Beste landbouwregio’s liggen buiten Nederland

  Nieuws
  Perskamer
  Archief
  Agenda
  Nieuws
  2011
  2010
  2009
  2008
  2007
  2006
  2005
  2004
  2003
  2002
  RSS
  Agenda
  Open dagen
  Cursussen
  Promoties & Oraties
  Congressen en symposia

2 sep 2009
Nummer: N

De concurrentiekracht van de Nederlandse landbouw verslechtert ten opzichte van enkele regio’s in omringende landen bij liberalisering van het landbouwbeleid. Oorzaak zijn de hoge productiekosten in het stedelijke Nederland.

Dat stelt ir. Tia Hermans van Alterra, onderdeel van Wageningen UR, in het komende nummer van Land Use Policy. Ze beoordeelde de sterkte van de landbouw in 160 regio’s van de Europese Unie aan de hand van criteria voor profit, people and planet op basis van cijfers van Eurostat.

Qua concurrentiekracht (profit) heeft Nederland samen met hoogproductieve regio’s in Duitsland, Frankrijk en Engeland de beste papieren. Door de liberalisering concurreren deze regio’s landen met laagproductieve landbouw in Zuid- en Oost-Europa weg.

Ook qua arbeidsproductiviteit (people) scoren de regio’s in Noordwest-Europa het beste. In landen met veel kleine bedrijven en veel werkgelegenheid in de landbouw, zoals Polen, verdwijnt juist veel landbouw door de liberalisering.

Beste regio's
Nederland scoort echter minder goed op het criterium planet. Dichtbevolkte regio’s in Europa, waaronder Nederland, hebben hogere grondprijzen door de grote vraag naar grond voor andere functies en meer milieukosten dan de dunbevolkte gebieden met hoogproductieve landbouwbedrijven in Denemarken en delen van Duitsland en Frankrijk. De beste regio’s voor een duurzame landbouw zonder inkomenssteun liggen daarom buiten Nederland. Grootschalige bedrijven met lage kosten concurreren de andere bedrijven weg, aldus Hermans.

‘Als je naar de economische kant kijkt, is de stelregel: wie sterk is, komt sterker uit de liberalisering van de landbouw’, zegt Hermans. ‘De economische kracht van de Nederlandse landbouw wordt echter naar beneden getrokken door de druk op het ruimtegebruik in Nederland. Dat leidt tot hogere kosten. De Nederlandse land- en tuinbouw heeft dus iets extra’s nodig om mee te kunnen in de internationale concurrentieslag, bijvoorbeeld produceren voor een bijzondere nichemarkt of een uitmuntende logistiek.’

Noord-Nederland
Hermans verwacht dat bedrijven in Noord-Nederland concurrerend blijven, maar boeren in andere delen van Nederland nauwelijks. ‘Je ziet nu al dat veel bedrijven in Nederland het moeilijk krijgen’, zegt ze. ‘De huidige lage melkprijs is niet vol te houden, zeggen veel melkveehouders. Maar dat is precies wat er gebeurt bij een liberalisering van de markt.’

Hermans hoopt op politieke keuzes die aansluiten bij haar onderzoek. ‘Stimuleer de landbouw alleen in gebieden waar de landbouw al sterk is en zoek in marginale gebieden naar alternatieven voor de landbouw. Ook in Nederland. We hebben in Nederland een mestprobleem, we willen natuurgebieden aanleggen en een concurrerende landbouw. Je kunt niet alles overal, je moet kiezen. Ik denk dan: je kunt voedsel importeren, maar je kunt geen natuur importeren.’

Hermans deed het onderzoek samen met Pieter Vereijken van de Plant Sciences Group. De twee jaar geleden overleden Vereijken gooide in 2004 de knuppel in het hoenderhok met de stelling dat de landbouw in Nederland zou verdwijnen. ‘Vanuit zijn gedachtegoed heb ik dit artikel afgerond’, zegt Hermans. ‘Hij is daarom opgevoerd als eerste auteur. Hij was een echte ghostwriter.’ | AS

Bovenstaand bericht is geproduceerd door de redactie van Resource, het blad voor Wageningen Universiteit en Researchcentrum. Meer informatie bij Pers- en wetenschapsvoorlichting van Wageningen UR, e-mail: pers.communicatie@wur of bij de redactie van Resource, e-mail: resource@wur.nl.


Print nieuwsbericht