productiekosten zijn vooral door de lagere veevoerprijzen gedaald. Na het al matige jaar 2008 is het inkomen gemiddeld per land- en tuinbouwbedrijf nog net positief. Hoewel de verwachtingen voor de agrarische sector op de langere termijn niet ongunstig zijn, biedt de verslechterde financiële positie van veel bedrijven op dit moment weinig ruimte om te investeren in duurzaamheid en in versterking van de concurrentiepositie.
Veehouderij
Het inkomen van melkveehouders daalt zeer sterk door een ongekend forse daling van de prijs van melk in 2009. Ondanks lagere voederkosten en de uitbreiding van de melkquota wordt het inkomen in 2009 zelfs negatief. Dit is niet eerder voor gekomen. Aan het eind van 2009 laat de melkprijs wel een duidelijk herstel zien.
In de varkenshouderij is er door hogere biggenprijzen enerzijds een beter bedrijfsresultaat voor de zeugenhouders, maar anderzijds een resultaatverslechtering voor de vleesvarkensbedrijven. De lagere voerkosten kunnen ook voor gesloten varkensbedrijven de opbrengstendaling door lagere vleesvarkensprijzen niet opvangen.
De houders van leghennen bereiken in 2009 een bijzonder goed bedrijfsresultaat door hogere prijzen van de eieren en lagere voerkosten. De stijging van de eierprijzen is vooral het gevolg van productievermindering in Duitsland vanwege de omschakeling van batterijbedrijven. Door de lagere voerkosten stijgen ook de inkomens van vleeskuikenbedrijven, maar die verbetering is veel geringer dan op de leghennenbedrijven.
Akkerbouw
Het inkomen van de akkerbouwbedrijven blijft ongeveer gelijk ondanks lagere prijzen van belangrijke gewassen, zoals aardappelen, granen en suikerbieten. Hogere kg-opbrengsten compenseren de prijsdalingen. Voor bedrijven met zetmeelaardappelen daalt het inkomen wel. Van de inkomens in de akkerbouw in 2009 is nog geen goed beeld te geven omdat deze nog onder invloed staan van de prijsontwikkeling van onder meer aardappelen, gedurende de rest van het afzetseizoen.
Tuinbouw
In alle sectoren van de tuinbouw, onder glas en in de open grond, daalt het inkomen. De mate van daling is wel sterk uiteenlopend. Vooral de glasgroente- en snijbloementelers worden hard getroffen door de tegenvallende afzetprijzen. Deze ondernemers hebben, evenals de bloembollentelers, al voor het tweede jaar op rij een negatief inkomen. Naast de sterk gedaalde opbrengstprijzen had de glastuinbouw ook te kampen met een gemiddeld hogere gasprijs, als nasleep van de piek in de olieprijzen in 2008. De rentabiliteit van de glastuinbouw daalt in 2009 naar 84, het laagste niveau dat ooit is vastgesteld door het LEI. Alleen voor de potplantentelers onder glas is de inkomensdaling beperkt. In de tuinbouw in de opengrond ligt dit jaar alleen voor de boomtelers het inkomen op een redelijk niveau. De champignonbedrijven hebben door tegenvallende exportresultaten te kampen met een forse inkomensdaling.
|
Tabel 1
|
Gemiddelde rentabiliteit en inkomen (x 1.000 euro) op agrarische bedrijven |
|
|
Opbrengst per 100 euro kosten |
Inkomen uit bedrijf, per onbetaalde aje |
Totaal inkomen per bedrijf |
Mut. a) |
|
|
2008 |
2009
(r) |
2008 |
2009 (r) |
2008 |
2009 (r) |
|
|
Totaal land- en tuinbouw |
90 |
83 |
26 |
3 |
56 |
24 |
- |
|
Melkveebedrijven b) |
90 |
69 |
39 |
-6 |
72 |
7 |
- - - |
|
Vleeskalverenbedrijven |
86 |
86 |
36 |
37 |
. |
. |
0/+ |
|
Varkensbedrijven |
92 |
90 |
12 |
10 |
34 |
33 |
-/0 |
|
- fokvarkensbedrijven |
91 |
98 |
9 |
51 |
28 |
83 |
+++ |
|
- vleesvarkensbedrijven |
94 |
85 |
29 |
-5 |
49 |
19 |
- - |
|
- gesloten varkensbedrijven |
91 |
88 |
0 |
-9 |
18 |
7 |
- |
|
Leghennenbedrijven |
89 |
113 |
-5 |
135 |
6 |
200 |
+++ |
|
Vleeskuikenbedrijven |
95 |
98 |
-3 |
36 |
17 |
55 |
++ |
|
Akkerbouwbedrijven |
91 |
90 |
40 |
41 |
55 |
60 |
0/+ |
|
- zetmeelaardappelbedrijven |
97 |
91 |
53 |
41 |
57 |
60 |
0/+ |
|
Glastuinbouwbedrijven |
92 |
84 |
1 |
-62 |
-4 |
-102 |
- - - |
|
- glasgroentebedrijven |
91 |
76 |
-19 |
-132 |
-24 |
-220 |
- - - |
|
- snijbloemenbedrijven |
90 |
81 |
-3 |
-57 |
-26 |
-99 |
- - - |
|
- pot- en perkplantenbedr. |
99 |
97 |
39 |
27 |
65 |
54 |
- |
|
Champignonbedrijven |
100 |
93 |
47 |
17 |
. |
. |
- - |
|
Opengrondsgroentebedrijven |
87 |
84 |
23 |
9 |
. |
. |
- |
|
Fruitbedrijven |
93 |
84 |
42 |
20 |
. |
. |
- |
|
Bloembollenbedrijven |
84 |
79 |
-10 |
-34 |
. |
. |
- |
|
Boomkwekerijbedrijven |
101 |
97 |
56 |
47 |
. |
. |
- |
|
a) Mutatie totaal inkomen (voor de vleeskalveren en de laatste 5 groepen: mutatie inkomen uit bedrijf per onbetaalde aje);
-/0/+ = + of - maximaal 5.000 euro; - of + = 5.000-25.000 euro; - - of ++ = 25.000-50.000 euro;
- - - of +++ = > 50.000 euro.
b) inkomen uit bedrijf per onbetaalde aje exclusief afschrijving melkquotum in 2009: 7.000 euro.
Bron: Informatienet |
Bij het inkomen uit bedrijf worden ook de Europese toeslagen gerekend.