Toxicologisch onderzoek kan sneller, efficiënter en met minder proefdieren

  Nieuws
  Perskamer
  Archief
  Agenda
  Nieuws
  2011
  2010
  2009
  2008
  2007
  2006
  2005
  2004
  2003
  2002
  RSS
  Agenda
  Open dagen
  Cursussen
  Promoties & Oraties
  Congressen en symposia

22 apr 2009

Toxicologisch onderzoek ten behoeve van het toelaten van nieuwe producten op de markt kan sneller en doelmatiger, door het onderzoek met proefdieren voor een belangrijk deel te vervangen door een combinatie van in vitro onderzoek en computermodellen zegt prof. dr. Ruud Woutersen. Aanpassingen van testprotocollen leiden tot een aanzienlijke toename in de betrouwbaarheid van de uitkomsten van toxicologische testen en daarmee tot een betere beoordeling van de risico’s van toxische stoffen, aldus prof.dr. Rolaf van Leeuwen. Dat betogen beide buitengewoon hoogleraren aan Wageningen Universiteit in hun oratie bij de aanvaarding van hun ambt op 23 april.

Prof. Van Leeuwen en prof. Woutersen zijn recentelijk benoemd bij de sectie Toxicologie van Wageningen Universiteit. Hun beider expertise ligt vooral in de combinatie van kennis van de toxicologische praktijk, de regelgeving, het nationale en internationale beleid en de invoering en acceptatie van innovatieve toxicologische testmethoden in de praktijk.

Ruud Woutersen, met als leeropdracht Translationele toxicologie, richt zich daarbij op het ontwikkelen van kennis en methodieken rond de mogelijke gevaren die stoffen met zich brengen (‘hazards’), terwijl Rolaf van Leeuwen, met als leeropdracht Integrale risico-inschatting van toxische componenten in voedsel zich richt op de kans dat een mens risico’s loopt door blootstelling aan gevaarlijke stoffen (‘risks’). Om het verschil duidelijk te maken aan de hand van een voorbeeld: de gorilla Bokito is als hij vrij rondloopt gevaarlijk voor de mens, maar achter de tralies vormt hij maar een heel klein risico.

De vraag is of het mogelijk is de veiligheid van mensen die aan een chemische stof, een nieuw voedingsingrediënt of een nieuw geneesmiddel worden blootgesteld, te garanderen zonder dat dit product in dierproeven op veiligheid is onderzocht. Vooralsnog moet deze vraag met nee worden beantwoord, maar het kan wel met efficiënter en met minder gebruik van proefdieren, zegt prof. Ruud Woutersen in zijn oratie Translationele toxicologie: de mens als proefdier? Hij pleit voor een onderzoeksstrategie waarbij pas in laatste instantie daadwerkelijk proefdieronderzoek wordt gedaan. In de stadia daarvoor kan met computermodellen worden gewerkt of met in vitro onderzoek, liefst met humaan materiaal, zoals geïsoleerde organen, weefselplakjes of cellen.
Woutersen breekt een lans voor het sneller ontwikkelen, valideren en vervolgens geaccepteerd krijgen van innovatieve methoden. Nu duurt het soms tientallen jaren voordat het zover is en dat is gelet op de druk op toxicologen om nieuwe stoffen te testen ondoenlijk. Woutersen pleit voor een verandering in de kijk op onzekerheid: we moeten af van de reductie van de onzekerheid over slechts een paar stoffen en ons concentreren op het verminderen van de overall onzekerheid. Dat betekent dat we een bepaalde mate van onzekerheid moeten accepteren.

Prof. Rolaf van Leeuwen pleit in zijn inaugurele rede Risico’s op de toxicologische snelweg voor de invoering op internationaal niveau van de zogeheten benchmarkmethode. Die is in de VS ontwikkeld om een nauwkeuriger schatting te krijgen van de dosering waarbij een schadelijk effect kan optreden. Met deze methode is het mogelijk om voor allerlei schadelijke effecten veel betrouwbaarder te voorspellen bij welke dosis een bepaald effect zich voordoet en aan te geven hoe groot de kans is dat  zo’n effect zich wel of niet kan voordoen. Dat  betekent dat een veel betrouwbaardere uitspraak gedaan kan worden over de mogelijke risico’s. Van Leeuwen vraagt zich af waarom deze methode niet al lang is ingevoerd en kan als enige reden bedenken dat de wiskundige modellen die er aan ten grondslag liggen ingewikkeld zijn en lastig te begrijpen voor de risicobeoordelaars .
Van Leeuwen legt uit dat het in het voedingsonderzoek ontwikkelde begrip DALY (Disability Adjusted Life Years) als maat voor de totale ziektelast in een populatie uitgedrukt in het totaal aantal verloren levensjaren door sterfte en het totaal aantal gezonde levensjaren dat verloren gaat door ziekte, ook gebruikt kan worden in de toxicologische risicobeoordeling. Dat begrip kan onder meer gebruikt worden in de zgn. risk-benefit beoordeling, waarbij gezondheidsbevorderende effecten worden afgewogen tegen gezondheidsbedreigende effecten. Van Leeuwen wil deze methode vooral gaan toepassen bij het onderzoek naar de veiligheid en werkzaamheid van voedingssupplementen.

Prof.dr. Rolaf van Leeuwen (1946) is toxicoloog voedselveiligheid bij het RIVM in Bilthoven. Prof.dr. Ruud Woutersen (1950) is plaatsvervangend hoofd van de afdeling ‘Toxicology and Applied Pharmacology’ bij TNO Kwaliteit van Leven in Zeist.


Noot voor de redactie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met prof.dr. Rolaf van Leeuwen, tel. 030 274 3753 (RIVM), e-mail rolaf.van.leeuwen@rivm.nl of rolaf.vanleeuwen@wur.nl, of met prof.dr. Ruud Woutersen, TNO Zeist, tel. 030 69 44 503, e-mail ruud.woutersen@tno.nl, of met Bouke de Vos, Pers- en wetenschapsvoorlichting Wageningen UR, tel. 0317 480 180, bouke.devos@wur.nl.
Print nieuwsbericht