promotie Derk Somsen \ hoofd procestechnologie Aviko
De meeste bedrijven die levensmiddelen produceren hebben onvoldoende inzicht in de efficiency van hun productieproces. De mate waarin allerlei verliezen optreden of kunnen optreden wordt daarbij onvoldoende begrepen. Het onderzoek omschrijft een nieuwe methodiek waarmee de grondstofefficiency van levensmiddelenbedrijven kan worden gekwantificeerd en vervolgens kan worden verbeterd.
Bij de meeste bedrijven ligt er een groot potentieel tot het verbeteren van de grondstofefficiency. Studies wijzen uit dan men hier 1 tot 4.5% van de bedrijfsomzet mee kan besparen. Daarnaast is vanuit een duurzaamheidperspectief een verbetering van de grondstofefficiency van wezenlijk belang. Diverse studies hebben aangetoond, dat door het minimaliseren van verliesstromen op vele fronten voordelen kunnen worden behaald. Dat kunnen bijvoorbeeld verlaagde energiekosten zijn, minder afvalcreatie en meer arbeidsvreugde zijn. Ver weg het grootste voordeel is echter, dat door het beperken van verliezen ook minder grondstoffen noodzakelijk zijn; de grondstofefficiency wordt dus verbeterd. Dat resulteert in het grootste financiële voordeel. Eigenlijk is dat logisch want het onderzoek geeft aan dat de aanschaf van de grondstoffen de grootste kostenfactor is van elk levensmiddelenbedrijf (veelal 30 tot 80% van alle kosten). Daarop besparen geeft logischerwijs ook het meest opbrengst. Somsen omschrijft in zijn proefschrift een methodiek om de grondstofefficiency via een gestructureerde methodiek te verbeteren. Daartoe praat hij niet over afval, maar over gewilde en ongewilde verliezen. Het maken van een dergelijk onderscheid blijkt in zijn onderzoek van grote betekenis te zijn voor het beter begrijpen en structureel verbeteren van productieprocessen. Gewilde verliezen zijn echt noodzakelijk voor het transformeren van grondstoffen naar eindproducten, bij ongewilde verliezen is dat niet het geval. Primair doel is het minimaliseren van ongewilde verliezen direct bij de bron zelf.