Kunnen biobrandstoffen duurzaam zijn in 2020?

  Nieuws
  Perskamer
  Archief
  Agenda
  Nieuws
  2010
  2009
  2008
  2007
  2006
  2005
  2004
  2003
  2002
  RSS
  Agenda
  Open dagen
  Cursussen
  Promoties & Oraties
  Congressen en symposia

15 jun 2009
Onderdeel: Wageningen UR, Ecofys, ECN en het Planbureau voor de Leefomgeving

Een gezamenlijke studie van Wageningen Universiteit en Research Centrum, Ecofys, ECN en het Planbureau voor de Leefomgeving concludeert dat bij een 10% bijmengdoelstelling door Nederland in 2020 niet aan alle duurzaamheidscriteria zal worden voldaan zoals vastgesteld door de commissie Cramer voor biobrandstoffen. Hierbij is niet gekeken naar mogelijk aanvullend beleid om deze negatieve effecten te beperken of om biobrandstoffen te stimuleren die wel aan de Cramer criteria voldoen.

Analyse van duurzaamheidsaspecten biobrandstoffen
De verwachting is dat de komende jaren meer landbouwgrond nodig zal zijn voor de productie van voedsel. De snelheid waarmee de productiviteit per hectare in de landbouw kan worden vergroot zal volgens de meeste projecties niet gelijk op kunnen gaan met de sterk stijgende vraag naar voedsel.

Een extra vraag naar biobrandstoffen voor 2020 zal de druk op landbouwgrond verder vergroten, met negatieve gevolgen voor biodiversiteit. De directe reducties in emissie van broeikasgassen door biobrandstoffen zijn over het algemeen positief, mits de gewassen op een goede landbouwkundige manier zijn geteeld. Aangezien het landbouwareaal voor voedselproductie waarschijnlijk zal toenemen gedurende de komende decennia, zal de productie van energiegewassen voor biobrandstoffen een directe en indirecte claim leggen op natuurgebieden. Daarbij maakt het niet uit of deze energiegewassen ook voor voedsel kunnen worden gebruikt.

De ontginning van natuurgebieden, waar ook ter wereld, kan een grote impact hebben op de emissies van broeikasgassen. Afhankelijk van de opgeslagen hoeveelheden koolstof in de vegetatie en de bodem, de gekozen energiegewassen en teelttechnieken kan dit tot extra emissies van broeikasgassen leiden, waardoor directe besparingen in de keten teniet worden gedaan. Bij het gebruik van marginale of gedegradeerde gronden kan het effect positief zijn maar het is onzeker of op deze gronden op korte termijn veel geproduceerd zal worden.

Omdat in de studie niet is gekeken naar gevolgen van mogelijk aanvullend beleid, is gebruik gemaakt van twee perspectieven om met deze negatieve aspecten om te gaan. Eén perspectief geeft aan dat zelfs significante veranderingen binnen het komende decennium de negatieve effecten van biobrandstoffen niet afdoende kunnen verminderen. Een tweede perspectief veronderstelt dat omvangrijke inspanningen nodig zijn om die negatieve effecten te reduceren.

Het rapport is dinsdag 9 juni j.l. naar de Tweede Kamer gestuurd door het Ministerie van VROM. In haar begeleidende brief meldt VROM dat het tweede perspectief past in de lijn die Nederland en Europa met de Europese richtlijn hernieuwbare energie hebben gekozen. Volgens VROM zal deze studie zwaar wegen bij de standpuntbepaling van het kabinet ten aanzien van de hoeveelheid hernieuwbare energie in de sector verkeer en vervoer


Print nieuwsbericht

Contact
Meer informatie:
Erik Toussaint, Hoofd Communicatie Plant Research International
0317 - 480867 / 06 - 51565949
erik.toussaint@wur.nl
 
Expert:
Prem Bindraban
visitekaartje
prem.bindraban@wur.nl
»  meer Contact
Links:
» Download rapport: 
Can biofuels be sustainable by 2020? - An assessment for an obligatory blending target of 10% in the Netherlands

» www.vrom.nl