Vogels en vlinders kunnen de klimaatverandering niet meer bijhouden. De laatste twintig jaar lopen vlinders 135 kilometer achter bij de opschuivende klimaatzones, vogels zelfs meer dan 200. Dit blijkt uit een studie van Europese wetenschappers in het tijdschrift Nature Climate Change van deze week. 
Het vaststellen van de effecten van klimaatverandering op biodiversiteit is een hele uitdaging, omdat goede gegevens over een lange reeks van jaren veelal ontbreken. Voor vlinders en vogels zijn deze gegevens er wel. Deze week laat een Europees onderzoeksteam, met ook een aantal Nederlandse wetenschappers, in een artikel in Nature Climate Change zien dat de populaties vogels en vlinders de noordwaartse opschuiving van hun leefgebieden onder invloed van klimaatopwarming niet kunnen bijhouden. Een deel van de verklaring is dat kolonisaties van nieuwe gebieden sterk bemoeilijkt wordt door de versnippering van het intensief gebruikte Europese landschap. Maar ook de aantalsverhouding tussen reeds aanwezige soorten past zich blijkbaar maar langzaam aan, al is dit minder het geval voor vlinders, die een kortere levenscyclus hebben dan vogels.
Het onderzoek, waarin de Vlinderstichting, SOVON Vogelonderzoek, CBS en Wageningen University, onderdeel van Wageningen UR, participeren, richtte zich op de verandering in de soortensamenstelling van de totale gemeenschap van vlinder- en vogelsoorten, waar eerdere studies zich alleen op afzonderlijke soorten richtten. De resultaten vormen de eerste bewijzen dat hele diergroepen door klimaatverandering een ‘klimaatschuld’ opbouwen op continentale schaal. Over de laatste twintig jaar bedraagt deze schuld inmiddels 135 km voor vlinders en zelfs 212 km voor vogels, dat wil zeggen dat de vlinder- en vogelpopulaties een noordelijker karakter hebben dan op basis van het klimaat verwacht zou mogen worden. Wat dit op termijn voor gevolgen zal hebben valt nog moeilijk te voorspellen. Omdat de verschuiving tussen beide soortgroepen verschilt, kunnen afhankelijkheden tussen soorten verstoord raken. Bekend is het voorbeeld van de bonte vliegenvanger waarvan de jongen in warme jaren pas na de piek van het rupsenaanbod uitkomen.
De onderzoekers ontwikkelden een eenvoudige methode om deze gevolgen van klimaatverandering voor hele soortgroepen vast te stellen. De unieke hoeveelheid aan gegevens werd grotendeels door de inspanningen van duizenden vrijwilligers verzameld: meer dan 1,5 miljoen uren hebben vrijwilligers uit de zeven deelnemende landen hier in gestoken.
Publicatie:
Devictor V., Van Swaay C., Brereton T., Brotons L., Chamberlain D., Heliölä J., Herrando S., Julliard R., Kuussaari M., Lindström, Å., Reif J., Roy D.B., Schweiger O., Settele J., Stefanescu C., Van Strien A., van Turnhout C., Vermouzek Z., Wallis de Vries M., Wynhoff I., Jiguet F. (In press) Differences in the climatic debts of birds and butterflies at a continental scale. Nature Climate Change, 9 januari 2012